Art. 20sexies.

§ 1.

De personen, vermeld in het derde lid, kunnen een projectgrindwinningscomité oprichten dat belast wordt met de volgende taken :

het formuleren van voorstellen voor maatschappelijke projecten van groot openbaar belang waarvan projectgrindwinning een substantieel onderdeel is voor de realisatie van het project;
de voortgangsbewaking van de projectgrindwinning;
de voortgangsbewaking van de uitvoering van de goedgekeurde projecten;
4°  het toezicht op de afwerking en de uitrusting van de projectgrindwinning tijdens en na de beëindiging van de grindwinning;
het sluiten van de in artikel 20 quinquies vermelde overeenkomst. 

 

De oprichting van dit comité en het instellen van zijn bevoegdheden doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van andere overheden om projecten uit te werken.

 

Het projectcomité bestaat uit :

twee vertegenwoordigers, aangewezen door de bestendige deputatie van de provincie Limburg, het betreft de leden van de deputatie, bevoegd voor Ruimtelijke Ordening en Leefmilieu/Natuur of hun afgevaardigden;
de burgemeester van elke grindgemeente die voorkomt op de lijst, vastgesteld conform artikel 7, § 3, of hun afgevaardigde;
twee leden, aangewezen door de VZW Belbag als representatieve organisatie voor de exploitanten van grindwinning;
twee leden, aangewezen door de representatieve landbouworganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal- Economische Raad van Vlaanderen; 
twee leden, aangewezen door representatieve verenigingen die uitsluitend de bescherming van het leefmilieu en de natuur als doel hebben en vertegenwoordigd zijn in de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;
[...]

 

Een ambtenaar van het departement woont de vergaderingen van het projectgrindwinningscomité bij als waarnemer. 

 

Het projectgrindwinningscomité heeft rechtspersoonlijkheid.

 

Het comité zorgt zelf voor de financiering van zijn werking, het noodzakelijke personeel en de noodzakelijke uitrusting.

 

Het mandaat van de leden van het projectgrindwinningscomité is onbezoldigd. Het comité regelt zelf de wijze waarop de leden worden vergoed voor de door hen gemaakte kosten. Deze vergoedingen zijn ten laste van het projectgrindwinningscomité. 

 

§ 2.

Een projectvoorstel of een wijziging van een goedgekeurd projectvoorstel kan in het projectcomité maar worden goedgekeurd indien minstens twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is en wanneer er geen enkele tegenstem is van deze aanwezige of vertegenwoordigde leden tegen het voorstel.

 

Het projectvoorstel mag enkel betrekking hebben op maatschappelijke projecten van groot openbaar belang, en voor zover de projectgrindwinning een substantieel onderdeel is van de realisatie van het project.

 

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de werking van het projectgrindwinningscomité. 

 

§ 3.

Het voorstel moet minimaal omschrijven :

a) welk maatschappelijk relevant doel men met de realisatie van het project wil bereiken;
b) op welke wijze de voorwaarden van artikel 20 quater zullen worden nageleefd; 
c) op welke wijze het doel wordt bereikt waarbij de daartoe meest aangewezen maatregelen worden vermeld die de wetgeving ter beschikking stelt en tegelijkertijd de overheden, organisaties of personen worden aangeduid die deze maatregelen kunnen uitvoeren;
d) op welke wijze de gevolgen van het gerealiseerde doel en de gevolgen van de uitvoering worden onderzocht, waarbij men de daartoe meest aangewezen onderzoeksmaatregelen vermeldt die de wetgeving daarvoor ter beschikking stelt en de overheden, organisaties of personen aanduidt die deze maatregelen kunnen uitvoeren; 
e) op welke wijze het voorstel een impact heeft op de beroepslandbouw via een landbouwgevoeligheidsanalyse en landbouweffectenrapport en in voorkomend geval hoe deze impact via fl ankerende maatregelen dient gecompenseerd te worden;
f) welke adviezen over het project moeten worden ingewonnen;
g) vanaf welk moment de projectgrindwinning kan worden aangevat, onder welke voorwaarden de project- grindwinning kan worden uitgevoerd en wat het minimale niveau van afwerking en uitrusting zal zijn bij de be ë indiging van de grindwinning ter realisatie van de doelstelling van het project en de planologische bestemming; 
h)  op welke wijze het project zal worden ge financierd;
i) wat de gewenste eigendoms- en beheerssituatie van het project is na beëindiging van de projectgrindwinning, wat kan inhouden het formuleren van een plan met betrekking tot het duurzaam beheer van het terrein na uitvoering van de projectgrindwinning; tegelijkertijd worden de overheden, organisaties of personen aangeduid die betrokken zijn bij of instaan voor de uitwerking van deze eigendoms- of beheerssituatie.

 

De Vlaamse Regering kan extra voorschriften in verband met de inhoud van het project bepalen.

 

§ 4.

De Vlaamse Regering kan het voorstel enkel goed- of afkeuren.