Grinddecreet
Decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning

Hoofdstuk I.
Bepalingen


Artikel 1.

Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.


Art. 2.

Voor de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:

fonds : het fonds dat uitsluitend dient voor de regeling van de grindwinning, ook grindfonds genoemd;
Sociaal Fonds: fonds voor bestaanszekerheid dat werkzaam is in het 102.06 Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg  met uitzondering van de witzandexploitaties;
het departement: het Departement Omgeving;
POM : Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Limburg, publiekrechtelijke instelling die opgericht is met toepassing van het decreet van 7 mei 2004, houdende vaststelling van het kader tot oprichting van de provinciale ontwikkelingsmaatschappijen (POM) en erkend door de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 3 van het voormelde decreet;
grind: de fractie van het afbraakmateriaal van vast gesteende in diluviale gronden en op de bodem van rivieren die niet door een door de het departement aanvaarde zeef met een maaswijdte van 4 mm gaat. Fracties die de 4 mm overlappen worden eveneens als grind beschouwd;
[...]
berggrind : grind dat gewonnen wordt op het Plateau van de Kempen;
valleigrind :grind dat gewonnen wordt in de alluviale vlakte van de Maas, inclusief de terrassen tot aan de steilrand van het Plateau van de Kempen;
grindwinning: de ontgronding van natuurlijke grondstoffen waarvan het percentage grind op kalenderjaarbasis ten minste 20 % bedraagt;
10° grindwinning als nevenproduktie: elke grindwinning waarvan het percentage grind op kalenderjaarbasis minder dan 50 % en meer dan 20 % bedraagt;
11° grindheffing: de heffing die de houders van vergunningen met toepassing van dit decreet hebben betaald voor de exploitatie van grind in een grindwinning en die werd berekend op het gewonnen tonnage grind;
12° productiequotum: het maximale tonnage aan grindwinning dat de Vlaamse Regering op grond van dit decreet en met het oog op de afbouw van de grindwinning in de provincie Limburg tweejaarlijks heeft vastgesteld en verdeeld onder de houders van de vergunning voor de exploitatie van een grindwinning;
13° structuurvisie : een plan dat de belangrijkste beleidsdoeleinden en beleidsmaatregelen aangeeft voor de verschillende ruimtebehoevende activiteiten en ruimtelijke relaties in een bepaald gebied. Het vormt de basis voor de contrete plannen van de ruimtelijke ordening. Het omvat een richtplan, een structuurkader en een actieplan.
14° afwerken : het uitvoeren van grondwerken met het oog op de realisatie van het nabestemmingsplan en het naleven van de voorwaarden met betrekking tot het reliëf, zoals bepaald in de milieu- en stedebouwkundige vergunning
15° uitrusten : het uitvoeren van de infrastructuur- en de inrichtingswerken na het afwerken, met inbegrip van alle maatregelen ter realisatie van de nabestemming
16° grindwinning bij infrastructuurwerken : de bedoelde of onbedoelde grindwinning die optreedt bij werken aan of het aanleggen van infrastructuur van algemeen belang die zelf niet de exploitatie van grind tot doel hebben;
17° projectgrindwinning : de grindwinning die gepaard gaat met de realisatie van een maatschappelijk project van groot openbaar belang dat op zichzelf niet gericht is op het winnen van grind;
18° project : een geheel van activiteiten houdende de uitvoering van werken, de totstandbrenging en in voorkomend geval de exploitatie van installaties, werkzaamheden of andere ingrepen in het milieu, dat maatschap- pelijk van groot openbaar belang is, dat op zichzelf niet gericht is op het winnen van grind maar waarvan de projectgrindwinning een substantieel onderdeel is en te realiseren is in een gemeente die voorkomt op de lijst, vastgesteld conform artikel 5, § 4;
19° projectcomité : het projectgrindwinningscomité zoals omschreven in artikel 20 sexies.

 


Hoofdstuk II.
Het Grindfonds


Art. 3.

§ 1.

Er wordt een grindfonds opgericht, hierna te noemen het fonds. [...]

 

§ 2.

Het grindfonds heeft rechtspersoonlijkheid. Het wordt opgericht als een instelling van categorie A in de zin van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. De bepalingen van die wet zijn op het fonds van toepassing voor zover er in dit decreet niet wordt van afgeweken.

 

§ 3.

De middelen van het fonds bestaan uit:

de opbrengsten van de grindheffing die is opgelegd aan de houders van een vergunning voor de exploitatie van een grindwinning;
de waarborgen die de houders van de vergunningen voor de exploitatie van een grindwinning hebben gesteld om de afwerking van het grindwinningsgebied te garanderen, voor zover die waarborgen met toepassing van dit decreet aan het grindcomité toegewezen zijn;
de administratieve geldboeten en verhogingen die worden opgelegd ingeval de bepalingen van dit decreet niet worden nageleefd;
de intresten op de middelen die op basis van punt 1°, 2° en 3° aan het fonds zijn toegewezen.

 

§ 4.

Het fonds neemt voor zijn rekening de uitgaven die [...] voortvloeien uit:

de maatregelen die de Vlaamse Regering of het grindcomité op grond van dit decreet neemt met betrekking tot de grindwinning of de afwerking van de grindwinningsgebieden;

de schadevergoedingen die voortvloeien uit de maatregelen met betrekking tot de grindwinning genomen in het kader van dit decreet en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde gerechtelijke instanties hierover een in kracht van gewijsde gedane uitspraak hebben gedaan.

de financiering van sociaal-economische en ecologische hefboomprojecten in de grindgebieden tot een totaal historisch maximumbedrag van 2.505.000 euro;
de financiering van wetenschappelijke projecten met het oog op de versterking van het sociaal-economisch weefsel in Limburg tot een totaal historisch maximumbedrag van 4.200.000 euro; 
de financiering van een reconversieproject in de landbouw tot een totaal historisch maximumbedrag van 1.200.000 euro; 
de financiering van de administratieve en technische ondersteuning van het projectgrindwinningscomité , vermeld in artikel 20 sexies voor een maximumbedrag van 60.000 euro per jaar en tot de uitputting van de middelen van het Grindfonds; 
de beslissingen waarvoor bij dit decreet de betaling ten laste van het fonds wordt gelegd. 

 

§ 5.

De Vlaamse regering beheert het fonds en stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden van haar diensten ter beschikking van het fonds. Bij het beheer van het fonds houdt de regering rekening met de adviezen van het grindcomité bedoeld in artikel 7. De regering kan van dit advies slechts bij gemotiveerd besluit afwijken.

 

§ 6.

De Vlaamse regering stelt jaarlijks een verslag op over de werking en het beheer van het fonds. Het verslag wordt aan het Vlaams Parlement meegedeeld.

 

§ 7.

De aanvragen voor de financiering van de uitgaven, vermeld in paragraaf 4, 3° tot en met 6°, worden door de Vlaamse Regering goedgekeurd binnen de begrotingskredieten die daartoe in de begroting van het Grindfonds zijn bestemd, tot de aangegeven maxima.


Afdeling 1.
Het grindcomité


Art. 4.

Binnen het grindfonds wordt een grindcomité opgericht.

 

[...]

 

Het grindcomité bezit rechtspersoonlijkheid.


Art. 5.

§ 1.

Het grindcomité bestaat uit de volgende leden:

twee vertegenwoordigers, aangewezen door de deputatie van de provincie Limburg. Het gaat om de leden van de deputatie die bevoegd zijn voor de ruimtelijke ordening en het leefmilieu of de natuur, of hun afgevaardigden;
de burgemeester van elke grindgemeente die voorkomt op de lijst, vastgesteld conform artikel 5, § 4, of zijn afgevaardigde;
twee leden, aangewezen door de vzw Belbag als representatieve organisatie voor de exploitanten van een grindwinning;
twee leden, aangewezen door de representatieve landbouworganisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
twee leden, aangewezen door representatieve verenigingen die uitsluitend de bescherming van het leefmilieu en de natuur als doel hebben en vertegenwoordigd zijn in de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen.

 

Een ambtenaar van het departement woont de vergaderingen van het grindcomité bij als raadgever. 

 

§ 2.

Het comité wijst onder haar leden een voorzitter aan.

 

§ 3.

Het mandaat van de leden van het grindcomité is onbezoldigd. Het comité regelt zelf de wijze waarop de leden worden vergoed voor de kosten die ze in het kader van hun opdracht hebben gemaakt. Die vergoedingen zijn ten laste van het Grindfonds.

 

§ 4.

De Vlaamse Regering stelt een lijst vast van de gemeenten die aangewezen worden als grindgemeente. Het gaat om de gemeenten in de provincie Limburg die op hun grondgebied een grindwinning hebben als vermeld in artikel 2, 9°, ongeacht of die actief is op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet.
 


Afdeling 2.
Toezicht op de werking van het grindcomité [...]


Art. 6.

De beslissingen van het grindcomité [...] worden bij aangetekend schrijven ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen en modaliteiten.

 

[...]

 

Wanneer de Vlaamse regering binnen veertig kalenderdagen, volgend op de ontvangst van de beslissing, aan hetgrindcomité geen kennis heeft gegeven van haar beslissing, wordt de Vlaamse regering geacht haar goedkeuring te hebben verleend. Bij een met redenen omkleed aangetekend schrijven, gericht aan het grindcomité [...], kan de Vlaamse regering de voormelde termijn éénmalig verlengen met een periode van 40 kalenderdagen.


De Vlaamse regering kan de in artikel 7, bedoelde maatregelen nemen ter aanvulling van de maatregelen genomen door het grindcomité of in de plaats van het grindcomité, indien dit comité geen beslissing neemt ten aanzien van een haar door de Vlaamse regering voorgelegde aangelegenheid binnen een termijn van drie maanden.


Het grindcomité brengt jaarlijks verslag uit bij de Vlaamse regering betreffende zijn werkzaamheden [...], alsook telkenmale de regering daarom verzoekt. Het jaarverslag wordt tevens meegedeeld aan het Vlaams Parlement, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen.


De in dit decreet bepaalde opdrachten van het grindcomité [...] doen geen afbreuk aan de bevoegdheden van andere instellingen of personen van publiek recht.


Afdeling 3.
De opdracht van het grindcomité


Art. 7.

De opdracht van het grindcomité bestaat erin:

advies te verstrekken over het beheer van het Grindfonds;
te zorgen voor het uitrusten van de afgewerkte grindwinningsgebieden in het kader van de structuurvisie die blijkt uit het beleidsplan, met inbegrip van het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu van de voormelde gebieden en de aanpalende omgeving. De uitgaven voor het uitrusten van de grindwinningsgebieden via maatregelen die het grindcomité in het kader van dit decreet neemt, bedragen maximaal 15.100.000 euro. Dat bedrag wordt door het grindcomité vermeerderd met 6.850.000 euro, dat in drie gelijke delen wordt verdeeld over de valleigrindgebieden in de gemeenten Kinrooi, Maaseik en Dilsen-Stokkem, en met 500.000 euro, dat wordt verdeeld over de berggrindgebieden in de gemeenten Dilsen-Stokkem, Maasmechelen en As;
toezicht te houden op de naleving van de productiequota;
in voorkomend geval, het gebied te laten afwerken na de ontgrinding;
toezicht te houden op het afwerken en uitrusten van de grindwinningsgebieden;
de structuurvisie op te maken, te actualiseren en af te stemmen op de vigerende regelgeving.

Afdeling 4.
De uitvoering van de beslissingen van het grindcomité


Art. 8.

Voor de materiële voorbereiding of de uitvoering van zijn beslissingen kan het grindcomité een beroep doen op derden. Het kan ook deeltaken bij overeenkomst toevertrouwen aan derden.


Het grindcomité doet daarvoor bij voorkeur een beroep op de POM of op de provincie Limburg.


De derden waarop het grindcomité een beroep doet, worden voor hun kosten vergoed. Die vergoedingen zijn ten laste van het Grindfonds.

 

De overeenkomsten met derden worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering.


Art. 9. [...]

Afdeling 5.
Het herstructureringscomité


Art. 10. [...]

Afdeling 6.
Het sociaal comité


Art. 11. [...]

Afdeling 7.
Het onderzoekscomité


Art. 12. [...]

Afdeling 8.
De uitvoering van de beslissingen van de comités


Art. 13. [...]

Hoofdstuk III.
Maatregelen betreffende de grindwinning


Art. 14.

§ 1.

In de provincie Limburg wordt een einde gemaakt aan elke activiteit van grindwinning zodra de totale grindwinning in de grindwinningsgebieden die krachtens dit decreet worden aangeduid, het toegewezen quotum van 41 400 000 ton berggrind en 59 500 000 ton valleigrind bereikt heeft. Op deze tonnages zijn enkel correcties mogelijk ingevolge eerder in het kader van het decreet genomen beslissingen omtrent overmachtsituaties en in het kader van zuinig ruimtegebruik en de uitvoering van het principe van optimale ontginning voor de hoeveelheden grind in de vergunde grindwinningsgebieden.

 

Als uitzondering op het verbod in § 1, eerste lid, wordt voor het bepalen van de vermelde quota geen rekening gehouden met :

a) het grind, gewonnen als nevenproductie bij de winning van het onderliggende kwartszand;
b) het grind, gewonnen bij infrastructuurwerken toegestaan volgens de bepalingen in artikel 14 bis ;
c) het grind, gewonnen bij de realisatie van projectgrindwinning, toegestaan volgens de bepalingen van hoofdstuk III bis.

 

§ 2.

De houders van een vergunning voor grindwinning verwijderen alle uitrustingen en installaties van de betrokken grindwinningsgebieden binnen een jaar nadat de toegewezen quota ontgonnen zijn. Een uitzondering kan gemaakt worden voor deze werken en activiteiten die dienen voor het afwerken en uitrusten van de betreffende grindwinningsgebieden.


Art. 14bis.

Bij het aanleggen van of bij het uitvoeren van werkzaamheden aan infrastructuurwerken van algemeen belang als vermeld in artikel 2, 1°, 2°, 3° en 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, waarvoor een bestuurlijke overheid optreedt als initiatiefnemer, kan de Vlaamse Regering de grindwinning toestaan aan de houder van de omgevingsvergunning.


De grindwinning bij infrastructuurwerken blijft beperkt tot de projectzone waarop het infrastructuurwerk wordt gerealiseerd. De projectzone omvat de kadastrale percelen waarop het eigenlijke infrastructuurwerk wordt gerealiseerd, met inbegrip van de definitieve bergingszone van de ontgraven gronden.


In het besluit dat de Vlaamse Regering daartoe uitvaardigt, bakent ze, op voorstel van het departement, de projectzone af.


Artikel 3 tot en met 8 en artikel 20bis tot en met 20septies zijn niet van toepassing op de grindwinning bij de infrastructuurwerken van algemeen belang, vermeld in het eerste lid.
 


Art. 15. [...]

Art. 15bis.

[...]


Art. 16. [...]

Art. 17. [...]

Art. 18. [...]

Art. 19. [...]

Art. 20. [...]

Hoofdstuk IIIbis.
De maatregelen betreffende de projectgrindwinning


Art. 20bis.

De Vlaamse Regering kan de grindwinning toestaan op de percelen waar maatschappelijke projecten van groot openbaar belang worden gerealiseerd.

 

Daartoe verleent de Vlaamse Regering aan de houder van de omgevingsvergunning voor de werken, vermeld in het maatschappelijk project of aan een kandidaat-exploitant tot grindwinning, een vergunning tot projectgrindwinning.

 

De uitvoerbaarheid van en de voorwaarden voor de projectgrindwinning worden in de vergunning bepaald in overeenstemming met het project zoals vastgelegd in het projectcomité en goedgekeurd door de Vlaamse Regering volgens de bepalingen van artikel 20 sexies.

 

Artikel 3 tot en met 8, artikel 9 en artikel 14bis zijn niet van toepassing op de projectgrindwinning.


Art. 20ter.

De exploitant van een vergunde projectgrindwinning en de houder van de vergunning zijn er hoofdelijk toe gehouden :

te ontginnen op een wijze dat er een maximale wederzijdse versterking ontstaat tussen de economische componenten, de sociale componenten en de milieucomponenten;
optimaal te ontginnen binnen de projectgrindwinning op basis van een zuinig ruimtegebruik.

 


Art. 20quater.

Voor de projectgrindwinningen gelden in elk geval de volgende voorwaarden :

in een rivierbed is projectgrindwinning enkel mogelijk bij projecten die tot doel hebben de realisatie van de doelstelling bedoeld in artikel 5, 6° , van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, of het herstel en de ontwikkeling van de relevante habitats van bijlage I of de leefgebieden van relevante soorten van de bijlagen II tot IV van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
de projecten binnen de perimeter van de speciale beschermingszones, als bedoeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu moeten het herstel en de ontwikkeling tot doel hebben van de relevante habitats van bijlage I of de leefgebieden van relevante soorten van de bijlagen II tot IV van hetzelfde decreet; 
in de gebieden met de agrarische planologische bestemmingen dienen de projecten rekening te houden met de landbouwbestemming; 
bij de ontgrinding in agrarische planologische bestemmingen, buiten het rivierbed, dient in de eerste plaats de agrarische herbestemming nagestreefd te worden;
onverminderd de realisatie van de landbouwbestemming, bedoeld in 3° , zal elk project een meetbare meerwaarde realiseren op het vlak van natuur en landschap;
bij de winning van berggrind mag enkel boven de natuurlijke grondwaterspiegel ontgonnen worden.

 


Art. 20quinquies.

De exploitant van een vergunde projectgrindwinning en de houder van de vergunning, vermeld in artikel 20bis, zijn hoofdelijk gehouden voor het afwerken en uitrusten van de percelen in de projectgrindwinning met het oog op de realisatie van het maatschappelijk project van groot openbaar belang, en dragen de kosten daarvan.


De exploitant, de vergunninghouder of een vereniging waarvan hij lid is, stelt tot zekerheid van die afwerking en uitrusting in een overeenkomst met het project-comité een financiële waarborg van 5 procent van alle verwachte uitgaven voor de afwerking en uitrusting van het te ontginnen gebied.


Die waarborg voldoet aan de onderstaande voorwaarden:

de exploitant, de vergunninghouder of een vereniging waarvan hij lid is, legt vóór de start van de ontginning aan het projectcomité een gedetailleerde begroting voor van alle verwachte uitgaven voor afwerking en uitrusting;
de exploitant, de vergunninghouder of de vereniging stelt een onherroepelijke bankwaarborg van 5 procent van alle verwachte uitgaven voor de afwerking en uitrusting zoals die werden begroot;
de uitvoering van de projectgrindwinningsvergunning wordt geschorst tot het projectcomité de begroting heeft goedgekeurd en de waarborg volledig gesteld is;
de waarborg kan alleen definitief en volledig worden vrijgegeven op het ogenblik dat het te ontginnen gebied volledig en conform afgewerkt en uitgerust is. Dat wordt vastgesteld in een uitdrukkelijke en definitieve aanvaarding door het projectcomité. De overeenkomst, vermeld in het tweede lid, bepaalt de wijze en de procedure waarop de volledigheid en conformiteit van de afwerking en uitrusting worden vastgesteld;
als de projectgrindwinning voor het te ontginnen gebied en de bijbehorende uitrusting en afwerking in fases wordt uitgevoerd, stelt het projectcomité de conformiteit van de afwerking en uitrusting per fase vast. De fases worden vastgesteld in de overeenkomst, vermeld in het tweede lid. De volledige en conforme uitrusting en afwerking van een fase worden vastgesteld door het projectcomité, maar die vaststelling leidt niet tot de vrijgave van enig deel van de waarborg;
als wordt vastgesteld dat de afwerking en/of uitrusting niet conform is, of als een conforme afwerking en/of uitrusting uitblijft, hetzij van een fase, hetzij van het volledig te ontginnen gebied, vervalt de waarborg en wordt ze toegewezen aan het projectcomité voor het bedrag dat in de begroting is vastgesteld om de afwerking en/of uitrusting volledig en conform te voltooien;
het projectcomité kan de gestelde bankwaarborg op een eerste verzoek aanspreken.

 

Als de waarborg niet toereikend is, vult de exploitant, de vergunninghouder of de vereniging waarvan hij lid is, het tekort aan op grond van de aansprakelijkheid, vermeld in het eerste lid, en betaalt hij dat tekort uit aan het projectcomité.

 

 

Na het vervallen van de waarborg is het de taak van het projectcomité om de afwerking en uitrusting volledig en conform te voltooien voor de fase of het ontgonnen gebied in kwestie.

 

Als een bedrag van de waarborg voor een fase is vervallen en aan het projectcomité is toegewezen, en de grindwinning voor andere fases wordt voortgezet, dan vult de exploitant, de vergunninghouder of een vereniging waarvan hij lid is de financiële waarborg binnen drie maanden weer aan tot 5 procent van alle verwachte uitgaven voor de afwerking en uitrusting van het te ontginnen gebied. De bepalingen van het derde lid zijn in dat geval integraal van toepassing.


Art. 20sexies.

§ 1.

De personen, vermeld in het derde lid, kunnen een projectgrindwinningscomité oprichten dat belast wordt met de volgende taken :

het formuleren van voorstellen voor maatschappelijke projecten van groot openbaar belang waarvan projectgrindwinning een substantieel onderdeel is voor de realisatie van het project;
de voortgangsbewaking van de projectgrindwinning;
de voortgangsbewaking van de uitvoering van de goedgekeurde projecten;
4°  het toezicht op de afwerking en de uitrusting van de projectgrindwinning tijdens en na de beëindiging van de grindwinning;
het sluiten van de in artikel 20 quinquies vermelde overeenkomst. 

 

De oprichting van dit comité en het instellen van zijn bevoegdheden doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van andere overheden om projecten uit te werken.

 

Het projectcomité bestaat uit :

twee vertegenwoordigers, aangewezen door de [...] deputatie van de provincie Limburg, het betreft de leden van de deputatie, bevoegd voor Ruimtelijke Ordening en Leefmilieu/Natuur of hun afgevaardigden;
de burgemeester van elke grindgemeente die voorkomt op de lijst, vastgesteld conform artikel 5, § 4, of hun afgevaardigde;
twee leden, aangewezen door de VZW Belbag als representatieve organisatie voor de exploitanten van grindwinning;
twee leden, aangewezen door de representatieve landbouworganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal- Economische Raad van Vlaanderen; 
twee leden, aangewezen door representatieve verenigingen die uitsluitend de bescherming van het leefmilieu en de natuur als doel hebben en vertegenwoordigd zijn in de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;
[...]

 

Een ambtenaar van het departement woont de vergaderingen van het projectgrindwinningscomité bij als raadgever. 

 

Het projectgrindwinningscomité heeft rechtspersoonlijkheid.

 

Het comité zorgt zelf voor de financiering van zijn werking, het noodzakelijke personeel en de noodzakelijke uitrusting. Het comité kan daarvoor een beroep doen op de diensten of de personeelsleden die de Vlaamse Regering als
ondersteuning ter beschikking van het comité stelt, of op de diensten of de personeelsleden die de POM of de provincie Limburg aan het comité ter beschikking stelt.

 

Het mandaat van de leden van het projectgrindwinningscomité is onbezoldigd. Het comité regelt zelf de wijze waarop de leden worden vergoed voor de door hen gemaakte kosten. Deze vergoedingen zijn ten laste van het projectgrindwinningscomité. 

 

§ 2.

Een projectvoorstel of een wijziging van een goedgekeurd projectvoorstel kan in het projectcomité maar worden goedgekeurd indien minstens twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is en wanneer er geen enkele tegenstem is van deze aanwezige of vertegenwoordigde leden tegen het voorstel.

 

Het projectvoorstel mag enkel betrekking hebben op maatschappelijke projecten van groot openbaar belang, en voor zover de projectgrindwinning een substantieel onderdeel is van de realisatie van het project.

 

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de werking van het projectgrindwinningscomité. 

 

§ 3.

Het voorstel moet minimaal omschrijven :

a) welk maatschappelijk relevant doel men met de realisatie van het project wil bereiken;
b) op welke wijze de voorwaarden van artikel 20 quater zullen worden nageleefd; 
c) op welke wijze het doel wordt bereikt waarbij de daartoe meest aangewezen maatregelen worden vermeld die de wetgeving ter beschikking stelt en tegelijkertijd de overheden, organisaties of personen worden aangeduid die deze maatregelen kunnen uitvoeren;
d) op welke wijze de gevolgen van het gerealiseerde doel en de gevolgen van de uitvoering worden onderzocht, waarbij men de daartoe meest aangewezen onderzoeksmaatregelen vermeldt die de wetgeving daarvoor ter beschikking stelt en de overheden, organisaties of personen aanduidt die deze maatregelen kunnen uitvoeren; 
e) op welke wijze het voorstel een impact heeft op de beroepslandbouw via een landbouwgevoeligheidsanalyse en landbouweffectenrapport en in voorkomend geval hoe deze impact via fl ankerende maatregelen dient gecompenseerd te worden;
f) welke adviezen over het project moeten worden ingewonnen;
g) vanaf welk moment de projectgrindwinning kan worden aangevat, onder welke voorwaarden de project- grindwinning kan worden uitgevoerd en wat het minimale niveau van afwerking en uitrusting zal zijn bij de be ë indiging van de grindwinning ter realisatie van de doelstelling van het project en de planologische bestemming; 
h)  op welke wijze het project zal worden ge financierd;
i) wat de gewenste eigendoms- en beheerssituatie van het project is na beëindiging van de projectgrindwinning, wat kan inhouden het formuleren van een plan met betrekking tot het duurzaam beheer van het terrein na uitvoering van de projectgrindwinning; tegelijkertijd worden de overheden, organisaties of personen aangeduid die betrokken zijn bij of instaan voor de uitwerking van deze eigendoms- of beheerssituatie.

 

De Vlaamse Regering kan extra voorschriften in verband met de inhoud van het project bepalen.

 

§ 4.

De Vlaamse Regering kan het voorstel enkel goed- of afkeuren.


Art. 20septies.

Op voorstel van het projectcomité legt de Vlaamse Regering de regels vast betreffende de procedure en de uitvoeringsmodaliteiten inzake het voorbereiden, het uitvoeren en het opvolgen van de projecten in het projectcomité.


Hoofdstuk IV.
Diverse bepalingen


Art. 21. [...]

Art. 22. [...]

Art. 23.

Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden gerechtigd om de overtreding van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen.

 

De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden maken zich kenbaar door middel van een legitimatiebewijs dat hen machtigt overtredingen op dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen. De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden zijn bevoegd om :

inlichtingen te geven;
waarschuwingen te geven;
een termijn vast te stellen voor de overtreder om zich in regel te stellen;
processen-verbaal op te stellen, waarin alle bevindingen en verhoren, alsook alle vastgestelde inbreuken worden opgetekend.

 

De processen-verbaal, zoals voorzien in het vorige lid, hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is voorzover een afschrift ervan ter kennis wordt gebracht van de overtreder, binnen een termijn van veertien kalenderdagen die een aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding. Wanneer de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, dan wordt deze verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. 

 

Een exemplaar van het proces-verbaal waarbij de overtreding is vastgesteld, wordt binnen dezelfde termijn aan de door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar en, in voorkomend geval, aan het Openbaar Ministerie toegezonden.

 

De door de door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden gemaakte materie ̈le vaststellingen kunnen, met hun bewijskracht, aangewend worden door de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van andere reglementeringen.

 

De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden zijn van ambtswege gemachtigd, zowel bij de heffingsplichtige als, indien een inbreuk is vastgesteld, bij derden, alle inlichtingen te nemen, op te zoeken en in te zamelen die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige.

 

Zij zijn van rechtswege gemachtigd, zowel bij de heffingsplichtige als, indien een inbreuk is vastgesteld, bij derden, alle boeken, stukken en registers op te vragen die kunnen leiden tot de juiste heffing van de heffingsplichtige.

 

Hij die over de gevraagde inlichtingen beschikt, is verplicht deze inlichtingen te verstrekken op ieder verzoek van deze ambtenaren. Hij die over de gevraagde boeken, stukken en registers beschikt, is verplicht deze voor te leggen op ieder verzoek van deze ambtenaren. De ambtenaren kunnen de boeken, stukken en registers meenemen tegen afgifte van een ontvangstbewijs.

 

Elke inlichting, stuk, proces-verbaal of akte, ontdekt of bekomen door de in het eerste lid bedoelde ambtenaar in het uitoefenen van zijn functie, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een dienst van de Vlaamse overheid, de parketten en griffies van hoven en rechtbanken, de administraties van de federale overheid, de provincies en de gemeenten, alsook de openbare instellingen, kan worden ingeroepen voor het opsporen van elke ingevolge dit decreet verschuldigde heffing.

 

De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden zijn gemachtigd preventieve controles uit te voeren, alsook om controles uit te voeren om de juistheid van de gegevens, vermeld bij de aangifte, te controleren.

 

Zij kunnen elk onderzoek, elke controle en enquête instellen, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten worden nageleefd.

 

In de uitoefening van hun ambt kunnen zij de bijstand van de gemeentepolitie of van de rijkswacht vorderen.  

 

Zij hebben bij dag en nacht toegang tot alle instellingen of inrichtingen - woongelegenheden uitgezonderd - als ze redenen hebben om aan te nemen dat dit decreet. of zijn uitvoeringsbesluiten worden overtreden.


Art. 23bis. [...]

Art. 24.

Met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen, wordt gestraft:

1°  hij die het hem [...] toegewezen produktiequotum overschrijdt; 
hij die het bij dit decreet geregelde toezicht verhindert;
hij die in de provincie Limburg onwettig grind exploiteert.

 


Art. 25. [...]