Art. 20.

§ 1.

Aan de houders van een in toepassing van artikel 16 toegewezen produktiequotum wordt een trekkingsrecht verleend op de gebieden die overeenkomstig artikel 19 worden ondergebracht bij de effectieve grindwinningsgebieden of uitbreidingsgebieden, rekening houdend met hun toegewezen produktiequotum. Het trekkingsrecht van elke houder wordt door de Vlaamse regering bekendgemaakt. Het is overdraagbaar.

 

Op straffe van nietigheid wordt deze overdracht gemeld aan het grindcomité binnen 5 werkdagen na de overdracht.

 

Indien een houder meer dan één vergunning voor de exploitatie van grind bezit, wordt het trekkingsrecht per afzonderlijk grindwinningsgebied berekend en toegekend.

 

§ 2.

De Vlaamse regering regelt de uitoefening van de trekkingsrechten en de toewijzing van nieuwe grindwinningsgebieden binnen de reservezones aan de houders van vergunningen voor de exploitatie van grind die hun trekkingsrecht hebben uitgeoefend.

 

§ 3.

De uitoefening van een trekkingsrecht ontslaat de houder ervan niet van de verplichting de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind te verkrijgen voor de betrokken gebieden binnen de reservegebieden.