Art. 14.

1.

In de provincie Limburg wordt een einde gemaakt aan elke activiteit van grindwinning zodra de totale grindwinning in de grindwinningsgebieden die krachtens dit decreet worden aangeduid, het toegewezen quotum van 41 400 000 ton berggrind en 59 500 000 ton valleigrind bereikt heeft. Op deze tonnages zijn enkel correcties mogelijk ingevolge eerder in het kader van het decreet genomen beslissingen omtrent overmachtsituaties en in het kader van zuinig ruimtegebruik en de uitvoering van het principe van optimale ontginning voor de hoeveelheden grind in de vergunde grindwinningsgebieden.

Als uitzondering op het verbod in 1, eerste lid, wordt voor het bepalen van de vermelde quota geen rekening gehouden met :

a) het grind, gewonnen als nevenproductie bij de winning van het onderliggende kwartszand;
b) het grind, gewonnen bij infrastructuurwerken toegestaan volgens de bepalingen in artikel 14 bis ;
c) het grind, gewonnen bij de realisatie van projectgrindwinning, toegestaan volgens de bepalingen van hoofdstuk III bis.

2.

De houders van een vergunning voor grindwinning verwijderen alle uitrustingen en installaties van de betrokken grindwinningsgebieden binnen een jaar nadat de toegewezen quota ontgonnen zijn. Een uitzondering kan gemaakt worden voor deze werken en activiteiten die dienen voor het afwerken en uitrusten van de betreffende grindwinningsgebieden.