Art. 16.4.8bis.

1.

Bestuurlijke maatregelen kunnen niet meer worden opgelegd na het verstrijken van een termijn van vijf jaar nadat voor de milieu-inbreuk of voor het milieumisdrijf een verslag van vaststelling of een proces-verbaal door een toezichthouder is afgesloten, met behoud van de toepassing van paragraaf 2.

Bestuurlijke maatregelen kunnen niet meer worden opgelegd als er meer dan twintig jaar is verstreken nadat de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf is gepleegd.

2.

De verjaringstermijnen, vermeld in paragraaf 1, worden geschorst gedurende de uitvoeringstermijn van de bestuurlijke maatregel die voor de schending in kwestie is opgelegd. Als er in het kader van een besluit houdende bestuurlijke maatregelen verschillende maatregelen met verschillende uitvoeringstermijnen zijn opgelegd, wordt de verjaringstermijn geschorst gedurende een termijn die overeenkomt met de langst durende uitvoeringstermijn.

De verjaringstermijnen, vermeld in paragraaf 1, worden geschorst gedurende de termijn waarin de bestuurlijke maatregelen het voorwerp uitmaken van een beroep bij de minister als vermeld in artikel 16.4.17, alsook gedurende de termijn waarin een beslissing van de minister als vermeld in artikel 16.4.17, het voorwerp is van een procedure bij de Raad van State.