Art. 20ter.

De exploitant van een vergunde projectgrindwinning en de houder van de vergunning zijn er hoofdelijk toe gehouden :

1 te ontginnen op een wijze dat er een maximale wederzijdse versterking ontstaat tussen de economische componenten, de sociale componenten en de milieucomponenten;
2 optimaal te ontginnen binnen de projectgrindwinning op basis van een zuinig ruimtegebruik.