Decreet duurzaam pesticidengebruik
Decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest

Hoofdstuk 1.
Inleidende bepalingen


Artikel 1.
Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2.
Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden.

Art. 3.
In dit decreet wordt verstaan onder pesticide:
a)
een gewasbeschermingsmiddel: een gewasbeschermingsmiddel als vermeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad;
b)
een biocide: een biocide als vermeld in artikel 1, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden.

Art. 4.
Dit decreet is enkel van toepassing op het gebruik van pesticiden in de open lucht:
[in gebieden die door het brede publiek, door kwetsbare groepen of door particulieren worden gebruikt;]
in de beschermde gebieden als bedoeld in artikel 71 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en andere gebieden die ten behoeve van de uitvoering van de noodzakelijke natuurbehoudsmaatregelen zijn aangewezen overeenkomstig de bepalingen van artikel 36bis van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
in gebieden die bescherming vergen voor het aquatisch milieu en het drinkwater.
Met behoud van de toepassing van dit decreet wordt:
het gebruik van pesticiden op en naast de oeverzone geregeld in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
de bescherming van grondwater tegen de verontreiniging met pesticiden geregeld in het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake grondwaterbeheer en de uitvoeringsbesluiten ervan;
de bescherming van de natuur en het natuurlijk milieu tegen de verontreiniging met pesticiden geregeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en de uitvoeringsbesluiten ervan;
de bescherming van de bossen en hun natuurlijk milieu tegen de verontreiniging met pesticiden geregeld in het Bosdecreet van 13 juni 1990 en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Hoofdstuk 2.
Duurzaam gebruik van pesticiden


Art. 5.
Dit decreet heeft tot doelstelling de menselijke gezondheid en het leefmilieu te beschermen tegen de risico's die met het gebruik van pesticiden kunnen samenhangen.
In het bijzonder worden daarbij maatregelen vastgesteld waarbij bestrijding zonder pesticideninzet bevorderd wordt en waarbij als prioriteitsvolgorde de volgende hiėrarchie wordt gehanteerd:
het voorkomen van het gebruik van pesticiden;
het gebruik van alternatieve bestrijdingswijzen;
de inzet van chemische middelen op een wijze die het minst risico's voor mens en leefmilieu met zich brengt.

Art. 6.
Het gebruik van pesticiden kan worden gereglementeerd door een verbod of gebruiksbeperkingen op te leggen. Daarbij kan een onderscheid gemaakt worden naar [type werkzame stof,] terreinen in specifieke gebieden, activiteit of doelgroep.
De Vlaamse Regering stelt hiervoor nadere regels vast.

Art. 7.

§ 1

Van het verbod, vermeld in artikel 6, kan om de volgende redenen worden afgeweken:
als er geen afdoende niet-chemische bestrijdingswijzen voorhanden zijn bij:
a)
plagen die een gevaar inhouden voor de mens inzake volksgezondheid of hygiėne;
b)
plagen die een gevaar inhouden voor het milieu, de biodiversiteit of het vee;
c)
situaties die een ernstige bedreiging vormen of kunnen vormen voor de veiligheid van de mens;
als een pesticidenvrij beheer onevenredig hoge kosten met zich meebrengt.

§ 2

De Vlaamse Milieumaatschappij beslist over de aanvragen voor het afleveren van een afwijking als bedoeld in paragraaf 1.
Tegen de beslissing van de Vlaamse Milieumaatschappij over het afleveren van een afwijking kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast, met inbegrip van een procedure en het opleggen van voorwaarden, voor de toepassing van de afwijkingsmogelijkheden, vermeld in het eerste lid, voor verschillende terreinen, activiteiten of doelgroepen en voor de behandeling van de beroepen.

Hoofdstuk 3.
Actieplan, indicatoren en informatie


Art. 8.

§ 1

Er wordt een Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik, hierna Actieplan te noemen, goedgekeurd.
Het Actieplan heeft tot doel om de risico's en de effecten van het gebruik van pesticiden voor de menselijke gezondheid en het milieu te verminderen en om de ontwikkeling en de invoering van geļntegreerde bestrijding van organismen die het doelwit zijn van pesticiden en alternatieve benaderingswijzen of oplossingen te bevorderen ter beperking van de afhankelijkheid van het gebruik van pesticiden. De indicatoren, vermeld in artikel 9, worden in het Actieplan verwerkt.
Het eerste Actieplan treedt in werking op 1 december 2012. Het Actieplan wordt iedere vijf jaar opnieuw herzien en eventuele ingrijpende veranderingen in het geldende Actieplan worden onmiddellijk gemeld aan de Europese Commissie. Een vastgesteld Actieplan blijft van kracht tot het vervangen wordt door een ander vastgesteld Actieplan.

§ 2

De Vlaamse Regering richt een Stuurgroep Duurzaam Pesticidengebruik op, verder verkort geciteerd als Stuurgroep, die belast wordt met de opmaak van het ontwerp-Actieplan.
De rechtspersonen die een taak van algemeen belang uitvoeren, en de gebruikers van pesticiden stellen, op eenvoudig verzoek van de Stuurgroep, kosteloos alle informatie waarover ze beschikken en die nodig is voor het opstellen van het Actieplan, ter beschikking aan de Stuurgroep, als die informatie nog niet op een andere wijze ter beschikking werd gesteld aan de Vlaamse overheid.

§ 3

Het ontwerp-Actieplan wordt meegedeeld aan de Vlaamse Regering en voor advies voorgelegd aan de Milieu-en Natuurraad van Vlaanderen, aan de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij, aan de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid, en aan de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. Over het ontwerp-Actieplan wordt een openbaar onderzoek georganiseerd.
De Vlaamse Regering stelt het Actieplan vast.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor het bepalen van de inhoud, de totstandkomingsprocedure en de bekendmaking van het Actieplan.
Die regels zijn ook van toepassing op een voorgenomen herziening van het Actieplan.

Art. 9.
Om de risico's en de gevolgen van het gebruik van pesticiden voor het leefmilieu en de gezondheid van de mens te verminderen en niet-chemische bestrijdingsmethoden te bevorderen, stelt de Vlaamse Regering op voordracht van de Stuurgroep indicatoren op om:
trends te signaleren inzake:
a)
het gebruik van bepaalde werkzame stoffen;
b)
de toepassing van niet-chemische bestrijdingsmethoden;
c)
de aanwezigheid van pesticiden in het milieu;
prioritaire punten aan te wijzen, zoals werkzame stoffen, gewassen of regio's die extra aandacht verdienen.
De rechtspersonen die een taak van algemeen belang uitvoeren en de gebruikers van pesticiden stellen de informatie die nodig is om de indicatoren te bepalen, kosteloos ter beschikking van de Vlaamse overheid, als die informatie nog niet op een andere wijze ter beschikking werd gesteld van de Vlaamse overheid.

Art. 10.
De Vlaamse Regering stelt informatie ter beschikking aan het brede publiek over:
het gebruik van niet-chemische bestrijdingsmethoden;
de effecten en de risico's van pesticiden op de menselijke gezondheid, het leefmilieu en op niet-doelwitorganismen. Niet-doelwitorganismen zijn organismen waarvoor het gebruik van pesticiden niet bedoeld is;
het verwijderen van afval dat afkomstig is van het gebruik van pesticiden.

Hoofdstuk 4.
Handhaving


Art. 11.
Voor dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan gebeurt het uitoefenen van toezicht, het opleggen van bestuurlijke maatregelen, het onderzoeken van milieu-inbreuken, het opleggen van bestuurlijke geldboeten, het innen en invorderen van verschuldigde bedragen, het opsporen van milieumisdrijven, het bestraffen van milieumisdrijven en het opleggen van veiligheidsmaatregelen volgens de regels, vermeld in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Hoofdstuk 5.
Wijzigingsbepalingen


Art. 12.
Aan artikel 16.1.1, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, vervangen bij het decreet van 30 april 2009 en gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 23 december 2010, wordt een punt 21° toegevoegd, dat luidt als volgt:
(...)

Art. 13.
Artikel 3, § 2, 41°, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid wordt vervangen door wat volgt:
(...)

Art. 14.
In artikel 9 van hetzelfde decreet wordt in de paragrafen 1 en 2 het woord "bestrijdingsmiddelen" vervangen door het woord "pesticiden".

Art. 15.
In artikel 10, § 1, van hetzelfde decreet wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
(...)

Hoofdstuk 6.
Slotbepalingen


Art. 16.
Het decreet van 21 december 2001 houdende vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest wordt opgeheven.

Art. 17.
Artikel 16 treedt in werking op 1 januari 2015.