Afdeling 4.
Het grindcomité


Art. 8.

§ 1.

Het grindocmité heeft een voorzitter en een aantal gewone leden. Het aantal gewone leden wordt aangepast indien een gemeente het statuut van grindgemeente krijgt of verliest.
Indien zij geen deel uitmaken van het grindcomité, wonen de voorzitters van de subcomités de vergadering bij met raadgevende stem.

 

§ 2.

De Vlaamse regering benoemt de voorzitter en wijst de gewone leden van het grindcomité als volgt aan:

één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door de POM;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door de IML;
twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
4°  twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door de werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door de landbouworganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
een lid wordt voor elk van de grindgemeenten benoemd uit kandidaten voorgedragen door de betrokken gemeenten;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door verenigingen die uitsluitend de bescherming van het leefmilieu en de natuur als doel hebben en vertegenwoordigd zijn in de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen.

Deze leden hebben stemrecht.

 

§ 3.

Een vertegenwoordiger van elk van de gemeenten waarin zich een reservegebied zoals bedoeld in artikel 17, § 2, bevindt, woont de vergaderingen van het grindcomité bij met raadgevende stem, voor zover deze gemeenten niet vertegenwoordigd zijn overeenkomstig§ 2, 6°.

 

§ 4.

Als vertegenwoordigers van de betrokken gemeenten komen enkel gemeenteraadsleden in aanmerking. Zij worden voorgedragen door de gemeenteraad.

 

§ 5.

De volgende personen worden aangewezen als leden met raadgevende stem :

twee vertegenwoordigers van het departement van wie een deskundig op het vlak van milieu en een op het vlak van ruimtelijke ordening;
één vertegenwoordiger van de Vlaamse Landmaatschappij;
één vertegenwoordiger van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

Art. 9.

Het grindcomité heeft tot opdracht :

1°  het adviseren over het beheer van het grindfonds;
de coördinatie van de activiteiten van de subcomités;
het verlenen van advies aan de Vlaamse regering bij de beslissingen van de subcomités en bij de beoordeling van de overmacht, zoals bepaald in artikel 16 ,§1;
het toezicht op de naleving van de produktiequota zoals bedoeld in artikel 16, § 1;
het adviseren over de financiering van de herstructurering, sociale begeleiding en het onderzoek zoals bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12, op voorstel van de subcomités, binnen de marges zoals bepaald in artikel 5.

Het grindcomité mag deze financiering weigeren of afwijken van de voorstellen van de subcomités, mits de weigering of afwijking met redenen wordt omkleed en een tweederde meerderheid van de leden daarmee akkoord gaat. De afwijking mag de marges zoals bepaald in artikel5; niet overschrijden. Voor de materies van het sociaal comité geldt deze afwijkingsmogelijkheid bovendien enkel voor de aangelegenheden die niet geregeld werden door een collectieve arbeidsovereenkomst;

de ontwikkeling en voortdurende actualisering van een globaal en- coherent beleidsplan ter verwezenlijking van de in hoofstuk III bepaalde doelstellingen;

het adviseren aan de POM over de voorwaarden voor de aankoop of onteigening van gronden of voor het verwerven van een ontginningsrecht met betrekking tot deze gronden, zoals bepaald in artikel 7, § 3, en artikel,18, 3°;

het sluiten van een samenwerkingprotocol met de IML, dat voorziet in de coördinatie van de maatregelen die werden genomen krachtens het bepaalde in artikel 10, vijfde lid, 2°, en de initiatieven van de IML, wat de provincie Limburg betreft. Deze overeenkomst wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering.
het nemen van een beslissing aangaande de verdeling van wegens overmacht niet gebruikte gedeelten van productiequota, zoals bedoeld in artikel 16, § 1.

 

Met ingang van 1 januari 2013 oefent het grindcomité bovendien alle taken van het onderzoekscomité uit en treedt het in alle rechten en plichten ervan.