Art. 22.

De houders van een vergunning voor de exploitatie van grind kunnen, zonder schadevergoeding, een einde maken aan de betaling van de bijdragen aan de IML, die door de regering als vervangen door de grindheffing worden aangemerkt.


De bepalingen in de overeenkomst tussen de POM en de Limburgse Berggrind Uitbating betreffende de Verpachting van de Mechelse Hede, inzake de financiële verplichtingen voor de herstructurering, komen te vervallen.  


Voor de grindwinningen die als nevenproduktie van de winning van andere natuurlijke grondstoffen optreden, zoals gedefinieerd onder artikel 2, 10°, kan de Vlaamse regering vrijstelling van heffing verlenen voor wat het gedeelte voor de herstructurering betreft zoals bepaald in artikel 5. Dit houdt in dat het grindcomité niet meer instaat voor de herstructurering van de betrokken ontginningsgebieden en de bestaande verplichtingen van kracht blijven.

 

De Vlaamse regering kan voor alle werken die niet de exploitatie van grind tot doel hebben en waarbij grind als grondstof wordt gewonnen en waarvoor de uitvoerder niet beschikt over een vergunning voor de exploitatie van grind en die worden uitgevoerd vooraleer een einde gemaakt wordt aan elke activiteit van grindwinning in de provincie Limburg, zoals bepaald in artikel 14, een grindheffing opleggen overeenkomstig de bepalingen van artikel 15, onder door de Vlaamse regering nader te bepalen modaliteiten.