Art. 23bis.

1.

Bij niet-aangifte, het te laat indienen of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte, kunnen de op het niet aangegeven productiegedeelte, zoals bepaald in artikel 15, 2, verschuldigde heffingen vermeerderd worden met een verhoging die wordt bepaald naargelang de ernst van de overtreding, op 10 % tot 100 % van het niet aangegeven productiegedeelte.

2.

De houders van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind in een grindwinning, waarvoor proces-verbaal werd opgemaakt wegens ontduiking van artikel 15, kan per inbreuk een administratieve geldboete worden opgelegd van 1 000 euro tot 10 000 euro. De heffing op de ontdoken hoeveelheid grind wordt ambtshalve opgelegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, 3 bis.

De administratieve geldboete is in alle gevallen alleen van toepassing op de betrokken houder van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind in een grindwinning.

Indien binnen de drie jaar, te rekenen vanaf de datum van het proces-verbaal, een nieuwe overtreding wordt vastgesteld, worden de in het eerste lid genoemde bedragen verdubbeld.

Deze paragraaf is niet van toepassing op de inbreuken zoals bepaald in artikel 24, 3.

3.

De daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaar beslist in de in dit artikel vermelde gevallen, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voren te brengen, of er een verhoging of administratieve geldboete moet worden opgelegd.

De Vlaamse regering regelt de nadere modaliteiten en de termijnen aangaande de in het vorige lid vermelde verweermogelijkheid.

Indien de bevoegde ambtenaar beslist een verhoging of administratieve geldboete op te leggen, vermeldt zijn beslissing het bedrag, is het met redenen omkleed en vermeldt het tevens de tekst van artikel 15, 8, eerste lid, en de termijn waarbinnen het bedrag dient betaald te worden.

De in het vorige lid vermelde beslissing wordt bij een ter post aangetekend schrijven aan de betrokkene en, in voorkomend geval, de eigenaar van de gronden ter kennis gegeven.

De betaling van de verhoging of de administratieve geldboete maakt een einde aan de administratieve vordering.

4.

Artikel 15, 8 tot 11 zijn van overeenkomstige toepassing op dit artikel.

5.

De beslissing om een verhoging of administratieve geldboete op te leggen kan niet meer genomen worden na verloop van twee jaar.

De in het eerste lid vermelde verjaringstermijn neemt een aanvang vanaf :

1 de datum waarop de betreffende aangifte verplicht ingediend moest zijn in de gevallen zoals voorzien in 1;
2 de datum van de kennisgeving van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder in de gevallen zoals voorzien in 2.

6.

De daden van onderzoek, met inbegrip van de in 3 aan de betrokkene geboden mogelijkheid om zijn verweermiddelen naar voren te brengen, stuiten de loop ervan. Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen.