Afdeling 7.
Het onderzoekscomité


Art. 12.

Het onderzoekscomité is samengesteld uit tien leden : de voorzitter en negen gewone leden.

 

De Vlaamse regering benoemt de voorzitter en wijst de gewone leden van het grindonderzoekscomité aan als volgt:

1°  twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door publieke rechtspersonen, verenigingen of inrichtingen die rechtstreeks betrokken zijn bij de aanwending van grind en grindproducten en als zodanig worden aangewezen door de Vlaamse regering;
twee leden worden-benoemd uit kandidaten voorgedragen door publieke rechtspersonen die rechtstreeks betrokken zijn bij het wetenschappelijk onderzoek en als zodanig worden aangewezen door de Vlaamse regering;
twee leden worden benoemd uit kandidaten op paritaire basis voorgedragen door de organisaties vertegenwoordigd in het artikel 11, tweede lid, bedoeld paritair subcomité;
4°  twee leden worden benoemd uit kandidaten voorgedragen door verenigingen die uitsluitend de beschermmg van het leefmilieu en de natuur als doel hebben en vertegenwoordtgd zijn in de Milieu- en Natuurraad Van Vlaanderen;
één lid wordt benoemd uit kandidaten voorgedragen door het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf.

 

Deze leden hebben stemrecht.


Als lid met raadgevende stem wordt aangeduid:
 - één vertegenwoordiger van het departement.

 

Het onderzoekscomité stelt onderzoeksprogramma's vast voor de ontwikkeling van grindsubstituten alsmede projecten tot ondersteuning van de commercialisering en het gebruik van zulke substituten.

 

Met ingang van 1 januari 2013 wordt het onderzoekscomité ontbonden. Vanaf die datum treedt het grindcomité op als rechtsopvolger van het onderzoekscomité en neemt het alle taken, rechten en plichten ervan over.