Art. 16.1.3.

§ 1.

Bij de berekening van termijnen is de dies a quo, de dag waarop het feit plaatsvindt dat het uitgangspunt is voor de berekening van de termijn, niet inbegrepen in de termijn [...]. De dies ad quem, de vervaldag van de termijn, is altijd inbegrepen in de termijn [...].

 

Als de vervaldag een zaterdag, zondag of feestdag is, verschuift de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag.

 

De termijnen worden berekend in kalenderdagen [...].

 

§ 2.

Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is door middel van een aangetekende brief zonder ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen de derde werkdag na de dag waarop de verzending heeft plaatsgevonden.

 

Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is met een aangetekende brief met ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.

 

Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is door afgifte tegen ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen de dag na de dag van de afgifte

 

§ 3.

Als een schriftelijke mededeling de handeling is die gedaan moet worden binnen een bepaalde termijn, geldt die termijn voor de verzending of afgifte [...].

 

§ 4.

Als voor de schriftelijke mededeling geen bijzondere vormvereisten zijn gesteld, dan is verzending met een niet-aangetekende brief toegelaten. In dat geval berust bij eventuele betwisting over de datum van de verzending de bewijslast bij de verzender.

 

§ 5.

De datum van de poststempel geldt als datum van verzending.

 

§ 6.

De Vlaamse Regering kan van dit artikel afwijken door een uitdrukkelijk andersluidende bepaling.