Art. 16.

§ 1.

Om de 2 jaar bepaalt de Vlaamse regering het totaal produktiequotum voor grindwinning teneinde een planmatige en geleidelijke afbouw van de grindwinningssector te verwezenlijken.

 

De Vlaamse regering verdeelt het tweejaarlijks productiequotum voor de periode vanaf 1996 onder de houders van de nodige vergunningen voor de exploitatie van een grindwinning, volgens een gefixeerde verdeelsleutel die gebaseerd dient te worden op de verdeelsleutels die werden toegekend voor de periode 1994-1995, rekening houdende met de situatie van diegenen die op dat moment geen quotum bezaten.

 

In afwijking kan er een beperkt deel van het tweejaarlijks produktiequotum worden toegewezen aan bedrijven die op 1 januari 1991 eigenaar waren of een ontginningsrecht hadden op gronden die toen gelegen waren in een ontginningsgebied dat voor grindwinning in aanmerking kwam. Een dergelijke afwijking kan slechts onder de volgende voorwaarden worden toegestaan :

- dat er binnen de zes maanden na de eerste bekendmaking van de produktiequota in het Belgisch Staatsblad een aanvraag tot het verkrijgen van een deel van de tweejaarlijkse produktiequota bij de Vlaamse minister bevoegd voor de natuurlijke rijkdomen wordt ingediend :
- dat de beoordeling zal gebeuren op grond van de ervaring in de grindwinning en de financiële en technische capaciteiten van het bedrijf;
- dat het toegewezen deel van het produktiequotum de aanwezige grindhoeveelheden binnen bovenvoormelde gronden niet overstijgt;
- dat het eigendoms- en/ of ontginningsrecht officieel geregistreerd is of zijn;
- dat het bedrijf bij de goedkeuring van het decreet over geen vergunde grindwinning met recht op een produktiequotum beschikt.

 

Ingeval een houder meer dan één vergunning voor de exploitatie van grind bezit, wordt het quotum per afzonderlijk grindwinningsgebied berekend en toegekend.


Het bij het einde van de tweejaarlijkse periode niet gebruikte gedeelte van een produktiequotum kan enkel in het geval van overmacht worden overgedragen op de volgende tweejaarlijkse periode. Dergelijke niet gebruikte gedeelten, die betrekking hebben op de periodes vanaf 1996-1997, worden overgedragen naar de resterende tweejaarlijkse periodes.

 

de houder van een vergunning voor de exploitatie van grind in een grindwinningsgebied kan het niet-gebruikte deel van een productiequotum bij het einde van de tweejaarlijkse periode enkel in geval van overmacht overdragen op de volgende jaren. Hij wordt daartoe gehoord door het Grindcomité, dat vervolgens beslist over de nog toegelaten productieperiode na 2005.

 

De beslissing wordt ter kennis gebracht van de betrokken houder van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind en van het grindcomité.

 

Het grindcomité beslist, na de betrokken houder van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind te hebben gehoord, over de verdeling van het wegens overmacht niet gebruikte gedeelte van de quota over de resterende tweejaarlijkse periodes en brengt deze beslissing ter kennis van de betrokken houder en van de Vlaamse regering. 


De Vlaamse regering zal bij het vaststellen van de produktiequota een onderscheid maken tussen vallei- en berggrind.

 

§ 2.

De in § 1 bedoelde produktiequota worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad vóór 1 december voorafgaand aan de tweejaarlijkse periode waarop zij betrekking hebben. De produktiequota voor de eerste tweejaarlijkse periode worden bekendgemaakt uiterlijk één maand na de bekendmaking van dit decreet.

 

De productiequota, bekendgemaakt overeenkomstig het vorige lid, worden automatisch vermeerderd met de quota, toegewezen overeenkomstig § 1, voorlaatste lid.  

 

§ 3.

De GOM verwerft, op bindend advies van het grindcomité, ofwel de eigendom bij aankoop of onteigening, ofwel het ontginningsrecht via een overeenkomst met de eigenaar, van de aangeduide grindwinningsgebieden die zich in de provincie Limburg bevinden.

 

§ 4.

De Vlaamse regering kan bij overschrijding van het toegewezen produktiequotum of bij het niet nakomen van de verplichtingen in het kader van het waarborgsysteem de vergunnirig voor de exploitatie van grind schorsen voor de periode die zij vaststelt en, ingeval het produktiequotum met meer dan 20 procent wordt overschreden, de vergunnning voor de exploitatie van grind definitief intrekken of het produktiequotum voor de volgende tweejaarlijkse periode halveren. In ieder geval wordt de gedurende twee kalenderjaren teveel gewonnen hoeveelheid grind in mindering gebracht van het produktiequotum voor de volgende tweejaarlijkse periode.