Hoofdstuk IIIbis.
De maatregelen betreffende de projectgrindwinning


Art. 20bis.

De Vlaamse Regering kan de grindwinning toestaan op de percelen waar maatschappelijke projecten van groot openbaar belang worden gerealiseerd.

 

Daartoe verleent de Vlaamse Regering aan de houder van de omgevingsvergunning voor de werken, vermeld in het maatschappelijk project of aan een kandidaat-exploitant tot grindwinning, een vergunning tot projectgrindwinning.

 

De uitvoerbaarheid van en de voorwaarden voor de projectgrindwinning worden in de vergunning bepaald in overeenstemming met het project zoals vastgelegd in het projectcomité en goedgekeurd door de Vlaamse Regering volgens de bepalingen van artikel 20 sexies.

 

Artikel 3 tot en met 8, artikel 9 en artikel 14bis zijn niet van toepassing op de projectgrindwinning.


Art. 20ter.

De exploitant van een vergunde projectgrindwinning en de houder van de vergunning zijn er hoofdelijk toe gehouden :

te ontginnen op een wijze dat er een maximale wederzijdse versterking ontstaat tussen de economische componenten, de sociale componenten en de milieucomponenten;
optimaal te ontginnen binnen de projectgrindwinning op basis van een zuinig ruimtegebruik.

 


Art. 20quater.

Voor de projectgrindwinningen gelden in elk geval de volgende voorwaarden :

in een rivierbed is projectgrindwinning enkel mogelijk bij projecten die tot doel hebben de realisatie van de doelstelling bedoeld in artikel 5, 6° , van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, of het herstel en de ontwikkeling van de relevante habitats van bijlage I of de leefgebieden van relevante soorten van de bijlagen II tot IV van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
de projecten binnen de perimeter van de speciale beschermingszones, als bedoeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu moeten het herstel en de ontwikkeling tot doel hebben van de relevante habitats van bijlage I of de leefgebieden van relevante soorten van de bijlagen II tot IV van hetzelfde decreet; 
in de gebieden met de agrarische planologische bestemmingen dienen de projecten rekening te houden met de landbouwbestemming; 
bij de ontgrinding in agrarische planologische bestemmingen, buiten het rivierbed, dient in de eerste plaats de agrarische herbestemming nagestreefd te worden;
onverminderd de realisatie van de landbouwbestemming, bedoeld in 3° , zal elk project een meetbare meerwaarde realiseren op het vlak van natuur en landschap;
bij de winning van berggrind mag enkel boven de natuurlijke grondwaterspiegel ontgonnen worden.

 


Art. 20quinquies.

De exploitant van een vergunde projectgrindwinning en de houder van de vergunning, vermeld in artikel 20bis, zijn hoofdelijk gehouden voor het afwerken en uitrusten van de percelen in de projectgrindwinning met het oog op de realisatie van het maatschappelijk project van groot openbaar belang, en dragen de kosten daarvan.


De exploitant, de vergunninghouder of een vereniging waarvan hij lid is, stelt tot zekerheid van die afwerking en uitrusting in een overeenkomst met het project-comité een financiële waarborg van 5 procent van alle verwachte uitgaven voor de afwerking en uitrusting van het te ontginnen gebied.


Die waarborg voldoet aan de onderstaande voorwaarden:

de exploitant, de vergunninghouder of een vereniging waarvan hij lid is, legt vóór de start van de ontginning aan het projectcomité een gedetailleerde begroting voor van alle verwachte uitgaven voor afwerking en uitrusting;
de exploitant, de vergunninghouder of de vereniging stelt een onherroepelijke bankwaarborg van 5 procent van alle verwachte uitgaven voor de afwerking en uitrusting zoals die werden begroot;
de uitvoering van de projectgrindwinningsvergunning wordt geschorst tot het projectcomité de begroting heeft goedgekeurd en de waarborg volledig gesteld is;
de waarborg kan alleen definitief en volledig worden vrijgegeven op het ogenblik dat het te ontginnen gebied volledig en conform afgewerkt en uitgerust is. Dat wordt vastgesteld in een uitdrukkelijke en definitieve aanvaarding door het projectcomité. De overeenkomst, vermeld in het tweede lid, bepaalt de wijze en de procedure waarop de volledigheid en conformiteit van de afwerking en uitrusting worden vastgesteld;
als de projectgrindwinning voor het te ontginnen gebied en de bijbehorende uitrusting en afwerking in fases wordt uitgevoerd, stelt het projectcomité de conformiteit van de afwerking en uitrusting per fase vast. De fases worden vastgesteld in de overeenkomst, vermeld in het tweede lid. De volledige en conforme uitrusting en afwerking van een fase worden vastgesteld door het projectcomité, maar die vaststelling leidt niet tot de vrijgave van enig deel van de waarborg;
als wordt vastgesteld dat de afwerking en/of uitrusting niet conform is, of als een conforme afwerking en/of uitrusting uitblijft, hetzij van een fase, hetzij van het volledig te ontginnen gebied, vervalt de waarborg en wordt ze toegewezen aan het projectcomité voor het bedrag dat in de begroting is vastgesteld om de afwerking en/of uitrusting volledig en conform te voltooien;
het projectcomité kan de gestelde bankwaarborg op een eerste verzoek aanspreken.

 

Als de waarborg niet toereikend is, vult de exploitant, de vergunninghouder of de vereniging waarvan hij lid is, het tekort aan op grond van de aansprakelijkheid, vermeld in het eerste lid, en betaalt hij dat tekort uit aan het projectcomité.

 

 

Na het vervallen van de waarborg is het de taak van het projectcomité om de afwerking en uitrusting volledig en conform te voltooien voor de fase of het ontgonnen gebied in kwestie.

 

Als een bedrag van de waarborg voor een fase is vervallen en aan het projectcomité is toegewezen, en de grindwinning voor andere fases wordt voortgezet, dan vult de exploitant, de vergunninghouder of een vereniging waarvan hij lid is de financiële waarborg binnen drie maanden weer aan tot 5 procent van alle verwachte uitgaven voor de afwerking en uitrusting van het te ontginnen gebied. De bepalingen van het derde lid zijn in dat geval integraal van toepassing.


Art. 20sexies.

§ 1.

De personen, vermeld in het derde lid, kunnen een projectgrindwinningscomité oprichten dat belast wordt met de volgende taken :

het formuleren van voorstellen voor maatschappelijke projecten van groot openbaar belang waarvan projectgrindwinning een substantieel onderdeel is voor de realisatie van het project;
de voortgangsbewaking van de projectgrindwinning;
de voortgangsbewaking van de uitvoering van de goedgekeurde projecten;
4°  het toezicht op de afwerking en de uitrusting van de projectgrindwinning tijdens en na de beëindiging van de grindwinning;
het sluiten van de in artikel 20 quinquies vermelde overeenkomst. 

 

De oprichting van dit comité en het instellen van zijn bevoegdheden doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van andere overheden om projecten uit te werken.

 

Het projectcomité bestaat uit :

twee vertegenwoordigers, aangewezen door de [...] deputatie van de provincie Limburg, het betreft de leden van de deputatie, bevoegd voor Ruimtelijke Ordening en Leefmilieu/Natuur of hun afgevaardigden;
de burgemeester van elke grindgemeente die voorkomt op de lijst, vastgesteld conform artikel 5, § 4, of hun afgevaardigde;
twee leden, aangewezen door de VZW Belbag als representatieve organisatie voor de exploitanten van grindwinning;
twee leden, aangewezen door de representatieve landbouworganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal- Economische Raad van Vlaanderen; 
twee leden, aangewezen door representatieve verenigingen die uitsluitend de bescherming van het leefmilieu en de natuur als doel hebben en vertegenwoordigd zijn in de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;
[...]

 

Een ambtenaar van het departement woont de vergaderingen van het projectgrindwinningscomité bij als raadgever. 

 

Het projectgrindwinningscomité heeft rechtspersoonlijkheid.

 

Het comité zorgt zelf voor de financiering van zijn werking, het noodzakelijke personeel en de noodzakelijke uitrusting. Het comité kan daarvoor een beroep doen op de diensten of de personeelsleden die de Vlaamse Regering als
ondersteuning ter beschikking van het comité stelt, of op de diensten of de personeelsleden die de POM of de provincie Limburg aan het comité ter beschikking stelt.

 

Het mandaat van de leden van het projectgrindwinningscomité is onbezoldigd. Het comité regelt zelf de wijze waarop de leden worden vergoed voor de door hen gemaakte kosten. Deze vergoedingen zijn ten laste van het projectgrindwinningscomité. 

 

§ 2.

Een projectvoorstel of een wijziging van een goedgekeurd projectvoorstel kan in het projectcomité maar worden goedgekeurd indien minstens twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is en wanneer er geen enkele tegenstem is van deze aanwezige of vertegenwoordigde leden tegen het voorstel.

 

Het projectvoorstel mag enkel betrekking hebben op maatschappelijke projecten van groot openbaar belang, en voor zover de projectgrindwinning een substantieel onderdeel is van de realisatie van het project.

 

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de werking van het projectgrindwinningscomité. 

 

§ 3.

Het voorstel moet minimaal omschrijven :

a) welk maatschappelijk relevant doel men met de realisatie van het project wil bereiken;
b) op welke wijze de voorwaarden van artikel 20 quater zullen worden nageleefd; 
c) op welke wijze het doel wordt bereikt waarbij de daartoe meest aangewezen maatregelen worden vermeld die de wetgeving ter beschikking stelt en tegelijkertijd de overheden, organisaties of personen worden aangeduid die deze maatregelen kunnen uitvoeren;
d) op welke wijze de gevolgen van het gerealiseerde doel en de gevolgen van de uitvoering worden onderzocht, waarbij men de daartoe meest aangewezen onderzoeksmaatregelen vermeldt die de wetgeving daarvoor ter beschikking stelt en de overheden, organisaties of personen aanduidt die deze maatregelen kunnen uitvoeren; 
e) op welke wijze het voorstel een impact heeft op de beroepslandbouw via een landbouwgevoeligheidsanalyse en landbouweffectenrapport en in voorkomend geval hoe deze impact via fl ankerende maatregelen dient gecompenseerd te worden;
f) welke adviezen over het project moeten worden ingewonnen;
g) vanaf welk moment de projectgrindwinning kan worden aangevat, onder welke voorwaarden de project- grindwinning kan worden uitgevoerd en wat het minimale niveau van afwerking en uitrusting zal zijn bij de be ë indiging van de grindwinning ter realisatie van de doelstelling van het project en de planologische bestemming; 
h)  op welke wijze het project zal worden ge financierd;
i) wat de gewenste eigendoms- en beheerssituatie van het project is na beëindiging van de projectgrindwinning, wat kan inhouden het formuleren van een plan met betrekking tot het duurzaam beheer van het terrein na uitvoering van de projectgrindwinning; tegelijkertijd worden de overheden, organisaties of personen aangeduid die betrokken zijn bij of instaan voor de uitwerking van deze eigendoms- of beheerssituatie.

 

De Vlaamse Regering kan extra voorschriften in verband met de inhoud van het project bepalen.

 

§ 4.

De Vlaamse Regering kan het voorstel enkel goed- of afkeuren.


Art. 20septies.

Op voorstel van het projectcomité legt de Vlaamse Regering de regels vast betreffende de procedure en de uitvoeringsmodaliteiten inzake het voorbereiden, het uitvoeren en het opvolgen van de projecten in het projectcomité.