Decontaminatie van infectieus afval (subafdeling 5.2.2.13)

1° “decontaminatie” : het proces waarbij de belading met micro-organismen op infectieuze afvalstoffen wordt teruggebracht tot een niveau waar de kans op besmetting voldoende klein wordt geacht. In het kader van decontaminatie van infectieuze afvalstoffen gaat het om de behandeling van dat afval met verzadigde vochtige hitte;

2° “vochtige hitte” : opwarming van afval met behulp van verzadigde stoom, een agens dat zijn warmte op een efficiëntere wijze afgeeft aan de afvalstoffen dan droge lucht;

3° “shredder” : toestel dat afvalstoffen verkleint tot ze een gewenste grootte hebben bereikt;

4° “verkleining” : proces waarbij afvalstoffen mechanisch worden verkleind;

5° “decontaminatieproces” : geheel van alle stappen die nodig zijn om afvalstoffen te decontamineren, vanaf de
belading van het toestel tot en met de ontlading van het toestel, met inbegrip van de mechanische verkleining van de
afvalstoffen;

6° “decontaminatiefase” : de fase van het decontaminatieproces waarin met behulp van verzadigde stoom de procestemperatuur minstens gelijk aan de doeltemperatuur wordt gehouden;

7° “decontaminatieprogramma” : set van procesparameters en vooropgestelde tijdsduur die de afvalstoffen moeten doorbrengen in de decontaminatiefase;

8° “decontaminatiecyclus” : één enkele uitvoering van het decontaminatieproces;

9° “decontaminatie-installatie” : het volledige toestel dat instaat voor het decontaminatieproces, inclusief toebehoren dat noodzakelijk is om risico’s voor mens en milieu toe te beperken, zoals shredders, filters, en dergelijke.

10° infectieus: de stoffen en preparaten die levensvatbare micro-organismen of hun toxinen bevatten, waarvan bekend is of waarvan sterk wordt vermoed dat ze ziekten bij de mens of bij andere levende organismen veroorzaken.