Art. 7.

§ 1

Van het verbod, vermeld in artikel 6, kan om de volgende redenen worden afgeweken:
als er geen afdoende niet-chemische bestrijdingswijzen voorhanden zijn bij:
a)
plagen die een gevaar inhouden voor de mens inzake volksgezondheid of hygiëne;
b)
plagen die een gevaar inhouden voor het milieu, de biodiversiteit of het vee;
c)
situaties die een ernstige bedreiging vormen of kunnen vormen voor de veiligheid van de mens;
als een pesticidenvrij beheer onevenredig hoge kosten met zich meebrengt.

§ 2

De Vlaamse Milieumaatschappij beslist over de aanvragen voor het afleveren van een afwijking als bedoeld in paragraaf 1.
Tegen de beslissing van de Vlaamse Milieumaatschappij over het afleveren van een afwijking kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast, met inbegrip van een procedure en het opleggen van voorwaarden, voor de toepassing van de afwijkingsmogelijkheden, vermeld in het eerste lid, voor verschillende terreinen, activiteiten of doelgroepen en voor de behandeling van de beroepen.