Art. 17.

§ 1.

De Vlaamse regering neemt het initiatief tot wijziging van de betrokken gewestplannen. Zij laat een ecologische impactstudie, inclusief eco-hydrologische aspecten, maken ter bepaling van de ecologisch waardevolle zones. Daarnaast wordt een studie gemaakt ter bepaling van de grindreserves waarvan de exploitatie economische en milieutechnisch kan worden verantwoord. De kosten van de studie vallen ten laste van het grindfonds.

 

§ 2.

De reservegebieden, de effectieve grindwinningsgebieden en de uitbreidingsgebieden worden door de overeenkomstig § 1 gewijzigde gewestplannen aangeduid evenals hun nabestemming rekening houdend met de structuurvisie bedoeld in artikel 10.


De effectieve grindwinningsgebieden zijn de gebieden waar op de datum van het vaststellen van het betrokken ontwerp van gewestplan vergunde grindwinning plaatsvindt of mag plaatsvinden.


Vergunningen voor de winning Van grind worden aangevraagd volgens de bestaande wetten, decreten en besluiten.

 

Een vergunning voor de exploitatie van grind met betrekking tot een uitbreidingsgebied kan slechts worden verleend indien het effectieve grindwinningsgebied, waarvan het de uitbreiding vormt, is uitgeput.

 

In de vergunningen voor exploitatie van grind en de stedebouwkundige vergunningen wordt de precieze nabestemming van de ontginningsgebieden opgenomen, zoals vastgesteld in het kader van de structuurvisie, vermeld in artikel 10, en in het gewestplan. 

 

§ 3.

De POM verwerft bij aankoop of onteigening, op bindend advies van het grindcomité, de eigendom van de in de gewijzigde gewestplannen aangeduide reservegebieden die zich in de provincie Limburg bevinden, alsmede de voor de herinrichting benodigde randzones.