Grinddecreet
Decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning

Hoofdstuk I.
Bepalingen


Artikel 1. Dit decreet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 107 quater van de Grondwet.

Art. 2.

Voor de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:

fonds : het fonds dat uitsluitend dient voor de regeling van de grindwinning, ook grindfonds genoemd;
IML : Intercommunale Maatschappij voor de ruimteiijke ontwikkeling in Limburg;
het departement: het Departement Omgeving;
POM : Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Limburg, publiekrechtelijke instelling die opgericht is met toepassing van het decreet van 7 mei 2004, houdende vaststelling van het kader tot oprichting van de provinciale ontwikkelingsmaatschappijen (POM) en erkend door de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 3 van het voormelde decreet;
grind: de fractie van het afbraakmateriaal van vast gesteende in diluviale gronden en op de bodem van rivieren die niet door een door de het departement aanvaarde zeef met een maaswijdte van 4 mm gaat. Fracties die de 4 mm overlappen worden eveneens als grind beschouwd;
breekzand :de fractie van gebroken grind die door een aanvaarde zeef met een maaswijdte van 4 mm gaat en waarvan het wasslib, enkel in het geval dat de fractie gewassen wordt, niet in rekening wordt gebracht;
berggrind : grind dat gewonnen wordt op het Plateau van de Kempen;
valleigrind :grind dat gewonnen wordt in de alluviale vlakte van de Maas, inclusief de terrassen tot aan de steilrand van het Plateau van de Kempen;
grindwinning: de ontgronding van natuurlijke grondstoffen waarvan het percentage grind op kalenderjaarbasis ten minste 20 % bedraagt;
10° grindwinning als nevenproduktie: elke grindwinning waarvan het percentage grind op kalenderjaarbasis minder dan 50 % en meer dan 20 % bedraagt;
11° nieuwe grindwinningsgebieden: gebieden die bij de goedkeuring van het decreet nog niet als ontginningsgebieden in de ruimste betekenis op de goedgekeurde gewestplannen zijn aangeduid en die in toepassing van artikel 17, § 2, als reservegebieden, effectieve grindwinningsgebieden en uitbreidingsgebieden worden aangeduid;
12° ecologische impactstudie :een rapport dat een beschrijving bevat van de ecologische uitgangssituatie van een gebied, een beschrijving van de ingreep; een analyse van de effecten op de deelaspecten van het milieu en een beoordeling van deze effecten met bijzondere aandacht voor de ecohydrologische aspecten;
13° structuurvisie : een plan dat de belangrijkste beleidsdoeleinden en beleidsmaatregelen aangeeft voor de verschillende ruimtebehoevende activiteiten en ruimtelijke relaties in een bepaald gebied. Het vormt de basis voor de contrete plannen van de ruimtelijke ordening. Het omvat een richtplan, een structuurkader en een actieplan.
14° afwerken : het uitvoeren van grondwerken met het oog op de realisatie van het nabestemmingsplan en het naleven van de voorwaarden met betrekking tot het reliëf, zoals bepaald in de milieu- en stedebouwkundige vergunning
15° uitrusten : het uitvoeren van de infrastructuur- en de inrichtingswerken na het afwerken, met inbegrip van alle maatregelen ter realisatie van de nabestemming
16° grindwinning bij infrastructuurwerken : de bedoelde of onbedoelde grindwinning die optreedt bij werken aan of het aanleggen van infrastructuur van openbaar nut die zelf niet de exploitatie van grind tot doel hebben;
17° projectgrindwinning : de grindwinning die gepaard gaat met de realisatie van een maatschappelijk project van groot openbaar belang dat op zichzelf niet gericht is op het winnen van grind;
18° project : een geheel van activiteiten houdende de uitvoering van werken, de totstandbrenging en in voorkomend geval de exploitatie van installaties, werkzaamheden of andere ingrepen in het milieu, dat maatschap- pelijk van groot openbaar belang is, dat op zichzelf niet gericht is op het winnen van grind maar waarvan de projectgrindwinning een substantieel onderdeel is en te realiseren is in een gemeente die voorkomt op de lijst, vastgesteld conform artikel 7, § 3;
19° projectcomité : het projectgrindwinningscomité zoals omschreven in artikel 20 sexies.

 


Hoofdstuk II.
Het Grindfonds


Art. 3.

§ 1.

Er wordt een grindfonds opgericht, hierna te noemen het fonds. [...]

 

§ 2.

Het grindfonds heeft rechtspersoonlijkheid. Het wordt opgericht als een instelling van categorie A in de zin van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. De bepalingen van die wet zijn op het fonds van toepassing voor zover er in dit decreet niet wordt van afgeweken.

 

§ 3.

De middelen voor het fonds zijn:

1°  de opbrengsten van de in artikel 15 bedoelde grindheffing;
de interesten op de overeenkomstig 1° aan het fonds toegewezen middelen, en de administratieve geldboeten en verhogingen die opgelegd worden krachtens artikel 23 bis, §2;
in voorkomend geval, de waarborgen die krachtens artikel 15 bis werden opgelegd aan de houders van een krachtens artikel 16 toegewezen productiequotum alsmede, in voorkomend geval, de interesten op deze waarborgen.

 

§ 4.

Het fonds neemt voor zijn rekening de uitgaven die [...] voortvloeien uit:

de maatregelen met betrekking tot de grindwinning die in het kader van dit decreet worden getroffen door de Vlaamse regering of het grindcomité en de subcomités, bedoeld in artikel 4;
de schadevergoedingen die voortvloeien uit de maatregelen met betrekking tot de grindwinning genomen in het kader van dit decreet en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde gerechtelijke instanties hierover een in kracht van gewijsde gedane uitspraak hebben gedaan.
de financiering van sociaal-economische en ecologische hefboomprojecten in de grindgebieden;
de financiering van wetenschappelijke projecten met het oog op de versterking van het sociaal-economisch weefsel in Limburg; 
de financiering van een reconversieproject in de landbouw; 
de financiering van de administratieve en technische ondersteuning van het projectgrindwinningscomité , vermeld in artikel 20 sexies ; 
de overdracht van een deel van de middelen van het fonds naar de algemene middelen van het Vlaamse Gewest in het begrotingsjaar 2013. 

 

§ 5.

De Vlaamse regering beheert het fonds en stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden van haar diensten ter beschikking van het fonds. Bij het beheer van het fonds houdt de regering rekening met de adviezen van het grindcomité bedoeld in de artikelen 5 en 9. De regering kan van dit advies slechts bij gemotiveerd besluit afwijken.

 

§ 6.

De Vlaamse regering stelt jaarlijks een verslag op over de werking en het beheer van het fonds. Het verslag wordt aan het Vlaams Parlement meegedeeld.


Afdeling 1.
Aanwending van de middelen van het grindfonds


Art. 4.

Binnen het grindfonds wordt een grindcomité opgericht.


Binnen het grindcomité worden 3 subcomités opgericht:

– het herstructureringscomité;

– het sociaal comité;

– het onderzoekscomité.

 

Het grindcomité en de subcomités bezitten rechtspersoonlijkheid.


Art. 5.

Met ingang van 1 januari 2013 worden alle bestaande en nieuwe middelen van het grindfonds voor de werkingsterreinen van de in artikel 4 bedoelde grindcomités samengevoegd.

 

De uitgaven voor het uitrusten van de grindwinningsgebieden via maatregelen die in het kader van dit decreet worden getroffen door het herstructureringscomité bedragen maximaal 15.100.000 euro, vermeerderd met een bedrag van 6.850.000 euro dat in drie gelijke delen wordt verdeeld over de valleigrindgebieden in de gemeenten Kinrooi, Maaseik en Dilsen-Stokkem, en vermeerderd met een bedrag van 500.000 euro dat nog door het herstructureringscomité moet worden verdeeld over de berggrindgebieden in de gemeenten Dilsen-Stokkem, Maasmechelen en As.

 

Aanvragen voor de financiering van de uitgaven, vermeld in artikel 3, § 4, 3° ,4° en 5 worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering binnen de daartoe in de begroting van het grindfonds bestemde begrotingskredieten en voor een maximumbedrag van respectievelijk 2.505.000 euro, 4.200.000 euro en 1.200.000 euro.

 

Aanvragen voor de financiering van de uitgaven, vermeld in artikel 3, § 4, 6° , worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering binnen de daartoe in de begroting van het grindfonds bestemde begrotingskredieten en voor een maximumbedrag van 60.000 euro per jaar en tot de uitputting van de middelen van het grindfonds.


Afdeling 2.
Toezicht op de werking van het grindcomité en de subcomités


Art. 6.

De beslissingen van het grindcomité en de drie subcomités bedoeld in artikel 4 worden bij aangetekend schrijven ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen en modaliteiten.

 

De beslissingen van de subcomités dienen vergezeld te zijn van het in artikel 9, 3°, vermelde advies van het grindcomité. De in het volgende lid vermelde termijn gaat bij de beslissingen van de subcomités in vanaf de kennisgeving van het advies van het grindcomité.

 

Wanneer de Vlaamse regering binnen veertig kalenderdagen, volgend op de ontvangst van de beslissing, aan het betrokken comité geen kennis heeft gegeven van haar beslissing, wordt de Vlaamse regering geacht haar goedkeuring te hebben verleend. Bij een met redenen omkleed aangetekend schrijven, gericht aan het grindcomité en, in voorkomend geval, het subcomité, kan de Vlaamse regering de voormelde termijn éénmalig verlengen met een periode van 40 kalenderdagen.


De Vlaamse regering kan de in de artikelen 9, 10, 11 en 12, bedoelde maatregelen nemen ter aanvulling van de maatregelen genomen door het betrokken comité of in de plaats van het betrokken comité, indien dit comité geen beslissing neemt ten aanzien van een haar door de Vlaamse regering voorgelegde aangelegenheid binnen een termijn van drie maanden.


Het grindcomité brengt jaarlijks verslag uit bij de Vlaamse regering betreffende zijn werkzaamheden en de werkzaamheden van de subcomités, alsook telkenmale de regering daarom verzoekt. Het jaarverslag wordt tevens meegedeeld aan het Vlaams Parlement, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen.


De in dit decreet bepaalde opdrachten van het grindcomité en de subcomités doen geen afbreuk aan de bevoegdheden van andere instellingen of personen van publiek recht.


Afdeling 3.
Bepalingen gemeen aan het grindcomité en aan de subcomités


Art. 7.

§ 1.

De voorzitters en de gewone leden van het grindcomité en van de subcomités worden door de Vlaamse regering benoemd [...].

 

De regering kan op elk ogenblik een einde maken aan het mandaat van een voorzitter. Het lidmaatschap van een gewoon lid neemt van rechtswege een einde op de datum waarop de vereniging, organisatie of rechtspersoon die dit lid heeft voorgedragen aan de Vlaamse regering meldt dat het betrokken lid niet langer haar of zijn vertegenwoordiger is en een nieuw kandidaat-lid voordraagt.

 

§ 2.

Het mandaat van de voorzitter en de leden van het grindcomité en de subcomités is onbezoldigd. De Vlaamse regering regelt de wijze waarop de leden worden vergoed voor de door hen gemaakte kosten, binnen de door haar vastgestelde grenzen. Deze vergoedingen zijn ten laste van het grindfonds.

 

§ 3.

De Vlaamse regering stelt een lijst vast van de gemeenten die aangewezen worden als grindgemeente. Het betreft de gemeenten in de provincie Limburg op wier grondgebied zich een grindwinning bevindt, zoals bedoeld in artikel 2, 9°, al dan niet actief op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet.


Afdeling 4.
Het grindcomité


Art. 8.

§ 1.

Het grindocmité heeft een voorzitter en een aantal gewone leden. Het aantal gewone leden wordt aangepast indien een gemeente het statuut van grindgemeente krijgt of verliest.
Indien zij geen deel uitmaken van het grindcomité, wonen de voorzitters van de subcomités de vergadering bij met raadgevende stem.

 

§ 2.

De Vlaamse regering benoemt de voorzitter en wijst de gewone leden van het grindcomité als volgt aan:

één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door de POM;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door de IML;
twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
4°  twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door de werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door de landbouworganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
een lid wordt voor elk van de grindgemeenten benoemd uit kandidaten voorgedragen door de betrokken gemeenten;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door verenigingen die uitsluitend de bescherming van het leefmilieu en de natuur als doel hebben en vertegenwoordigd zijn in de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen.

Deze leden hebben stemrecht.

 

§ 3.

Een vertegenwoordiger van elk van de gemeenten waarin zich een reservegebied zoals bedoeld in artikel 17, § 2, bevindt, woont de vergaderingen van het grindcomité bij met raadgevende stem, voor zover deze gemeenten niet vertegenwoordigd zijn overeenkomstig§ 2, 6°.

 

§ 4.

Als vertegenwoordigers van de betrokken gemeenten komen enkel gemeenteraadsleden in aanmerking. Zij worden voorgedragen door de gemeenteraad.

 

§ 5.

De volgende personen worden aangewezen als leden met raadgevende stem :

twee vertegenwoordigers van het departement van wie een deskundig op het vlak van milieu en een op het vlak van ruimtelijke ordening;
één vertegenwoordiger van de Vlaamse Landmaatschappij;
één vertegenwoordiger van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

Art. 9.

Het grindcomité heeft tot opdracht :

1°  het adviseren over het beheer van het grindfonds;
de coördinatie van de activiteiten van de subcomités;
het verlenen van advies aan de Vlaamse regering bij de beslissingen van de subcomités en bij de beoordeling van de overmacht, zoals bepaald in artikel 16 ,§1;
het toezicht op de naleving van de produktiequota zoals bedoeld in artikel 16, § 1;
het adviseren over de financiering van de herstructurering, sociale begeleiding en het onderzoek zoals bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12, op voorstel van de subcomités, binnen de marges zoals bepaald in artikel 5.

Het grindcomité mag deze financiering weigeren of afwijken van de voorstellen van de subcomités, mits de weigering of afwijking met redenen wordt omkleed en een tweederde meerderheid van de leden daarmee akkoord gaat. De afwijking mag de marges zoals bepaald in artikel5; niet overschrijden. Voor de materies van het sociaal comité geldt deze afwijkingsmogelijkheid bovendien enkel voor de aangelegenheden die niet geregeld werden door een collectieve arbeidsovereenkomst;

de ontwikkeling en voortdurende actualisering van een globaal en- coherent beleidsplan ter verwezenlijking van de in hoofstuk III bepaalde doelstellingen;

het adviseren aan de POM over de voorwaarden voor de aankoop of onteigening van gronden of voor het verwerven van een ontginningsrecht met betrekking tot deze gronden, zoals bepaald in artikel 7, § 3, en artikel,18, 3°;

het sluiten van een samenwerkingprotocol met de IML, dat voorziet in de coördinatie van de maatregelen die werden genomen krachtens het bepaalde in artikel 10, vijfde lid, 2°, en de initiatieven van de IML, wat de provincie Limburg betreft. Deze overeenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering.
het nemen van een beslissing aangaande de verdeling van wegens overmacht niet gebruikte gedeelten van productiequota, zoals bedoeld in artikel 16, § 1.

 

Met ingang van 1 januari 2013 oefent het grindcomité bovendien alle taken van het onderzoekscomité uit en treedt het in alle rechten en plichten ervan.


Afdeling 5.
Het herstructureringscomité


Art. 10.

Het herstructureringscomité heeft een voorzitter en een aantal gewone leden.

 

De Vlaamse regering benoemt de voorzitter en wijst de gewone leden van het herstructureringscomité als volgt aan:

één vertegenwoordiger van elk van de grindgemeenten benoemd uit kandidaten voorgedragen door de betrokken gemeenteraden;
één vertegenwoordiger van de IML;
één vertegenwoordiger van de landbouworganisaties zoals bedoeld in artikelS,§ 2, 5°;
twee vertegenwoordigers van de milieu- en natuurverenigingen zoals bedoeld in artikel 8, § 2, 7°.

 

Deze leden hebben stemrecht.

 

Als leden met raadgevende stem worden aangewezen:

drie vertegenwoordigers van het departement, van wie een deskundig op het vlak van ruimtelijke ordening, een op het vlak van milieu in het algemeen en een op het vlak van natuurlijke rijkdommen;
één vertegenwoordiger van de Vlaamse Landmaatschappij;
één vertegenwoordiger van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek;
twee vertegenwoordigers van de werkgevers in de ontgrindingsondernemingen;
twee vertegenwoordigers van de werknemers in de ontgrindingsondernemingen;
[...]
[...]
één vertegenwoordiger van de V.Z.W. Toerisme Limburg.

 

Het herstructureringscomité heeft tot opdracht:

1°  het opmaken van een structuurvisie;
het nemen van de gepaste maatregelen tot landschappelijk behoud en herstel voor de grindwinningsgebieden in het kader van de structuurvisie die blijkt uit het in artikel 9, 6°, bedoelde beleidsplan;
het toezicht houden op de maatregelen tot landschappelijk behoud of herstel.

 

Het herstructureringscomité heeft tot opdracht :

het opmaken, actualiseren en afstemmen op de vigerende regelgeving van de structuurvisie;
het laten uitrusten van de afgewerkte grindwinningsgebieden in het kader van de structuurvisie, die blijkt uit het in artikel 9, 6°, bedoelde beleidsplan, met inbegrip van het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu van de voormelde gebieden en de aanpalende omgeving;
het adviseren van de nabestemmingsplannen in de vergunning voor de exploitatie van grind voor de nieuwe ontginningsgebieden aan de vergunningsverlenende overheid;
in voorkomend geval, het laten afwerken na ontgrinding;
het toezicht houden op het afwerken en uitrusten van de grindwinningsgebieden.

Afdeling 6.
Het sociaal comité


Art. 11.

Het sociaal comité is samengesteld uit zeven leden : de voorzitter en zes gewone leden.


De Vlaamse regering benoemt de voorzitter en wijst de gewone leden van het sociaal comité aan uit kandidaten op paritaire basis voorgedragen door de organisaties vertegenwoordigd in het paritair subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven die in open lucht worden geëxploiteerd in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant.


Een vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding woont de vergaderingen bij met raadgevende stem.


Het sociaal comité neemt, in het kader van het in artikel 9, 6°, bedoelde beleidsplan, de sociale begeleidingsmaatregelen bij de omschakeling van de grindwinningsgebieden.


Afdeling 7.
Het onderzoekscomité


Art. 12.

Het onderzoekscomité is samengesteld uit tien leden : de voorzitter en negen gewone leden.

 

De Vlaamse regering benoemt de voorzitter en wijst de gewone leden van het grindonderzoekscomité aan als volgt:

1°  twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door publieke rechtspersonen, verenigingen of inrichtingen die rechtstreeks betrokken zijn bij de aanwending van grind en grindproducten en als zodanig worden aangewezen door de Vlaamse regering;
twee leden worden-benoemd uit kandidaten voorgedragen door publieke rechtspersonen die rechtstreeks betrokken zijn bij het wetenschappelijk onderzoek en als zodanig worden aangewezen door de Vlaamse regering;
twee leden worden benoemd uit kandidaten op paritaire basis voorgedragen door de organisaties vertegenwoordigd in het artikel 11, tweede lid, bedoeld paritair subcomité;
4°  twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door verenigingen die uitsluitend de beschermmg van het leefmilieu en de natuur als doel hebben en vertegenwoordtgd zijn in de Milieu- en Natuurraad Van Vlaanderen;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf.

 

Deze leden hebben stemrecht.


Als lid met raadgevende stem wordt aangeduid:
 - één vertegenwoordiger van het departement.

 

Het onderzoekscomité stelt onderzoeksprogramma's vast voor de ontwikkeling van grindsubstituten alsmede projecten tot ondersteuning van de commercialisering en het gebruik van zulke substituten.

 

Met ingang van 1 januari 2013 wordt het onderzoekscomité ontbonden. Vanaf die datum treedt het grindcomité op als rechtsopvolger van het onderzoekscomité en neemt het alle taken, rechten en plichten ervan over. 

 


Afdeling 8.
De uitvoering van de beslissingen van de comités


Art. 13.

§ 1.

Met behoud van toepassing van paragraaf 2 doen het grindcomité en de subcomités een beroep op de POM of de provincie Limburg voor de materiële voorbereiding en uitvoering van hun beslissingen.


De POM en de provincie Limburg worden voor hun werkingskosten vergoed. Deze vergoedingen zijn ten laste van het grindfonds.

 

§ 2.

Het grindcomité kan bij overeenkomst een aantal deeltaken toevertrouwen aan de personen of verenigingen of publieke rechtspersonen die het aanwijst.

 

§ 3.

De in § 1 en § 2 bedoelde overeenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering.


Hoofdstuk III.
Maatregelen betreffende de grindwinning


Art. 14.

§ 1.

In de provincie Limburg wordt een einde gemaakt aan elke activiteit van grindwinning zodra de totale grindwinning in de grindwinningsgebieden die krachtens dit decreet worden aangeduid, het toegewezen quotum van 41 400 000 ton berggrind en 59 500 000 ton valleigrind bereikt heeft. Op deze tonnages zijn enkel correcties mogelijk ingevolge eerder in het kader van het decreet genomen beslissingen omtrent overmachtsituaties en in het kader van zuinig ruimtegebruik en de uitvoering van het principe van optimale ontginning voor de hoeveelheden grind in de vergunde grindwinningsgebieden.

 

Als uitzondering op het verbod in § 1, eerste lid, wordt voor het bepalen van de vermelde quota geen rekening gehouden met :

a) het grind, gewonnen als nevenproductie bij de winning van het onderliggende kwartszand;
b) het grind, gewonnen bij infrastructuurwerken toegestaan volgens de bepalingen in artikel 14 bis ;
c) het grind, gewonnen bij de realisatie van projectgrindwinning, toegestaan volgens de bepalingen van hoofdstuk III bis.

 

§ 2.

De houders van een vergunning voor grindwinning verwijderen alle uitrustingen en installaties van de betrokken grindwinningsgebieden binnen een jaar nadat de toegewezen quota ontgonnen zijn. Een uitzondering kan gemaakt worden voor deze werken en activiteiten die dienen voor het afwerken en uitrusten van de betreffende grindwinningsgebieden.


Art. 14bis.

Voor de door de Vlaamse Regering aangewezen werken aan of aanleg van infrastructuur van openbaar nut, kan de Vlaamse Regering de winning van grind toestaan op de percelen waarop de infrastructuurwerken worden uitgevoerd.

 

De grindwinning moet beperkt blijven tot de ontgraving die noodzakelijk is voor de volledige realisatie op de percelen van het aangewezen infrastructuurwerk, met inbegrip van de berging van de ontgraven gronden.

 

De toestemming wordt verleend aan de houder van de omgevingsvergunning.

 

De artikelen 3 tot 13, 15 tot 22 en 23 bis , zijn niet van toepassing op de grindwinning bij infrastructuurwerken.


Art. 15.

§ 1.

De houders van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind in een grindwinning, met inbegrip van de hoeveelheden grind in het kader van zuinig ruimtegebruik en de uitvoering van het principe van optimale ontginning, zoals bepaald in artikel 14, § 1, zijn, vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum, onderworpen aan een grindheffing. De grindheffing is verschuldigd voor de grindwinning die plaatsvindt voor 1 januari 2018.

 

§ 2.

De grindheffing wordt berekend op het gewonnen tonnage grind inclusief geproduceerd breekzand dat tijdens een periode van 6 maanden werd afgevoerd. De heffingsplichtigen doen in de loop van de maanden januari en juli, bij de met de inning belaste diensten aangifte van de gegevens nodig voor het berekenen van de heffing die verschuldigd is over de voorgaande periode van zes maanden.

 

§ 3.

De Vlaamse regering regelt nader de aangifte en de aangiftetermijnen voor de grindheffing, alsmede de betaling en betalingstermijnen.

 

§ 3bis.

Er kan overgegaan worden tot een heffing van ambtswege in de gevallen waarin de heffingsplichtige nagelaten heeft :

ofwel een aangifte in te dienen binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn; 
ofwel de vormgebreken waarmee de aangifte is aangetast, te verhelpen binnen de termijn die de Vlaamse regering hem hiervoor toekent;
ofwel de gevraagde inlichtingen te verstrekken of de bescheiden voor te leggen binnen de vastgestelde termijn; 
4°  ofwel zich te schikken naar de wettelijk voorgeschreven verplichtingen inzake het houden, het uitreiken, het bewaren of het ter inzage voorleggen van boeken, stukken of registers.

 

Er kan tevens tot een heffing van ambtswege worden overgegaan :

wanneer de berekeningselementen van de heffing niet of onjuist werden ingeschreven in de aangifte;
in de gevallen zoals vermeld in artikel 24, 3°. De heffing wordt in deze gevallen opgelegd voor het gedeelte dat onwettig werd geëxploiteerd.

 

Er wordt in elk geval een heffing van ambtswege opgelegd aan de houders van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind in een grindwinning, waarvoor proces-verbaal werd opgemaakt ingevolge ontduiking van artikel 15. De heffing op de ontdoken hoeveelheid grind is verschuldigd vanaf de kennisgeving van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder.

 

De heffing van ambtswege wordt opgelegd door de krachtens artikel 23 bis, § 3, aangewezen ambtenaar en dit tot beloop van de heffing die vermoedelijk is verschuldigd. Zij wordt vastgesteld op basis van gegevens die kunnen bewezen worden door geschrift, getuigen en vermoedens. In voorkomend geval wordt zij vastgesteld op basis van de gegevens van het proces-verbaal.

 

De Vlaamse regering regelt terzake de modaliteiten, de mogelijkheid voor de heffingsplichtige om zijn bezwaar tegen de heffing naar voren te brengen, de betaling en de betalingstermijnen. In elk geval ligt de bewijslast van het juiste bedrag van de verschuldigde heffing bij de heffingsplichtige.

 

§ 4.

De grindheffing wordt vastgesteld op een bedrag gelijk aan het produkt van de in § 5 bedoelde heffingscoëfficiënt en 0,42 euro per ton gewonnen valleigrind, inclusief breekzand, en 0,29 euro per ton gewonnen berggrind, inclusief breekzand.


Een interest van 1 procent per maand is van rechtswege verschuldigd wanneer de heffing niet is betaald binnen de overeenkomstig § 3 vast te stellen termijn. De interest wordt om de maand berekend over het totaal van de verschuldigde heffing, afgerond op het duizendtal naar beneden.

 

§ 5.

De heffingscoëfficiënt bedraagt minimaal en wordt vanaf 1996 elk jaar aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen.


De heffingscoëfficiënt voor het begrotingsjaar 1995 bedraagt 1,1141.


De heffingscoëfficiënt wordt jaarlijks aangepaSt in het kader van de afbouw van de grindwinning.


De voor een begrotingsjaar toepasselijke heffingscoëfficiënt wordt bij besluit van de Vlaamse regering bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad vóór 1 januari van het betrokken begrotingsjaar.

 

§ 6.

De vordering tot betaling van de heffing en van de interesten verjaart door verloop van 5 jaar, te rekenen van de dag waarop zij is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

 

§ 7.

Betwistingen inzake de betaling en betalingstermijnen van heffingen, verhogingen en/of administratieve geldboeten die voor het inleiden van een rechtsgeding ontstaan, worden geregeld door de Vlaamse regering. De Vlaamse regering werkt hiervoor nadere regels uit.

 

§ 8.

Bij gebreke van betaling van de heffing en van de interesten, wordt door de met de invordering belaste ambtenaar een dwangbevel uitgevaardigd. Dit dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar.
De kennisgeving van het dwangbevel gebeurt per ter post aangetekende brief. De afgifte van het stuk ter post geldt als kennisgeving vanaf de daarop volgende dag.
De in het tweede lid bedoelde kennisgeving :

 

1°  stuit de verjaring van de vordering tot voldoening van de heffingen en van de interesten; 
maakt het mogelijk inschrijving te nemen van de wettelijke hypotheek;
stelt de heffingsplichtige in staat verzet aan te tekenen tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel;
doet de moratoire interesten lopen tegen de rentevoet burgerlijke zaken en met inachtneming van de ter zake geldende regelen.

 

§ 9.

Tot zekerheid van de voldoening van de heffing, de interesten en de kosten, heeft het Vlaamse Gewest een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de heffingsplichtige, met uitzondering van schepen en vaartuigen, en een wettelijke hypotheek op al zijn voor hypotheek vatbare en in België gelegen goederen, met inbegrip van de in België teboekgestelde schepen en vaartuigen.
De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt krachtens het uitgevaardigde en uitvoerbaar verklaarde dwangbevel, waarvan overeenkomstig § 8 aan de heffingsplichtige kennisgeving is gedaan.
Het voorrecht neemt rang in onmiddellijk na de voorrechten die vermeld zijn in de artikelen 19 en 20 van de wet van 16 december 1851 en artikel 23 van boek II van het Wetboek van Koophandel.
De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van een daartoe door de Vlaamse regering gemachtigde ambtenaar. De inschrijving heeft plaats, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep, op voorlegging van een afschrift van het dwangbevel dat eensluidend werd verklaard door die ambtenaar en dat melding maakt van de kennisgeving ervan.

 

§ 10.

Artikel 447, tweede lid, van boek III van het Wetboek van Koophandel met betrekking tot het faillissement, de bankbreuk en het uitstel van betaling, is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek inzake de verschuldigde heffing waarvoor een dwangbevel werd uitgevaardigd waarvan kennisgeving of betekening aan de heffingsschuldige is gedaan voor het vonnis van faillietverklaring.

 

§ 11.

Onder voorbehoud van wat bepaald is in § 7 en § 8 geschiedt de tenuitvoerlegging van het dwangbevel met inachtneming van de bepalingen van het vijfde deel, titel III van het Gerechtelijk Wetboek inzake gedwongen tenuitvoerlegging.


Art. 15bis.

De Vlaamse regering stelt de nadere regels vast ter vervanging van een gedeelte van de grindheffing door een waarborgsysteem, waarbij aan volgende voorwaarden dient voldaan te worden :

het waarborgsysteem wordt opgelegd voor alle grindwinningsactiviteiten in de grindwinningsgebieden en heeft enkel betrekking op het afwerken na ontgrinding;
het grindcomité en de subcomités stellen een gedetailleerde begroting op betreffende hun totale verwachte uitgaven; 
de grindheffingen die voorafgaand aan de invoering van het waarborgsysteem werden geïnd, dienen gedeeltelijk bestemd te worden als waarborg voor het afwerken na ontgrinding;
het waarborgsysteem dient éénvormig te zijn voor alle houders van een krachtens artikel 16 toegewezen productiequotum en dient het solidariteitsprincipe te beklemtonen;
het waarborgsysteem dient voldoende zekerheid te bieden om het afwerken na ontgrinding door de houders van een krachtens artikel 16 toegewezen productiequotum effectief te waarborgen;
de waarborg kan enkel worden vrijgegeven in de mate dat het afwerken is gebeurd conform het nabestemmingsplan of, in voorkomend geval, de nabestemmingsplannen;
het grindcomité legt aan de Vlaamse regering, op basis van de in 2° opgestelde begrotingen, voorafgaandelijk een voorstel voor aangaande de hoogte van de grindheffing, aangaande het waarborgsysteem en aangaande de gedeeltelijke bestemming van de grindheffingen zoals bepaald in 3°.

 

De Vlaamse regering wint voorafgaandelijk aan de uitvoering van dit artikel het advies in van de MINA-Raad en de SERV.

 

De Vlaamse regering kan de uitvoeringsmodaliteiten aangaande het waarborgsysteem toevertrouwen aan het herstructureringscomité.


Art. 16.

§ 1.

Om de 2 jaar bepaalt de Vlaamse regering het totaal produktiequotum voor grindwinning teneinde een planmatige en geleidelijke afbouw van de grindwinningssector te verwezenlijken.

 

De Vlaamse regering verdeelt het tweejaarlijks productiequotum voor de periode vanaf 1996 onder de houders van de nodige vergunningen voor de exploitatie van een grindwinning, volgens een gefixeerde verdeelsleutel die gebaseerd dient te worden op de verdeelsleutels die werden toegekend voor de periode 1994-1995, rekening houdende met de situatie van diegenen die op dat moment geen quotum bezaten.

 

In afwijking kan er een beperkt deel van het tweejaarlijks produktiequotum worden toegewezen aan bedrijven die op 1 januari 1991 eigenaar waren of een ontginningsrecht hadden op gronden die toen gelegen waren in een ontginningsgebied dat voor grindwinning in aanmerking kwam. Een dergelijke afwijking kan slechts onder de volgende voorwaarden worden toegestaan :

- dat er binnen de zes maanden na de eerste bekendmaking van de produktiequota in het Belgisch Staatsblad een aanvraag tot het verkrijgen van een deel van de tweejaarlijkse produktiequota bij de Vlaamse minister bevoegd voor de natuurlijke rijkdomen wordt ingediend :
- dat de beoordeling zal gebeuren op grond van de ervaring in de grindwinning en de financiële en technische capaciteiten van het bedrijf;
- dat het toegewezen deel van het produktiequotum de aanwezige grindhoeveelheden binnen bovenvoormelde gronden niet overstijgt;
- dat het eigendoms- en/ of ontginningsrecht officieel geregistreerd is of zijn;
- dat het bedrijf bij de goedkeuring van het decreet over geen vergunde grindwinning met recht op een produktiequotum beschikt.

 

Ingeval een houder meer dan één vergunning voor de exploitatie van grind bezit, wordt het quotum per afzonderlijk grindwinningsgebied berekend en toegekend.


Het bij het einde van de tweejaarlijkse periode niet gebruikte gedeelte van een produktiequotum kan enkel in het geval van overmacht worden overgedragen op de volgende tweejaarlijkse periode. Dergelijke niet gebruikte gedeelten, die betrekking hebben op de periodes vanaf 1996-1997, worden overgedragen naar de resterende tweejaarlijkse periodes.

 

de houder van een vergunning voor de exploitatie van grind in een grindwinningsgebied kan het niet-gebruikte deel van een productiequotum bij het einde van de tweejaarlijkse periode enkel in geval van overmacht overdragen op de volgende jaren. Hij wordt daartoe gehoord door het Grindcomité, dat vervolgens beslist over de nog toegelaten productieperiode na 2005.

 

De beslissing wordt ter kennis gebracht van de betrokken houder van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind en van het grindcomité.

 

Het grindcomité beslist, na de betrokken houder van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind te hebben gehoord, over de verdeling van het wegens overmacht niet gebruikte gedeelte van de quota over de resterende tweejaarlijkse periodes en brengt deze beslissing ter kennis van de betrokken houder en van de Vlaamse regering. 


De Vlaamse regering zal bij het vaststellen van de produktiequota een onderscheid maken tussen vallei- en berggrind.

 

§ 2.

De in § 1 bedoelde produktiequota worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad vóór 1 december voorafgaand aan de tweejaarlijkse periode waarop zij betrekking hebben. De produktiequota voor de eerste tweejaarlijkse periode worden bekendgemaakt uiterlijk één maand na de bekendmaking van dit decreet.

 

De productiequota, bekendgemaakt overeenkomstig het vorige lid, worden automatisch vermeerderd met de quota, toegewezen overeenkomstig § 1, voorlaatste lid.  

 

§ 3.

De GOM verwerft, op bindend advies van het grindcomité, ofwel de eigendom bij aankoop of onteigening, ofwel het ontginningsrecht via een overeenkomst met de eigenaar, van de aangeduide grindwinningsgebieden die zich in de provincie Limburg bevinden.

 

§ 4.

De Vlaamse regering kan bij overschrijding van het toegewezen produktiequotum of bij het niet nakomen van de verplichtingen in het kader van het waarborgsysteem de vergunnirig voor de exploitatie van grind schorsen voor de periode die zij vaststelt en, ingeval het produktiequotum met meer dan 20 procent wordt overschreden, de vergunnning voor de exploitatie van grind definitief intrekken of het produktiequotum voor de volgende tweejaarlijkse periode halveren. In ieder geval wordt de gedurende twee kalenderjaren teveel gewonnen hoeveelheid grind in mindering gebracht van het produktiequotum voor de volgende tweejaarlijkse periode.


Art. 17.

§ 1.

De Vlaamse regering neemt het initiatief tot wijziging van de betrokken gewestplannen. Zij laat een ecologische impactstudie, inclusief eco-hydrologische aspecten, maken ter bepaling van de ecologisch waardevolle zones. Daarnaast wordt een studie gemaakt ter bepaling van de grindreserves waarvan de exploitatie economische en milieutechnisch kan worden verantwoord. De kosten van de studie vallen ten laste van het grindfonds.

 

§ 2.

De reservegebieden, de effectieve grindwinningsgebieden en de uitbreidingsgebieden worden door de overeenkomstig § 1 gewijzigde gewestplannen aangeduid evenals hun nabestemming rekening houdend met de structuurvisie bedoeld in artikel 10.


De effectieve grindwinningsgebieden zijn de gebieden waar op de datum van het vaststellen van het betrokken ontwerp van gewestplan vergunde grindwinning plaatsvindt of mag plaatsvinden.


Vergunningen voor de winning Van grind worden aangevraagd volgens de bestaande wetten, decreten en besluiten.

 

Een vergunning voor de exploitatie van grind met betrekking tot een uitbreidingsgebied kan slechts worden verleend indien het effectieve grindwinningsgebied, waarvan het de uitbreiding vormt, is uitgeput.

 

In de vergunningen voor exploitatie van grind en de stedebouwkundige vergunningen wordt de precieze nabestemming van de ontginningsgebieden opgenomen, zoals vastgesteld in het kader van de structuurvisie, vermeld in artikel 10, en in het gewestplan. 

 

§ 3.

De POM verwerft bij aankoop of onteigening, op bindend advies van het grindcomité, de eigendom van de in de gewijzigde gewestplannen aangeduide reservegebieden die zich in de provincie Limburg bevinden, alsmede de voor de herinrichting benodigde randzones.


Art. 18.

Vergunningen voor de exploitatie van grind voor nieuwe grindwinningsgebieden kunnen slechts worden verleend nadat:

1°  het betrokken gewestplan is gewijzigd overeenkomstig artikel 17;
het betrokken gebied op het gewijzigd gewestplan is aangeduid hetzij als effectief grindwinningsgebied hetzij als uitbreidingsgebied;
wat de provincie Limburg betreft, de POM de eigendom of het ontginningsrecht heeft verworven van het betrokken gebied en met de exploitant een concessie-overeenkomst heeft gesloten.

 

[...]

 

De in het eerste lid, 3°, bedoelde concessie-overeenkomst neemt van rechtswege een einde bij het verstrijken of het intrekken van de vergunning voor de exploitatie van grind.


Art. 19. Het tijdstip waarop de voorschriften inzake effectieve ontginningsgebieden en uitbreiding van ontginningsgebieden van kracht worden in de reservegebieden wordt bepaald bij besluit van de Vlaamse regering. De Vlaamse regering wint ter zake voorafgaand het advies in van het grindcomité.

Art. 20.

§ 1.

Aan de houders van een in toepassing van artikel 16 toegewezen produktiequotum wordt een trekkingsrecht verleend op de gebieden die overeenkomstig artikel 19 worden ondergebracht bij de effectieve grindwinningsgebieden of uitbreidingsgebieden, rekening houdend met hun toegewezen produktiequotum. Het trekkingsrecht van elke houder wordt door de Vlaamse regering bekendgemaakt. Het is overdraagbaar.

 

Op straffe van nietigheid wordt deze overdracht gemeld aan het grindcomité binnen 5 werkdagen na de overdracht.

 

Indien een houder meer dan één vergunning voor de exploitatie van grind bezit, wordt het trekkingsrecht per afzonderlijk grindwinningsgebied berekend en toegekend.

 

§ 2.

De Vlaamse regering regelt de uitoefening van de trekkingsrechten en de toewijzing van nieuwe grindwinningsgebieden binnen de reservezones aan de houders van vergunningen voor de exploitatie van grind die hun trekkingsrecht hebben uitgeoefend.

 

§ 3.

De uitoefening van een trekkingsrecht ontslaat de houder ervan niet van de verplichting de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind te verkrijgen voor de betrokken gebieden binnen de reservegebieden.


Hoofdstuk IIIbis.
De maatregelen betreffende de projectgrindwinning


Art. 20bis.

De Vlaamse Regering kan de grindwinning toestaan op de percelen waar maatschappelijke projecten van groot openbaar belang worden gerealiseerd.

 

Daartoe verleent de Vlaamse Regering aan de houder van de omgevingsvergunning voor de werken, vermeld in het maatschappelijk project of aan een kandidaat-exploitant tot grindwinning, een vergunning tot projectgrindwinning.

 

De uitvoerbaarheid van en de voorwaarden voor de projectgrindwinning worden in de vergunning bepaald in overeenstemming met het project zoals vastgelegd in het projectcomit é en goedgekeurd door de Vlaamse Regering volgens de bepalingen van artikel 20 sexies.

 

De artikelen 3 tot 7, § 2, de artikelen 8 tot 13, 14 bis tot 20, 21, 22 en 23 bis , zijn niet van toepassing op de projectgrindwinning.


Art. 20ter.

De exploitant van een vergunde projectgrindwinning en de houder van de vergunning zijn er hoofdelijk toe gehouden :

te ontginnen op een wijze dat er een maximale wederzijdse versterking ontstaat tussen de economische componenten, de sociale componenten en de milieucomponenten;
optimaal te ontginnen binnen de projectgrindwinning op basis van een zuinig ruimtegebruik.

 


Art. 20quater.

Voor de projectgrindwinningen gelden in elk geval de volgende voorwaarden :

in een rivierbed is projectgrindwinning enkel mogelijk bij projecten die tot doel hebben de realisatie van de doelstelling bedoeld in artikel 5, 6° , van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, of het herstel en de ontwikkeling van de relevante habitats van bijlage I of de leefgebieden van relevante soorten van de bijlagen II tot IV van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
de projecten binnen de perimeter van de speciale beschermingszones, als bedoeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu moeten het herstel en de ontwikkeling tot doel hebben van de relevante habitats van bijlage I of de leefgebieden van relevante soorten van de bijlagen II tot IV van hetzelfde decreet; 
in de gebieden met de agrarische planologische bestemmingen dienen de projecten rekening te houden met de landbouwbestemming; 
bij de ontgrinding in agrarische planologische bestemmingen, buiten het rivierbed, dient in de eerste plaats de agrarische herbestemming nagestreefd te worden;
onverminderd de realisatie van de landbouwbestemming, bedoeld in 3° , zal elk project een meetbare meerwaarde realiseren op het vlak van natuur en landschap;
bij de winning van berggrind mag enkel boven de natuurlijke grondwaterspiegel ontgonnen worden.

 


Art. 20quinquies.

De exploitant van een vergunde projectgrindwinning en de houder van de vergunning, vermeld in artikel 20 bis , staan hoofdelijk in voor en dragen de kosten van het afwerken en het uitrusten van de percelen in de projectgrindwinning met het oog op de realisatie van het maatschappelijk project van groot openbaar belang.

 

De exploitant, de vergunninghouder of een vereniging waarvan hij lid is, stelt tot zekerheid van de afwerking en de uitrusting, bij overeenkomst met het projectcomité , een financiële waarborg die voldoet aan de volgende voorwaarden :

voor het afsluiten van de overeenkomst stelt het projectcomité een gedetailleerde begroting op voor alle verwachte uitgaven voor afwerking en uitrusting. Daarbij wordt uitgegaan van de uitrustings- en afwerkingskosten in geval van aanbesteding door het projectcomité , met inbegrip van de toepasselijke btw, vermeerderd met 17 % risico- en coördinatiekosten;
de overeenkomst moet voldoende zekerheid bieden om het afwerken en het uitrusten na de ontgrinding door de exploitant, de vergunninghouder of de vereniging, daadwerkelijk te waarborgen; 
de exploitant, de vergunninghouder of de vereniging stelt een onherroepelijke bankwaarborg die, ingeval de exploitant of de vereniging de verbintenissen tot afwerking en uitrusting niet of slechts gedeeltelijk nakomt, op eerste verzoek kan worden aangesproken; het maximaal te waarborgen bedrag van de bankwaarborg wordt vastgesteld op grond van de door het projectcomité opgestelde begroting van de kosten voor de afwerking en de uitrusting;
het bedrag van de bankwaarborg wordt halfjaarlijks aangepast aan de vordering van de werken, wat inhoudt dat het wordt verhoogd naarmate meer en meer wordt ontgonnen en verminderd naarmate de uitrusting en afwerking vorderen;
de waarborg kan enkel worden vrijgegeven in de mate dat de afwerking en de uitrusting de realisatie van het project toelaten. Dat wordt vastgesteld in een uitdrukkelijke en definitieve aanvaarding door het projectcomité . Bij vaststelling van niet-conforme afwerking en/of uitrusting of bij uitblijven van conforme afwerking en/of uitrusting moet de waarborg vervallen aan het projectcomité . De overeenkomst zal de wijze en de procedure bepalen waarop de conformiteit van de afwerking en uitrusting wordt vastgesteld.

 


Art. 20sexies.

§ 1.

De personen, vermeld in het derde lid, kunnen een projectgrindwinningscomité oprichten dat belast wordt met de volgende taken :

het formuleren van voorstellen voor maatschappelijke projecten van groot openbaar belang waarvan projectgrindwinning een substantieel onderdeel is voor de realisatie van het project;
de voortgangsbewaking van de projectgrindwinning;
de voortgangsbewaking van de uitvoering van de goedgekeurde projecten;
4°  het toezicht op de afwerking en de uitrusting van de projectgrindwinning tijdens en na de beëindiging van de grindwinning;
het sluiten van de in artikel 20 quinquies vermelde overeenkomst. 

 

De oprichting van dit comité en het instellen van zijn bevoegdheden doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van andere overheden om projecten uit te werken.

 

Het projectcomité bestaat uit :

twee vertegenwoordigers, aangewezen door de bestendige deputatie van de provincie Limburg, het betreft de leden van de deputatie, bevoegd voor Ruimtelijke Ordening en Leefmilieu/Natuur of hun afgevaardigden;
de burgemeester van elke grindgemeente die voorkomt op de lijst, vastgesteld conform artikel 7, § 3, of hun afgevaardigde;
twee leden, aangewezen door de VZW Belbag als representatieve organisatie voor de exploitanten van grindwinning;
twee leden, aangewezen door de representatieve landbouworganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal- Economische Raad van Vlaanderen; 
twee leden, aangewezen door representatieve verenigingen die uitsluitend de bescherming van het leefmilieu en de natuur als doel hebben en vertegenwoordigd zijn in de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;
[...]

 

Een ambtenaar van het departement woont de vergaderingen van het projectgrindwinningscomité bij als waarnemer. 

 

Het projectgrindwinningscomité heeft rechtspersoonlijkheid.

 

Het comité zorgt zelf voor de financiering van zijn werking, het noodzakelijke personeel en de noodzakelijke uitrusting.

 

Het mandaat van de leden van het projectgrindwinningscomité is onbezoldigd. Het comité regelt zelf de wijze waarop de leden worden vergoed voor de door hen gemaakte kosten. Deze vergoedingen zijn ten laste van het projectgrindwinningscomité. 

 

§ 2.

Een projectvoorstel of een wijziging van een goedgekeurd projectvoorstel kan in het projectcomité maar worden goedgekeurd indien minstens twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is en wanneer er geen enkele tegenstem is van deze aanwezige of vertegenwoordigde leden tegen het voorstel.

 

Het projectvoorstel mag enkel betrekking hebben op maatschappelijke projecten van groot openbaar belang, en voor zover de projectgrindwinning een substantieel onderdeel is van de realisatie van het project.

 

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de werking van het projectgrindwinningscomité. 

 

§ 3.

Het voorstel moet minimaal omschrijven :

a) welk maatschappelijk relevant doel men met de realisatie van het project wil bereiken;
b) op welke wijze de voorwaarden van artikel 20 quater zullen worden nageleefd; 
c) op welke wijze het doel wordt bereikt waarbij de daartoe meest aangewezen maatregelen worden vermeld die de wetgeving ter beschikking stelt en tegelijkertijd de overheden, organisaties of personen worden aangeduid die deze maatregelen kunnen uitvoeren;
d) op welke wijze de gevolgen van het gerealiseerde doel en de gevolgen van de uitvoering worden onderzocht, waarbij men de daartoe meest aangewezen onderzoeksmaatregelen vermeldt die de wetgeving daarvoor ter beschikking stelt en de overheden, organisaties of personen aanduidt die deze maatregelen kunnen uitvoeren; 
e) op welke wijze het voorstel een impact heeft op de beroepslandbouw via een landbouwgevoeligheidsanalyse en landbouweffectenrapport en in voorkomend geval hoe deze impact via fl ankerende maatregelen dient gecompenseerd te worden;
f) welke adviezen over het project moeten worden ingewonnen;
g) vanaf welk moment de projectgrindwinning kan worden aangevat, onder welke voorwaarden de project- grindwinning kan worden uitgevoerd en wat het minimale niveau van afwerking en uitrusting zal zijn bij de be ë indiging van de grindwinning ter realisatie van de doelstelling van het project en de planologische bestemming; 
h)  op welke wijze het project zal worden ge financierd;
i) wat de gewenste eigendoms- en beheerssituatie van het project is na beëindiging van de projectgrindwinning, wat kan inhouden het formuleren van een plan met betrekking tot het duurzaam beheer van het terrein na uitvoering van de projectgrindwinning; tegelijkertijd worden de overheden, organisaties of personen aangeduid die betrokken zijn bij of instaan voor de uitwerking van deze eigendoms- of beheerssituatie.

 

De Vlaamse Regering kan extra voorschriften in verband met de inhoud van het project bepalen.

 

§ 4.

De Vlaamse Regering kan het voorstel enkel goed- of afkeuren.


Art. 20septies.

Op voorstel van het projectcomité legt de Vlaamse Regering de regels vast betreffende de procedure en de uitvoeringsmodaliteiten inzake het voorbereiden, het uitvoeren en het opvolgen van de projecten in het projectcomité.


Hoofdstuk IV.
Diverse bepalingen


Art. 21.

§ 1.

De Vlaamse regering regelt de bekendmaking van de beslissingen die krachtens dit decreet worden genomen.

 

§ 2.

Tegen elke beslissing van het grindcomité of een subcomité die genomen wordt krachtens dit decreet kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse regering. De Vlaamse regering doet uitspraak binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van het beroepsschrift.

 

§ 3.

Het in § 2 bedoelde beroep kan worden ingediend door:

 

1° de aanvrager of houder van een vergunning;

2° elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon die tengevolge van de betrokken grindwinning rechtstreeks hinder kan ondervinden, alsook elke rechtspersoon die zich de bescherming van het leefmilieu dat door deze hinder kan worden getroffen, tot doel heeft gesteld.

 

§ 4.

Het in § 2 bedoelde beroep wordt, op straffe van verval, ingediend bij aangetekend schrijven gericht tot de Voorzitter van de Vlaamse regering binnen een termijn van dertig dagen na bekendmaking van de bestreden beslissing.

 

De in § 3, 1° en 2°, bedoelde partijen kunnen op eigen verzoek of op verzoek van de regering gehoord worden.

 

De vastgestelde termijn van 3 maand kan bij gemotiveerd besluit door de regering met 30 dagen worden verlengd.

 

Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing wordt genomen, wordt het beroep geacht verworpen te zijn.

De beroep aantekenende partijen worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing van de regering.

 

§ 5.

Het indienen van een beroep schorst de bestreden beslissing niet.


Art. 22.

De houders van een vergunning voor de exploitatie van grind kunnen, zonder schadevergoeding, een einde maken aan de betaling van de bijdragen aan de IML, die door de regering als vervangen door de grindheffing worden aangemerkt.


De bepalingen in de overeenkomst tussen de POM en de Limburgse Berggrind Uitbating betreffende de Verpachting van de Mechelse Hede, inzake de financiële verplichtingen voor de herstructurering, komen te vervallen.  


Voor de grindwinningen die als nevenproduktie van de winning van andere natuurlijke grondstoffen optreden, zoals gedefinieerd onder artikel 2, 10°, kan de Vlaamse regering vrijstelling van heffing verlenen voor wat het gedeelte voor de herstructurering betreft zoals bepaald in artikel 5. Dit houdt in dat het grindcomité niet meer instaat voor de herstructurering van de betrokken ontginningsgebieden en de bestaande verplichtingen van kracht blijven.

 

De Vlaamse regering kan voor alle werken die niet de exploitatie van grind tot doel hebben en waarbij grind als grondstof wordt gewonnen en waarvoor de uitvoerder niet beschikt over een vergunning voor de exploitatie van grind en die worden uitgevoerd vooraleer een einde gemaakt wordt aan elke activiteit van grindwinning in de provincie Limburg, zoals bepaald in artikel 14, een grindheffing opleggen overeenkomstig de bepalingen van artikel 15, onder door de Vlaamse regering nader te bepalen modaliteiten. 


Art. 23.

Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden gerechtigd om de overtreding van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen.

 

De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden maken zich kenbaar door middel van een legitimatiebewijs dat hen machtigt overtredingen op dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen. De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden zijn bevoegd om :

inlichtingen te geven;
waarschuwingen te geven;
een termijn vast te stellen voor de overtreder om zich in regel te stellen;
processen-verbaal op te stellen, waarin alle bevindingen en verhoren, alsook alle vastgestelde inbreuken worden opgetekend.

 

De processen-verbaal, zoals voorzien in het vorige lid, hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is voorzover een afschrift ervan ter kennis wordt gebracht van de overtreder, binnen een termijn van veertien kalenderdagen die een aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding. Wanneer de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, dan wordt deze verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. 

 

Een exemplaar van het proces-verbaal waarbij de overtreding is vastgesteld, wordt binnen dezelfde termijn aan de door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar en, in voorkomend geval, aan het Openbaar Ministerie toegezonden.

 

De door de door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden gemaakte materie ̈le vaststellingen kunnen, met hun bewijskracht, aangewend worden door de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van andere reglementeringen.

 

De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden zijn van ambtswege gemachtigd, zowel bij de heffingsplichtige als, indien een inbreuk is vastgesteld, bij derden, alle inlichtingen te nemen, op te zoeken en in te zamelen die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige.

 

Zij zijn van rechtswege gemachtigd, zowel bij de heffingsplichtige als, indien een inbreuk is vastgesteld, bij derden, alle boeken, stukken en registers op te vragen die kunnen leiden tot de juiste heffing van de heffingsplichtige.

 

Hij die over de gevraagde inlichtingen beschikt, is verplicht deze inlichtingen te verstrekken op ieder verzoek van deze ambtenaren. Hij die over de gevraagde boeken, stukken en registers beschikt, is verplicht deze voor te leggen op ieder verzoek van deze ambtenaren. De ambtenaren kunnen de boeken, stukken en registers meenemen tegen afgifte van een ontvangstbewijs.

 

Elke inlichting, stuk, proces-verbaal of akte, ontdekt of bekomen door de in het eerste lid bedoelde ambtenaar in het uitoefenen van zijn functie, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een dienst van de Vlaamse overheid, de parketten en griffies van hoven en rechtbanken, de administraties van de federale overheid, de provincies en de gemeenten, alsook de openbare instellingen, kan worden ingeroepen voor het opsporen van elke ingevolge dit decreet verschuldigde heffing.

 

De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden zijn gemachtigd preventieve controles uit te voeren, alsook om controles uit te voeren om de juistheid van de gegevens, vermeld bij de aangifte, te controleren.

 

Zij kunnen elk onderzoek, elke controle en enquête instellen, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten worden nageleefd.

 

In de uitoefening van hun ambt kunnen zij de bijstand van de gemeentepolitie of van de rijkswacht vorderen.  

 

Zij hebben bij dag en nacht toegang tot alle instellingen of inrichtingen - woongelegenheden uitgezonderd - als ze redenen hebben om aan te nemen dat dit decreet. of zijn uitvoeringsbesluiten worden overtreden.


Art. 23bis.

§ 1.

Bij niet-aangifte, het te laat indienen of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte, kunnen de op het niet aangegeven productiegedeelte, zoals bepaald in artikel 15, § 2, verschuldigde heffingen vermeerderd worden met een verhoging die wordt bepaald naargelang de ernst van de overtreding, op 10 % tot 100 % van het niet aangegeven productiegedeelte.

 

§ 2.

De houders van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind in een grindwinning, waarvoor proces-verbaal werd opgemaakt wegens ontduiking van artikel 15, kan per inbreuk een administratieve geldboete worden opgelegd van 1 000 euro tot 10 000 euro. De heffing op de ontdoken hoeveelheid grind wordt ambtshalve opgelegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, § 3 bis.

 

De administratieve geldboete is in alle gevallen alleen van toepassing op de betrokken houder van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind in een grindwinning.

 

Indien binnen de drie jaar, te rekenen vanaf de datum van het proces-verbaal, een nieuwe overtreding wordt vastgesteld, worden de in het eerste lid genoemde bedragen verdubbeld.

 

Deze paragraaf is niet van toepassing op de inbreuken zoals bepaald in artikel 24, 3°.

 

§ 3.

De daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar beslist in de in dit artikel vermelde gevallen, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voren te brengen, of er een verhoging of administratieve geldboete moet worden opgelegd.

 

De Vlaamse regering regelt de nadere modaliteiten en de termijnen aangaande de in het vorige lid vermelde verweermogelijkheid.

 

Indien de bevoegde ambtenaar beslist een verhoging of administratieve geldboete op te leggen, vermeldt zijn beslissing het bedrag, is het met redenen omkleed en vermeldt het tevens de tekst van artikel 15, § 8, eerste lid, en de termijn waarbinnen het bedrag dient betaald te worden.

 

De in het vorige lid vermelde beslissing wordt bij een ter post aangetekend schrijven aan de betrokkene en, in voorkomend geval, de eigenaar van de gronden ter kennis gegeven.

 

De betaling van de verhoging of de administratieve geldboete maakt een einde aan de administratieve vordering.

 

§ 4.

Artikel 15, §§ 8 tot 11 zijn van overeenkomstige toepassing op dit artikel.

 

§ 5.

De beslissing om een verhoging of administratieve geldboete op te leggen kan niet meer genomen worden na verloop van twee jaar.

 

De in het eerste lid vermelde verjaringstermijn neemt een aanvang vanaf :

de datum waarop de betreffende aangifte verplicht ingediend moest zijn in de gevallen zoals voorzien in § 1; 
de datum van de kennisgeving van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder in de gevallen zoals voorzien in § 2.

 

 

§ 6.

De daden van onderzoek, met inbegrip van de in § 3 aan de betrokkene geboden mogelijkheid om zijn verweermiddelen naar voren te brengen, stuiten de loop ervan. Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen.


Art. 24.

Met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen, wordt gestraft:

1°  hij die het hem krachtens artikel16, § 1, toegewezen produktiequotum overschrijdt; 
hij die het bij dit decreet geregelde toezicht verhindert;
hij die in de provincie Limburg onwettig grind exploiteert.

 


Art. 25.

Het eerste lid van artikel 18 treedt in werking zes maanden na de bekendmaking van dit decreet