Afdeling 1.2.2ter.
Procedure voor de individuele afwijkingen die door de minister worden toegestaan


Art. 1.2.2ter.1.

§ 1.

De afwijkingsaanvraag, vermeld in artikel 1.2.2.1, §1, wordt met een beveiligde zending ingediend bij de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning.

 

§ 2.

De verzoeker gebruikt hiertoe:

het formulier, opgenomen in bijlage 5, die als bijlage bij het besluit van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is gevoegd;
de in het formulier aangewezen addenda uit de addenda-bibliotheek die is opgenomen in bijlage 2, die bij het besluit van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is gevoegd.

 

Het gemotiveerde verzoek omvat de gegevens die als verplicht in te vullen of bij te voegen voorgeschreven zijn in het formulier en de desbetreffende addenda.

 

De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, zijn gemachtigd gezamenlijk het formulier en de addenda-bibliotheek, vermeld in het tweede lid, en de dossiersamenstelling te wijzigen, waarbij minstens de volgende gegevens worden gevraagd:

de naam, de hoedanigheid en het adres van de aanvrager;
de naam en, in voorkomend geval, het ondernemersnummer van de exploitant;
de identificatie van de ingedeelde inrichting of activiteit die het voorwerp uitmaakt van de afwijkingsaanvraag;
een omschrijving van de artikelen en de milieuvoorwaarden waarvan afwijking wordt gevraagd;
de technische redenen die de afwijking motiveren;
een voorstel van maatregelen die gelijkwaardige waarborgen bieden voor de bescherming van de mens en het milieu als de voorwaarden waarvan afwijking wordt gevraagd;
een nota waarin wordt aangetoond dat de voorgestelde maatregelen beantwoorden aan BBT.

Art. 1.2.2ter.2.

De afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, onderzoekt de ontvankelijkheid en volledigheid van de afwijkingsaanvraag.

 

Bij het onderzoek naar de ontvankelijkheid en volledigheid wordt nagegaan of de afwijkingsaanvraag de gegevens, vermeld in artikel. 1.2.2ter.1, §2, bevat.

 

Als de afwijkingsaanvraag onvolledig is, vraagt de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, de aanvrager met een beveiligde zending de ontbrekende gegevens of documenten binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de datum van de verzending van het volledigheidsverzoek, bij de aanvraag te voegen.

 

Het resultaat van het onderzoek naar de ontvankelijkheid en volledigheid van de afwijkingsaanvraag wordt met een beveiligde zending meegedeeld aan de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat vanaf de dag na de datum waarop de aanvraag is ingediend of vanaf de dag na de datum waarop de ontbrekende gegevens en documenten zijn ontvangen.

 

Als de aanvrager nalaat de ontbrekende gegevens of documenten, vermeld in het derde lid, binnen de termijn van dertig dagen bij de afwijkingsaanvraag te voegen, wordt de afwijkingsaanvraag van rechtswege als onvolledig beschouwd.

 

Als de afwijkingsaanvraag onontvankelijk of onvolledig is, wordt de procedure definitief stopgezet.


Art. 1.2.2ter.3.

Voor afwijkingsaanvragen als vermeld in artikel 1.2.2.1, §1, die betrekking hebben op de inplantingsregels en voor afwijkingsaanvragen als vermeld in artikel 1.4 van titel III van het VLAREM, zal de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, op dezelfde dag dat met toepassing van artikel 1.2.2ter.2, vierde lid, aan de aanvrager wordt meegedeeld dat de aanvraag ontvankelijk en volledig is, de aanvraag ter beschikking stellen van de betrokken gemeente, met de opdracht om een openbaar onderzoek in te stellen.

 

Voor de organisatie van het openbaar onderzoek zijn de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 5, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning van overeenkomstige toepassing, waarbij:

de vergunningsaanvraag of de aanvraag tot omgevingsvergunning moet worden gelezen als de afwijkingsaanvraag;
de vergunningsaanvrager moet worden gelezen als de aanvrager van de afwijkingsaanvraag.

Art. 1.2.2ter.4.

Op dezelfde dag dat met toepassing van artikel 1.2.2ter.2, vierde lid, aan de aanvrager wordt meegedeeld dat de afwijkingsaanvraag ontvankelijk en volledig is, stelt de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, de afwijkingsaanvraag ter beschikking van de GOVC, vermeld in artikel 40 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

De afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, brengt aan de GOVC advies uit binnen een termijn van zestig dagen vanaf de dag dat met toepassing van artikel 1.2.2ter.2, vierde lid, aan de aanvrager wordt meegedeeld dat de afwijkingsaanvraag ontvankelijk en volledig is. De afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, kan als ze dat noodzakelijk acht, het advies inwinnen van de adviesinstanties, vermeld in artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

Als de aanvrager bij het indienen van de afwijkingsaanvraag vraagt om gehoord te worden, wordt hij gehoord door de GOVC.

 

De GOVC brengt op basis van het aanvraagdossier, het advies van de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, en, in voorkomend geval, de adviezen die deze afdeling heeft ingewonnen, een advies uit binnen een termijn van negentig dagen vanaf de dag na de datum waarop de afwijkingsaanvraag aan haar ter beschikking is gesteld.

 

Voor de toepassing van dit artikel zetelen in de GOVC naast de personen, vermeld in artikel 40, §1, 1° tot en met 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, de adviesinstanties die over de afwijkingsaanvraag een advies hebben uitgebracht.


Art. 1.2.2ter.5.

De beslissing over de afwijkingsaanvraag wordt genomen door de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, binnen een termijn van honderdvijftig dagen die ingaat vanaf de dag dat met toepassing van artikel 1.2.2ter.2, vierde lid, aan de aanvrager wordt meegedeeld dat de afwijkingsaanvraag ontvankelijk en volledig is.

 

De beslissing, vermeld in het eerste lid, bevat:

de datum van de afwijkingsaanvraag;
de naam of de hoedanigheid van de aanvrager;
de naam en, in voorkomend geval, het ondernemersnummer van de exploitant;
de identificatie van de ingedeelde inrichting of activiteit die het voorwerp uitmaakt van de afwijkingsaanvraag;
een omschrijving van de artikelen en de milieuvoorwaarden waarvan afwijking wordt gevraagd;
in voorkomend geval, een verwijzing naar de aard van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek zijn ingediend, en de wijze waarop daarmee is omgegaan;
een motivering van de beslissing;
als de afwijking wordt toegestaan, de voorwaarden die gelijkwaardige waarborgen bieden voor de bescherming van de mens en het milieu als de voorwaarden waarvan de afwijking is toegestaan.

Art. 1.2.2ter.6.

Voor de bekendmaking van de beslissing zijn de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 9, afdeling 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, van overeenkomstige toepassing.


Art. 1.2.2ter.7. [...]