Hoofdstuk II.
Het Grindfonds


Art. 3.

§ 1.

Er wordt een grindfonds opgericht, hierna te noemen het fonds. [...]

 

§ 2.

Het grindfonds heeft rechtspersoonlijkheid. Het wordt opgericht als een instelling van categorie A in de zin van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. De bepalingen van die wet zijn op het fonds van toepassing voor zover er in dit decreet niet wordt van afgeweken.

 

§ 3.

De middelen voor het fonds zijn:

1°  de opbrengsten van de in artikel 15 bedoelde grindheffing;
de interesten op de overeenkomstig 1° aan het fonds toegewezen middelen, en de administratieve geldboeten en verhogingen die opgelegd worden krachtens artikel 23 bis, §2;
in voorkomend geval, de waarborgen die krachtens artikel 15 bis werden opgelegd aan de houders van een krachtens artikel 16 toegewezen productiequotum alsmede, in voorkomend geval, de interesten op deze waarborgen.

 

§ 4.

Het fonds neemt voor zijn rekening de uitgaven die [...] voortvloeien uit:

de maatregelen met betrekking tot de grindwinning die in het kader van dit decreet worden getroffen door de Vlaamse regering of het grindcomité en de subcomités, bedoeld in artikel 4;
de schadevergoedingen die voortvloeien uit de maatregelen met betrekking tot de grindwinning genomen in het kader van dit decreet en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde gerechtelijke instanties hierover een in kracht van gewijsde gedane uitspraak hebben gedaan.
de financiering van sociaal-economische en ecologische hefboomprojecten in de grindgebieden;
de financiering van wetenschappelijke projecten met het oog op de versterking van het sociaal-economisch weefsel in Limburg; 
de financiering van een reconversieproject in de landbouw; 
de financiering van de administratieve en technische ondersteuning van het projectgrindwinningscomité , vermeld in artikel 20 sexies ; 
de overdracht van een deel van de middelen van het fonds naar de algemene middelen van het Vlaamse Gewest in het begrotingsjaar 2013. 

 

§ 5.

De Vlaamse regering beheert het fonds en stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden van haar diensten ter beschikking van het fonds. Bij het beheer van het fonds houdt de regering rekening met de adviezen van het grindcomité bedoeld in de artikelen 5 en 9. De regering kan van dit advies slechts bij gemotiveerd besluit afwijken.

 

§ 6.

De Vlaamse regering stelt jaarlijks een verslag op over de werking en het beheer van het fonds. Het verslag wordt aan het Vlaams Parlement meegedeeld.


Afdeling 1.
Aanwending van de middelen van het grindfonds


Art. 4.

Binnen het grindfonds wordt een grindcomité opgericht.


Binnen het grindcomité worden 3 subcomités opgericht:

– het herstructureringscomité;

– het sociaal comité;

– het onderzoekscomité.

 

Het grindcomité en de subcomités bezitten rechtspersoonlijkheid.


Art. 5.

Met ingang van 1 januari 2013 worden alle bestaande en nieuwe middelen van het grindfonds voor de werkingsterreinen van de in artikel 4 bedoelde grindcomités samengevoegd.

 

De uitgaven voor het uitrusten van de grindwinningsgebieden via maatregelen die in het kader van dit decreet worden getroffen door het herstructureringscomité bedragen maximaal 15.100.000 euro, vermeerderd met een bedrag van 6.850.000 euro dat in drie gelijke delen wordt verdeeld over de valleigrindgebieden in de gemeenten Kinrooi, Maaseik en Dilsen-Stokkem, en vermeerderd met een bedrag van 500.000 euro dat nog door het herstructureringscomité moet worden verdeeld over de berggrindgebieden in de gemeenten Dilsen-Stokkem, Maasmechelen en As.

 

Aanvragen voor de financiering van de uitgaven, vermeld in artikel 3, § 4, 3° ,4° en 5 worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering binnen de daartoe in de begroting van het grindfonds bestemde begrotingskredieten en voor een maximumbedrag van respectievelijk 2.505.000 euro, 4.200.000 euro en 1.200.000 euro.

 

Aanvragen voor de financiering van de uitgaven, vermeld in artikel 3, § 4, 6° , worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering binnen de daartoe in de begroting van het grindfonds bestemde begrotingskredieten en voor een maximumbedrag van 60.000 euro per jaar en tot de uitputting van de middelen van het grindfonds.


Afdeling 2.
Toezicht op de werking van het grindcomité en de subcomités


Art. 6.

De beslissingen van het grindcomité en de drie subcomités bedoeld in artikel 4 worden bij aangetekend schrijven ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen en modaliteiten.

 

De beslissingen van de subcomités dienen vergezeld te zijn van het in artikel 9, 3°, vermelde advies van het grindcomité. De in het volgende lid vermelde termijn gaat bij de beslissingen van de subcomités in vanaf de kennisgeving van het advies van het grindcomité.

 

Wanneer de Vlaamse regering binnen veertig kalenderdagen, volgend op de ontvangst van de beslissing, aan het betrokken comité geen kennis heeft gegeven van haar beslissing, wordt de Vlaamse regering geacht haar goedkeuring te hebben verleend. Bij een met redenen omkleed aangetekend schrijven, gericht aan het grindcomité en, in voorkomend geval, het subcomité, kan de Vlaamse regering de voormelde termijn éénmalig verlengen met een periode van 40 kalenderdagen.


De Vlaamse regering kan de in de artikelen 9, 10, 11 en 12, bedoelde maatregelen nemen ter aanvulling van de maatregelen genomen door het betrokken comité of in de plaats van het betrokken comité, indien dit comité geen beslissing neemt ten aanzien van een haar door de Vlaamse regering voorgelegde aangelegenheid binnen een termijn van drie maanden.


Het grindcomité brengt jaarlijks verslag uit bij de Vlaamse regering betreffende zijn werkzaamheden en de werkzaamheden van de subcomités, alsook telkenmale de regering daarom verzoekt. Het jaarverslag wordt tevens meegedeeld aan het Vlaams Parlement, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen.


De in dit decreet bepaalde opdrachten van het grindcomité en de subcomités doen geen afbreuk aan de bevoegdheden van andere instellingen of personen van publiek recht.


Afdeling 3.
Bepalingen gemeen aan het grindcomité en aan de subcomités


Art. 7.

§ 1.

De voorzitters en de gewone leden van het grindcomité en van de subcomités worden door de Vlaamse regering benoemd [...].

 

De regering kan op elk ogenblik een einde maken aan het mandaat van een voorzitter. Het lidmaatschap van een gewoon lid neemt van rechtswege een einde op de datum waarop de vereniging, organisatie of rechtspersoon die dit lid heeft voorgedragen aan de Vlaamse regering meldt dat het betrokken lid niet langer haar of zijn vertegenwoordiger is en een nieuw kandidaat-lid voordraagt.

 

§ 2.

Het mandaat van de voorzitter en de leden van het grindcomité en de subcomités is onbezoldigd. De Vlaamse regering regelt de wijze waarop de leden worden vergoed voor de door hen gemaakte kosten, binnen de door haar vastgestelde grenzen. Deze vergoedingen zijn ten laste van het grindfonds.

 

§ 3.

De Vlaamse regering stelt een lijst vast van de gemeenten die aangewezen worden als grindgemeente. Het betreft de gemeenten in de provincie Limburg op wier grondgebied zich een grindwinning bevindt, zoals bedoeld in artikel 2, 9°, al dan niet actief op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet.


Afdeling 4.
Het grindcomité


Art. 8.

§ 1.

Het grindocmité heeft een voorzitter en een aantal gewone leden. Het aantal gewone leden wordt aangepast indien een gemeente het statuut van grindgemeente krijgt of verliest.
Indien zij geen deel uitmaken van het grindcomité, wonen de voorzitters van de subcomités de vergadering bij met raadgevende stem.

 

§ 2.

De Vlaamse regering benoemt de voorzitter en wijst de gewone leden van het grindcomité als volgt aan:

één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door de POM;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door de IML;
twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
4°  twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door de werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door de landbouworganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
een lid wordt voor elk van de grindgemeenten benoemd uit kandidaten voorgedragen door de betrokken gemeenten;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door verenigingen die uitsluitend de bescherming van het leefmilieu en de natuur als doel hebben en vertegenwoordigd zijn in de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen.

Deze leden hebben stemrecht.

 

§ 3.

Een vertegenwoordiger van elk van de gemeenten waarin zich een reservegebied zoals bedoeld in artikel 17, § 2, bevindt, woont de vergaderingen van het grindcomité bij met raadgevende stem, voor zover deze gemeenten niet vertegenwoordigd zijn overeenkomstig§ 2, 6°.

 

§ 4.

Als vertegenwoordigers van de betrokken gemeenten komen enkel gemeenteraadsleden in aanmerking. Zij worden voorgedragen door de gemeenteraad.

 

§ 5.

De volgende personen worden aangewezen als leden met raadgevende stem :

twee vertegenwoordigers van het departement van wie een deskundig op het vlak van milieu en een op het vlak van ruimtelijke ordening;
één vertegenwoordiger van de Vlaamse Landmaatschappij;
één vertegenwoordiger van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

Art. 9.

Het grindcomité heeft tot opdracht :

1°  het adviseren over het beheer van het grindfonds;
de coördinatie van de activiteiten van de subcomités;
het verlenen van advies aan de Vlaamse regering bij de beslissingen van de subcomités en bij de beoordeling van de overmacht, zoals bepaald in artikel 16 ,§1;
het toezicht op de naleving van de produktiequota zoals bedoeld in artikel 16, § 1;
het adviseren over de financiering van de herstructurering, sociale begeleiding en het onderzoek zoals bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12, op voorstel van de subcomités, binnen de marges zoals bepaald in artikel 5.

Het grindcomité mag deze financiering weigeren of afwijken van de voorstellen van de subcomités, mits de weigering of afwijking met redenen wordt omkleed en een tweederde meerderheid van de leden daarmee akkoord gaat. De afwijking mag de marges zoals bepaald in artikel5; niet overschrijden. Voor de materies van het sociaal comité geldt deze afwijkingsmogelijkheid bovendien enkel voor de aangelegenheden die niet geregeld werden door een collectieve arbeidsovereenkomst;

de ontwikkeling en voortdurende actualisering van een globaal en- coherent beleidsplan ter verwezenlijking van de in hoofstuk III bepaalde doelstellingen;

het adviseren aan de POM over de voorwaarden voor de aankoop of onteigening van gronden of voor het verwerven van een ontginningsrecht met betrekking tot deze gronden, zoals bepaald in artikel 7, § 3, en artikel,18, 3°;

het sluiten van een samenwerkingprotocol met de IML, dat voorziet in de coördinatie van de maatregelen die werden genomen krachtens het bepaalde in artikel 10, vijfde lid, 2°, en de initiatieven van de IML, wat de provincie Limburg betreft. Deze overeenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering.
het nemen van een beslissing aangaande de verdeling van wegens overmacht niet gebruikte gedeelten van productiequota, zoals bedoeld in artikel 16, § 1.

 

Met ingang van 1 januari 2013 oefent het grindcomité bovendien alle taken van het onderzoekscomité uit en treedt het in alle rechten en plichten ervan.


Afdeling 5.
Het herstructureringscomité


Art. 10.

Het herstructureringscomité heeft een voorzitter en een aantal gewone leden.

 

De Vlaamse regering benoemt de voorzitter en wijst de gewone leden van het herstructureringscomité als volgt aan:

één vertegenwoordiger van elk van de grindgemeenten benoemd uit kandidaten voorgedragen door de betrokken gemeenteraden;
één vertegenwoordiger van de IML;
één vertegenwoordiger van de landbouworganisaties zoals bedoeld in artikelS,§ 2, 5°;
twee vertegenwoordigers van de milieu- en natuurverenigingen zoals bedoeld in artikel 8, § 2, 7°.

 

Deze leden hebben stemrecht.

 

Als leden met raadgevende stem worden aangewezen:

drie vertegenwoordigers van het departement, van wie een deskundig op het vlak van ruimtelijke ordening, een op het vlak van milieu in het algemeen en een op het vlak van natuurlijke rijkdommen;
één vertegenwoordiger van de Vlaamse Landmaatschappij;
één vertegenwoordiger van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek;
twee vertegenwoordigers van de werkgevers in de ontgrindingsondernemingen;
twee vertegenwoordigers van de werknemers in de ontgrindingsondernemingen;
[...]
[...]
één vertegenwoordiger van de V.Z.W. Toerisme Limburg.

 

Het herstructureringscomité heeft tot opdracht:

1°  het opmaken van een structuurvisie;
het nemen van de gepaste maatregelen tot landschappelijk behoud en herstel voor de grindwinningsgebieden in het kader van de structuurvisie die blijkt uit het in artikel 9, 6°, bedoelde beleidsplan;
het toezicht houden op de maatregelen tot landschappelijk behoud of herstel.

 

Het herstructureringscomité heeft tot opdracht :

het opmaken, actualiseren en afstemmen op de vigerende regelgeving van de structuurvisie;
het laten uitrusten van de afgewerkte grindwinningsgebieden in het kader van de structuurvisie, die blijkt uit het in artikel 9, 6°, bedoelde beleidsplan, met inbegrip van het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu van de voormelde gebieden en de aanpalende omgeving;
het adviseren van de nabestemmingsplannen in de vergunning voor de exploitatie van grind voor de nieuwe ontginningsgebieden aan de vergunningsverlenende overheid;
in voorkomend geval, het laten afwerken na ontgrinding;
het toezicht houden op het afwerken en uitrusten van de grindwinningsgebieden.

Afdeling 6.
Het sociaal comité


Art. 11.

Het sociaal comité is samengesteld uit zeven leden : de voorzitter en zes gewone leden.


De Vlaamse regering benoemt de voorzitter en wijst de gewone leden van het sociaal comité aan uit kandidaten op paritaire basis voorgedragen door de organisaties vertegenwoordigd in het paritair subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven die in open lucht worden geëxploiteerd in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant.


Een vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding woont de vergaderingen bij met raadgevende stem.


Het sociaal comité neemt, in het kader van het in artikel 9, 6°, bedoelde beleidsplan, de sociale begeleidingsmaatregelen bij de omschakeling van de grindwinningsgebieden.


Afdeling 7.
Het onderzoekscomité


Art. 12.

Het onderzoekscomité is samengesteld uit tien leden : de voorzitter en negen gewone leden.

 

De Vlaamse regering benoemt de voorzitter en wijst de gewone leden van het grindonderzoekscomité aan als volgt:

1°  twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door publieke rechtspersonen, verenigingen of inrichtingen die rechtstreeks betrokken zijn bij de aanwending van grind en grindproducten en als zodanig worden aangewezen door de Vlaamse regering;
twee leden worden-benoemd uit kandidaten voorgedragen door publieke rechtspersonen die rechtstreeks betrokken zijn bij het wetenschappelijk onderzoek en als zodanig worden aangewezen door de Vlaamse regering;
twee leden worden benoemd uit kandidaten op paritaire basis voorgedragen door de organisaties vertegenwoordigd in het artikel 11, tweede lid, bedoeld paritair subcomité;
4°  twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door verenigingen die uitsluitend de beschermmg van het leefmilieu en de natuur als doel hebben en vertegenwoordtgd zijn in de Milieu- en Natuurraad Van Vlaanderen;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf.

 

Deze leden hebben stemrecht.


Als lid met raadgevende stem wordt aangeduid:
 - één vertegenwoordiger van het departement.

 

Het onderzoekscomité stelt onderzoeksprogramma's vast voor de ontwikkeling van grindsubstituten alsmede projecten tot ondersteuning van de commercialisering en het gebruik van zulke substituten.

 

Met ingang van 1 januari 2013 wordt het onderzoekscomité ontbonden. Vanaf die datum treedt het grindcomité op als rechtsopvolger van het onderzoekscomité en neemt het alle taken, rechten en plichten ervan over. 

 


Afdeling 8.
De uitvoering van de beslissingen van de comités


Art. 13.

§ 1.

Met behoud van toepassing van paragraaf 2 doen het grindcomité en de subcomités een beroep op de POM of de provincie Limburg voor de materiële voorbereiding en uitvoering van hun beslissingen.


De POM en de provincie Limburg worden voor hun werkingskosten vergoed. Deze vergoedingen zijn ten laste van het grindfonds.

 

§ 2.

Het grindcomité kan bij overeenkomst een aantal deeltaken toevertrouwen aan de personen of verenigingen of publieke rechtspersonen die het aanwijst.

 

§ 3.

De in § 1 en § 2 bedoelde overeenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering.