Hoofdstuk IV.
Diverse bepalingen


Art. 21.

§ 1.

De Vlaamse regering regelt de bekendmaking van de beslissingen die krachtens dit decreet worden genomen.

 

§ 2.

Tegen elke beslissing van het grindcomité of een subcomité die genomen wordt krachtens dit decreet kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse regering. De Vlaamse regering doet uitspraak binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van het beroepsschrift.

 

§ 3.

Het in § 2 bedoelde beroep kan worden ingediend door:

 

1° de aanvrager of houder van een vergunning;

2° elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon die tengevolge van de betrokken grindwinning rechtstreeks hinder kan ondervinden, alsook elke rechtspersoon die zich de bescherming van het leefmilieu dat door deze hinder kan worden getroffen, tot doel heeft gesteld.

 

§ 4.

Het in § 2 bedoelde beroep wordt, op straffe van verval, ingediend bij aangetekend schrijven gericht tot de Voorzitter van de Vlaamse regering binnen een termijn van dertig dagen na bekendmaking van de bestreden beslissing.

 

De in § 3, 1° en 2°, bedoelde partijen kunnen op eigen verzoek of op verzoek van de regering gehoord worden.

 

De vastgestelde termijn van 3 maand kan bij gemotiveerd besluit door de regering met 30 dagen worden verlengd.

 

Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing wordt genomen, wordt het beroep geacht verworpen te zijn.

De beroep aantekenende partijen worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing van de regering.

 

§ 5.

Het indienen van een beroep schorst de bestreden beslissing niet.


Art. 22.

De houders van een vergunning voor de exploitatie van grind kunnen, zonder schadevergoeding, een einde maken aan de betaling van de bijdragen aan de IML, die door de regering als vervangen door de grindheffing worden aangemerkt.


De bepalingen in de overeenkomst tussen de POM en de Limburgse Berggrind Uitbating betreffende de Verpachting van de Mechelse Hede, inzake de financiële verplichtingen voor de herstructurering, komen te vervallen.  


Voor de grindwinningen die als nevenproduktie van de winning van andere natuurlijke grondstoffen optreden, zoals gedefinieerd onder artikel 2, 10°, kan de Vlaamse regering vrijstelling van heffing verlenen voor wat het gedeelte voor de herstructurering betreft zoals bepaald in artikel 5. Dit houdt in dat het grindcomité niet meer instaat voor de herstructurering van de betrokken ontginningsgebieden en de bestaande verplichtingen van kracht blijven.

 

De Vlaamse regering kan voor alle werken die niet de exploitatie van grind tot doel hebben en waarbij grind als grondstof wordt gewonnen en waarvoor de uitvoerder niet beschikt over een vergunning voor de exploitatie van grind en die worden uitgevoerd vooraleer een einde gemaakt wordt aan elke activiteit van grindwinning in de provincie Limburg, zoals bepaald in artikel 14, een grindheffing opleggen overeenkomstig de bepalingen van artikel 15, onder door de Vlaamse regering nader te bepalen modaliteiten. 


Art. 23.

Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden gerechtigd om de overtreding van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen.

 

De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden maken zich kenbaar door middel van een legitimatiebewijs dat hen machtigt overtredingen op dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen. De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden zijn bevoegd om :

inlichtingen te geven;
waarschuwingen te geven;
een termijn vast te stellen voor de overtreder om zich in regel te stellen;
processen-verbaal op te stellen, waarin alle bevindingen en verhoren, alsook alle vastgestelde inbreuken worden opgetekend.

 

De processen-verbaal, zoals voorzien in het vorige lid, hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is voorzover een afschrift ervan ter kennis wordt gebracht van de overtreder, binnen een termijn van veertien kalenderdagen die een aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding. Wanneer de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, dan wordt deze verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. 

 

Een exemplaar van het proces-verbaal waarbij de overtreding is vastgesteld, wordt binnen dezelfde termijn aan de door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar en, in voorkomend geval, aan het Openbaar Ministerie toegezonden.

 

De door de door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden gemaakte materie ̈le vaststellingen kunnen, met hun bewijskracht, aangewend worden door de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van andere reglementeringen.

 

De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden zijn van ambtswege gemachtigd, zowel bij de heffingsplichtige als, indien een inbreuk is vastgesteld, bij derden, alle inlichtingen te nemen, op te zoeken en in te zamelen die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige.

 

Zij zijn van rechtswege gemachtigd, zowel bij de heffingsplichtige als, indien een inbreuk is vastgesteld, bij derden, alle boeken, stukken en registers op te vragen die kunnen leiden tot de juiste heffing van de heffingsplichtige.

 

Hij die over de gevraagde inlichtingen beschikt, is verplicht deze inlichtingen te verstrekken op ieder verzoek van deze ambtenaren. Hij die over de gevraagde boeken, stukken en registers beschikt, is verplicht deze voor te leggen op ieder verzoek van deze ambtenaren. De ambtenaren kunnen de boeken, stukken en registers meenemen tegen afgifte van een ontvangstbewijs.

 

Elke inlichting, stuk, proces-verbaal of akte, ontdekt of bekomen door de in het eerste lid bedoelde ambtenaar in het uitoefenen van zijn functie, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een dienst van de Vlaamse overheid, de parketten en griffies van hoven en rechtbanken, de administraties van de federale overheid, de provincies en de gemeenten, alsook de openbare instellingen, kan worden ingeroepen voor het opsporen van elke ingevolge dit decreet verschuldigde heffing.

 

De door de leidend ambtenaar van het departement aangewezen personeelsleden zijn gemachtigd preventieve controles uit te voeren, alsook om controles uit te voeren om de juistheid van de gegevens, vermeld bij de aangifte, te controleren.

 

Zij kunnen elk onderzoek, elke controle en enquête instellen, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten worden nageleefd.

 

In de uitoefening van hun ambt kunnen zij de bijstand van de gemeentepolitie of van de rijkswacht vorderen.  

 

Zij hebben bij dag en nacht toegang tot alle instellingen of inrichtingen - woongelegenheden uitgezonderd - als ze redenen hebben om aan te nemen dat dit decreet. of zijn uitvoeringsbesluiten worden overtreden.


Art. 23bis.

§ 1.

Bij niet-aangifte, het te laat indienen of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte, kunnen de op het niet aangegeven productiegedeelte, zoals bepaald in artikel 15, § 2, verschuldigde heffingen vermeerderd worden met een verhoging die wordt bepaald naargelang de ernst van de overtreding, op 10 % tot 100 % van het niet aangegeven productiegedeelte.

 

§ 2.

De houders van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind in een grindwinning, waarvoor proces-verbaal werd opgemaakt wegens ontduiking van artikel 15, kan per inbreuk een administratieve geldboete worden opgelegd van 1 000 euro tot 10 000 euro. De heffing op de ontdoken hoeveelheid grind wordt ambtshalve opgelegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, § 3 bis.

 

De administratieve geldboete is in alle gevallen alleen van toepassing op de betrokken houder van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind in een grindwinning.

 

Indien binnen de drie jaar, te rekenen vanaf de datum van het proces-verbaal, een nieuwe overtreding wordt vastgesteld, worden de in het eerste lid genoemde bedragen verdubbeld.

 

Deze paragraaf is niet van toepassing op de inbreuken zoals bepaald in artikel 24, 3°.

 

§ 3.

De daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar beslist in de in dit artikel vermelde gevallen, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voren te brengen, of er een verhoging of administratieve geldboete moet worden opgelegd.

 

De Vlaamse regering regelt de nadere modaliteiten en de termijnen aangaande de in het vorige lid vermelde verweermogelijkheid.

 

Indien de bevoegde ambtenaar beslist een verhoging of administratieve geldboete op te leggen, vermeldt zijn beslissing het bedrag, is het met redenen omkleed en vermeldt het tevens de tekst van artikel 15, § 8, eerste lid, en de termijn waarbinnen het bedrag dient betaald te worden.

 

De in het vorige lid vermelde beslissing wordt bij een ter post aangetekend schrijven aan de betrokkene en, in voorkomend geval, de eigenaar van de gronden ter kennis gegeven.

 

De betaling van de verhoging of de administratieve geldboete maakt een einde aan de administratieve vordering.

 

§ 4.

Artikel 15, §§ 8 tot 11 zijn van overeenkomstige toepassing op dit artikel.

 

§ 5.

De beslissing om een verhoging of administratieve geldboete op te leggen kan niet meer genomen worden na verloop van twee jaar.

 

De in het eerste lid vermelde verjaringstermijn neemt een aanvang vanaf :

de datum waarop de betreffende aangifte verplicht ingediend moest zijn in de gevallen zoals voorzien in § 1; 
de datum van de kennisgeving van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder in de gevallen zoals voorzien in § 2.

 

 

§ 6.

De daden van onderzoek, met inbegrip van de in § 3 aan de betrokkene geboden mogelijkheid om zijn verweermiddelen naar voren te brengen, stuiten de loop ervan. Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen.


Art. 24.

Met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen, wordt gestraft:

1°  hij die het hem krachtens artikel16, § 1, toegewezen produktiequotum overschrijdt; 
hij die het bij dit decreet geregelde toezicht verhindert;
hij die in de provincie Limburg onwettig grind exploiteert.

 


Art. 25.

Het eerste lid van artikel 18 treedt in werking zes maanden na de bekendmaking van dit decreet