Bijlage III/1.
Berekeningswijze onrendabele top voor groene stroom voor projecten met startdatum vanaf 1januari 2013 die vallen in de representatieve projectcategorien

[
1 Methodologie

1.1 Onrendabele top
De onrendabele top (OT) wordt als dusdanig bepaald dat, beschouwd over de constructie- en beleidsperiode [(voor biogas steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van 15jaar, voor wind steeds over de constructieperiode + exploitatieperiode van 20jaar [...])], de netto contante waarde van de investering na toekenning van die onrendabele top, NCW(OT), gelijk is aan nul. NCW(OT) wordt bepaald op basis van de kasstroom die vloeit naar de investeerder volgens:
met:
[
OT
De onrendabele top
[€/kWh]
I
Het totale investeringsbedrag
[€]
Tb
De beleidsperiode
[jaar]
Tc
De constructieperiode nodig voor het bouwen van het project
[jaar]
Te
De exploitatieperiode
[jaar]
T
Het tijdstip in de berekening
[-]
OKSt
De operationele kasstroom na belastingen in jaar t
[€]
R
Het gewenste rendement op de totale investering
[%]
]
De vergoeding voor de OT maakt deel uit van de operationele inkomsten, en wordt zodanig bepaald dat de investeerders het vastgelegde rendement behalen.
Er wordt hierbij uitgegaan van projectfinanciering, waarbij alle belastingsvoordelen binnen het project zelf ingeboekt worden en zonodig worden overgedragen naar het volgende boekjaar.

1.2 Aannames met betrekking tot de timing van de kasstroom
De investering in de installatie vindt plaats in jaar 0, de bouw van het project beslaat een termijn Tc. De steunperiode start op Tc en duurt Tb jaren.
De afschrijvingstermijn Ta betreft de periode waarover de installatie boekhoudkundig afgeschreven wordt. [De beleidsperiode is de termijn gedurende dewelke de vergoeding voor de OT aan producenten wordt uitgekeerd.]
met:
Tr
De termijn van de banklening
[jaar]
Ta
De afschrijvingstermijn
[jaar]
Tb, Tr en Ta starten op Tc.

1.3 Investering

1.3.1 Investering
Het totale investeringsbedrag I wordt bepaald als:
I = Ki U
met:
Ki
De specifieke investeringskost per vermogenseenheid
[€/kWe]
U
[Het bruto elektrisch vermogen van de installatie]
[kWe]
[Bij vaststelling van de specifieke investeringskost wordt desgevallend systematisch toegekende investeringssteun, anders dan deze vermeld in 1.3.3, in mindering gebracht.] [Indien bij de vaststelling van de specifieke investeringskost gebruik wordt gemaakt van de door het [VEKA] verzamelde gegevens van gerealiseerde projecten die beantwoorden aan de omschrijving van de generieke installatie, wordt hierbij de mediaan gebruikt. Bij een even aantal waarnemingen wordt desgevallend het gemiddelde van de twee middelste waarnemingen genomen.]

1.3.2 Afschrijvingen
De afschrijvingen gebeuren lineair vanaf Tc voor een periode gelijk aan de afschrijvingstermijn:
DEPt =
I
Ta
voor Tc ≤ t ≤ Tc + Ta – 1 en DEPt = 0 voor andere t
met:
DEPt
De jaarlijkse afschrijving van de investering
[€]

1.3.3 Investeringsaftrek
De investeringsaftrek wordt bepaald als:
IA = I i IAP
met:
IA
Het bedrag van de investeringsaftrek
[€]
i
Het deel van de investering dat in aanmerking komt voor IA
[%]
IAP
Het percentage van de investeringsaftrek
[%]
De investeringsaftrek wordt in rekening gebracht in het jaar van de investering, d.w.z. jaar 0, en indien nodig overgedragen volgens de wettelijk geldende bepalingen.

1.4 Financiering

1.4.1 Financiering met eigen vermogen
De inbreng van het eigen vermogen gebeurt in jaar 0 en wordt gegeven door volgende formule:
EV = E I
met:
EV
Het ingebracht eigen vermogen
[€1
E
Het aandeel eigen vermogen in de totale investering
[%]

1.4.2 Financiering met vreemd vermogen
Het met een lening gefinancierde bedrag wordt berekend als
L = (1 – E) I
met:
L
Het bedrag van de banklening
[€]
De lening wordt vanaf jaar Tc over een termijn van Tr jaren met constante annuteiten afgelost. Het bedrag van de annuteit wordt gegeven door:
met:
A
De annuteit van de banklening
[€]
rd
De interestvoet op de banklening
[%]
Het uitstaande bedrag van de lening aan het begin van jaar t is dan gelijk aan:
Lt = L (1 + rd)t-Tc
A
rd
[(1 + rd)t-Tc – 1] voor Tc ≤ t ≤ Tc + Tr – 1
zodat de interestbetaling en aflossing in jaar t gelijk zijn aan:
Rt = rd Lt voor Tc ≤ t ≤ Tc + Tr – 1 en Rt = 0 voor andere t
Dt = A – Rt voor Tc ≤ t ≤ Tc + Tr – 1 en Dt = 0 voor andere t
met:
Lt
Het uitstaande bedrag van de lening in jaar t
[€]
Rt
De interestbetaling in jaar t
[€]
Dt
De aflossing in jaar t
[€]

1.5 Operationele kasstroom vr de onrendabele top
De operationele kasstroom in jaar t zonder vergoeding voor OT wordt gegeven door:
OKSvoor OT,t = OEL,t + OWA,t + SPB,t + OWKC – KO,t – KB,t KOIS,t KOUS,t voor t ≥ Tc
met:
OKSvoorOT,t
De operationele kasstroom vr OT in jaar t
[€]
OEL,t
De opbrengst of marktwaarde van elektriciteit in jaar t
[€]
OWA,t
De opbrengst of marktwaarde van nuttige warmte in jaar t
[€]
SPB,t
De besparing aan primaire brandstofkosten in jaar t
[€]
OWKC
De opbrengst aan warmtekrachtcertificaten op jaarbasis
[€]
KO,t
De operationele kosten in jaar t
[€]
KB,t
De brandstofkosten in jaar t, inclusief de financieringskosten voor aankoop van brandstof
[€]
KOIS,t
De kosten (−) of opbrengsten (+) aan ingaande stoffen in jaar t, inclusief de financieringskosten voor aankoop van ingaande stoffen
[€]
KOUS,t
De kosten (−) of opbrengsten (+) aan uitgaande stoffen in jaar t
[€]
De bovenstaande formule geldt voor alle types van technologien. In functie van het beschouwde type zijn slechts een deel van de termen in de som relevant. De niet-relevante termen worden dan gelijkgesteld aan nul.
Gedurende de constructieperiode wordt de operationele kasstroom gelijkgesteld aan 0.
Bij een actualisatie van een onrendabeletopberekening is het wenselijk n of meerdere parameters aan te passen aan werkelijke prijsevoluties. Onderstaande formules worden voor die parameters dan slechts weerhouden voor de jaren volgend op de actualisatie, voor de jaren tot en met de actualisatie kan een historische prijsevolutie aangehouden worden, zoals uitgewerkt in 1.5.1.

1.5.1 Opbrengst elektriciteit
In functie van de concrete uitwerking van een netvergoeding zal deze door [VEKA] op de geigende plaats in de berekeningen opgenomen worden.
De netto geproduceerde elektriciteit (na aftrek van het verbruik van de installatie zelf) wordt hetzij verkocht [(bijvoorbeeld via netinjectie of via een directe lijn)] hetzij verbruikt binnen de eigen bedrijfsvoering. In het eerste geval worden opbrengsten gegenereerd, in het tweede geval worden kosten voor de aankoop van elektriciteit uitgespaard. De opbrengst aan geproduceerde elektriciteit is gelijk aan de som van de vermeden kosten voor zelfafname en de opbrengst van de verkoop van het resterende gedeelte.
De opbrengst aan elektriciteit in jaar t wordt berekend als:
met:
ZAEL
Het aandeel zelfafname van de geproduceerde elektriciteit
[%]
PEL,ZA
De vermeden kost elektriciteit bij zelfafname in jaar Tac
[€/kWh]
EVEL
Het aandeel eigenverbruik van de installatie zelf, voor bepaling van netto elektriciteitsproductie
[%]
QEL
De bruto productie aan elektriciteit op jaarbasis
[kWh]
iEL,ZA
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de vermeden kost voor elektriciteit door zelfafname
[%]
Tac
Het jaar waarvoor de eerste berekening (jaar 0) of een eventuele actualisatie gebeurt, te rekenen vanaf de investering
[-]
PEL,V
De marktwaarde elektriciteit bij verkoop in jaar Tac, o.a. rekening houdend met het best haalbare productieprofiel
[€/kWh]
PIN
De kosten voor de genjecteerde elektriciteit in jaar Tac (vb. injectietarief)
[€/kWh]
iEL,V
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktwaarde elektriciteit bij verkoop
[%]
en
OEL,t = ZAEL PEL,ZA,t (1 – EVEL) QEL + (1 – ZAEL) (PEL,V,t – PIN,t) (1 – EVEL) QEL voor t < Tac
met:
PEL,ZA,t
De vermeden kost elektriciteit bij zelfafname in jaar t, voorafgaand aan de actualisatie
[€/kWh]
PEL,V,t
De marktwaarde elektriciteit bij verkoop in jaar t, voorafgaand aan de actualisatie, o.a. rekening houdend met het best haalbare productieprofiel
[€/kWh]
PIN,t
De kosten voor de genjecteerde elektriciteit in jaar t, voorafgaand aan de actualisatie (vb. injectietarief)
[€/kWh]
De bruto productie aan elektriciteit op jaarbasis wordt berekend als:
QEL = VU U
met:
VU
Het gemiddelde jaarlijks aantal vollasturen
[u]

1.5.2 Opbrengst nuttige warmte
De opbrengst van de warmteproductie in jaar t wordt berekend als:
OWA,t = PPBW QWA (1 + iPBW)t
met:
PPBW
De marktwaarde zonder toevoeging van taksen, heffingen en vermeden netkosten van de vermeden primaire brandstof voor dezelfde hoeveelheid nuttige warmte in jaar 0
[€/kWh]
QWA
De hoeveelheid vermeden primaire brandstof voor dezelfde hoeveelheid nuttige warmte op jaarbasis
[kWh]
iPBW
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktprijs van de vermeden primaire brandstof
[%]
waarbij:
QWA =
QEL ηth,WKK
th,ref.k] ηel
met:
ηth,WKK
[Het netto thermisch rendement van de installatie]
[%]
ηel
[Het bruto elektrisch rendement van de installatie]
[%]
th,ref.k]
[Het thermisch referentierendement voor gescheiden opwekking van warmte zoals vastgelegd in art.6.2.10 voor de aangehouden primaire brandstof]
[%]

1.5.3 Besparing primaire brandstof
In geval van bijstook wordt de besparing aan primaire brandstof in jaar t berekend als:
SPB,t = PTVB BPB (1 + iTVB)t
met:
PTVB
De brandstofkosten van de vervangen brandstof (bijstook) in jaar 0
[€/kWh]
BPB
De besparing aan primaire brandstof op jaarbasis
[kWh]
iTVB
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktprijs van de vervangen brandstof (bijstook)
[%]
waarbij:
BPB =
QEL BSeff
ηel
met:
BSeff
De effectieve brandstofsubstitutie (bijstook)
[%]

1.5.4 Opbrengst warmtekrachtcertificaten
De opbrengst aan warmtekrachtcertificaten in jaar t wordt berekend als:
OWKC = PWKC BFWKC VWKB
met:
PWKC
De marktprijs van de warmtekrachtcertificaten
[€/kWh]
BFWKC
De bandingfactor berekend voor warmtekrachtcertificaten
[%]
VWKB
De valoriseerbare warmtekrachtbesparing op jaarbasis
[kWh]
De valoriseerbare warmtekrachtbesparing wordt bepaald conform art.6.2.10, waarbij de referentiewaarden per categorie worden bepaald zoals vastgelegd onder 3.

1.5.5 Operationele kosten
De operationele kosten in jaar t worden berekend als:
[KO, t =[(lV +KV) x U +KVar x QEL +KBp] x (1 +iOK)t
met:
lV
In het jaar van de vervangingsinvestering, de hoogte in jaar 0 van die vervangingsinvestering per eenheid capaciteit, 0 in de overige jaren
[€/kWe]
KV
De vaste kosten per eenheid capaciteit in jaar 0
[€/kWe]
KVar
De variabele kosten per eenheid productie in jaar 0
[€/kWh]
iOK
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de operationele kosten
[%]
KBp
De jaarlijkse kosten per installatie verbonden aan de organisatie van burgerparticipatie in jaar 0
[€]
]
[Indien bij de vaststelling van de operationele kosten gebruik wordt gemaakt van de door het [VEKA] verzamelde gegevens van gerealiseerde projecten die beantwoorden aan de omschrijving van de generieke installatie, wordt hierbij de mediaan gebruikt. Bij een even aantal waarnemingen wordt desgevallend het gemiddelde van de twee middelste waarnemingen genomen.]

1.5.6 Brandstofkosten
De brandstofkosten in jaar t worden berekend als:
KB,t = PB
QEL
ηel
(1 + iB)t
met:
PB
De prijs van de brandstof in jaar 0, inclusief de financieringskosten voor aankoop van brandstof
[€/kWh]
iB
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktprijs van de brandstof
[%]

1.5.7 Kosten/opbrengsten ingaande stoffen
De kosten of opbrengsten van ingaande stoffen in jaar t worden berekend als:
KOIS,t = MIS POIS (1 + iIS)t
met:
MIS
De hoeveelheid (massa) ingaande stoffen op jaarbasis
[ton]
POIS
De kosten of opbrengsten aan ingaande stoffen per ton in jaar 0, inclusief de financieringskosten voor aankoop van ingaande stoffen
[€/ton]
iIS
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktprijs van de ingaande stoffen
[%]

1.5.8 Kosten/opbrengsten uitgaande stoffen
De kosten of opbrengsten van uitgaande stoffen in jaar t worden berekend als:
KOUS,t = MUS POUS (1 + iUS)t
met:
MUS
De hoeveelheid (massa) uitgaande stoffen op jaarbasis
[ton]
POUS
De kosten of opbrengsten aan uitgaande stoffen per ton in jaar 0
[€/ton]
iUS
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktprijs van de uitgaande stoffen
[%]

1.6 Vergoeding OT
De totale vergoeding voor de OT op basis van groenestroomproductie in jaar t is gelijk aan:
VOTt = OT (1 – EVGSC) QEL voor t ≥ Tac
met:
VOTt
De totale vergoeding voor de onrendabele top in jaar t
[€]
EVGSC
[Deel van bruto elektriciteitsproductie dat niet in aanmerking komt voor groenestroomcertificaten, aanvaardbaar voor de certificatenverplichting.]
[%]
en
VOTt = OTt (1 – EVGSC) QEL voor t < Tac
met:
OTt
De OT zoals die voor jaar t werd bepaald in de voorgaande onrendabeletopberekeningen
[€/kWh]
en
VOTt = 0 voor t < Tc
en
VOTt = 0 voor t ≥ Tc + Tb
Bij een actualisatie wordt bijgevolg rekening gehouden met de eerder berekende OT, de hoogte van de te bepalen OT wordt berekend op basis van de nog te realiseren elektriciteitsproductie.

1.7 Belasting op het resultaat
Het belastbaar inkomen in jaar t wordt berekend als:
BIt = OKSvoor OT,t + VOTt – IAt – DEPt – Rt
met:
BIt
Het belastbaar inkomen in jaar t
[€]
De belasting op het resultaat is dan gelijk aan:
Bt = BIt b
met:
Bt
De belasting op het resultaat in jaar t
[€]
b
Het percentage vennootschapsbelasting
[%]

1.8 Operationele kasstroom na belasting
De operationele kasstroom na belasting in jaar t wordt gegeven door:
OKSt = OKSvoorOT,t + VOTt – Bt

1.9 Combinatie van warmtekrachtcertificaten en groenestroomcertificaten
In een aantal categorien kunnen de installaties, mits zij voldoen aan de daarvoor geldende voorwaarden, aanspraak maken op zowel groenestroomcertificaten als op warmtekrachtcertificaten. Wanneer beide gecombineerd worden wordt allereerst de OT berekend op basis van warmtekrachtbesparing, conform bijlageIII/2. Deze onrendabele top wordt vervolgens toegewezen aan warmtekrachtcertificaten. [...] [Voor groenestroomcertificaten wordt] een nieuwe onrendabele top berekend volgens bijlageIII/1, waarbij de opbrengst via WKC wordt berekend conform 1.5.4, met als banding factor de werkelijk toegekende waarde, en ingerekend in de jaarlijkse kasstroom. Deze onrendabele top wordt gehanteerd voor het berekenen van de banding factor voor groenestroomcertificaten.

2 Gebruikte parameters
U
[Het bruto elektrisch vermogen van de installatie]
[kWe]
ηel
[Het bruto elektrisch rendement van de installatie]
[%]
ηth,WKK
[Het netto thermisch rendement van de installatie]
[%]
ηth,ref
Het thermisch referentierendement voor gescheiden opwekking van warmte zoals vastgelegd in art.6.2.10
[%]
th,ref.k]
[Het thermisch referentierendement voor gescheiden opwekking van warmte zoals vastgelegd in artikel 6.2.10 voor de aangehouden primaire brandstof]
[[%]]
ηel,ref
Het elektrisch referentierendement voor gescheiden opwekking van elektriciteit zoals vastgelegd in art.6.2.10
[%]
EVEL
Het aandeel eigen verbruik van de installatie zelf, voor bepaling van de netto elektriciteitsproductie
[%]
EVGSC
[Deel van bruto elektriciteitsproductie dat niet in aanmerking komt voor groenestroomcertificaten, aanvaardbaar voor de certificatenverplichting]
[%]
Ki
De specifieke investeringskost per vermogenseenheid
[€/kWe]
r
Het gewenste rendement op de totale investering
[%]
E
Het aandeel eigen vermogen in de totale investering
[%]
rd
De interestvoet op de banklening
[%]
Tb
De beleidsperiode
[jaar]
Tc
De constructieperiode nodig voor het bouwen van het project
[jaar]
[Tac]
[Het jaar waarvoor de eerste berekening (jaar 0) of een eventuele actualisatie gebeurt, te rekenen vanaf de investering]
[-]]
Ta
De afschrijvingstermijn
[jaar]
Tr
De termijn van de banklening
[jaar]
i
Het deel van de investering dat in aanmerking komt voor investeringsaftrek
[%]
IAP
Het percentage van de investeringsaftrek
[%]
VU
Het gemiddelde jaarlijks aantal vollasturen
[u]
ZAEL
Het aandeel zelfafname van de geproduceerde elektriciteit
[%]
PEL,ZA
De vermeden kost elektriciteit bij zelfafname in jaar Tac
[€/kWh]
PEL,ZA,t
De vermeden kost elektriciteit bij zelfafname in jaar t, voorafgaand aan de actualisatie
[€/kWh]
PEL,V
De marktwaarde elektriciteit bij verkoop in jaar Tac, o.a. rekening houdend met het best haalbare productieprofiel
[€/kWh]
PEL,V,t
De marktwaarde elektriciteit bij verkoop in jaar t, voorafgaand aan de actualisatie, o.a. rekening houdend met het best haalbare productieprofiel
[€/kWh]
PIN
De kosten voor de genjecteerde elektriciteit in jaar Tac (vb. injectietarief)
[€/kWh]
PIN,t
De kosten voor de genjecteerde elektriciteit in jaar t voorafgaand aan de actualisatie (vb. injectietarief)
[€/kWh]
PPBW
De marktwaarde zonder toevoeging van taksen, heffingen en vermeden netkosten van de vermeden primaire brandstof voor dezelfde hoeveelheid nuttige warmte in jaar 0
[€/kWh]
PTVB
De brandstofkosten van de vervangen brandstof (bijstook) in jaar 0
[€/kWh]
iEL,ZA
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de vermeden kost voor elektriciteit door zelfafname
[%]
iEL,V
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktwaarde elektriciteit bij verkoop
[%]
iPBW
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktprijs van de vermeden primaire brandstof
[%]
iTVB
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktprijs van de vervangen brandstof (bijstook)
[%]
BSeff
De effectieve brandstofsubstitutie (bijstook)
[%]
BFWKC
De bandingfactor berekend voor warmtekrachtcertificaten
[%]
PWKC
De marktprijs van de warmtekrachtcertificaten
[€/kWh]
lV
In het jaar van de vervangingsinvestering, de hoogte in jaar 0 van die vervangingsinvestering per eenheid capaciteit, 0 in de overige jaren
[€/kWe]
KV
De vaste kosten per eenheid capaciteit in jaar 0
[€/kWe]
KVar
De variabele kosten per eenheid productie in jaar 0
[€/kWhe]
iOK
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de operationele kosten
[%]
PB
De prijs van de brandstof in jaar 0, inclusief de financieringskosten voor aankoop van brandstof
[€/kWh]
iB
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktprijs van de brandstof
[%]
MIS
De hoeveelheid (massa) ingaande stoffen op jaarbasis
[ton]
POIS
De kosten of opbrengsten aan ingaande stoffen per ton in jaar 0, inclusief de financieringskosten voor aankoop van ingaande stoffen
[€/ton]
iIS
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktprijs van de ingaande stoffen
[%]
MUS
De hoeveelheid (massa) uitgaande stoffen op jaarbasis
[ton]
POUS
De kosten of opbrengsten aan uitgaande stoffen per ton in jaar 0
[€/ton]
iUS
De verwachte gemiddelde jaarlijkse verandering van de marktprijs van de uitgaande stoffen
[%]
b
Het percentage vennootschapsbelasting
[%]

[
3 Parameterwaarden
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de vastgestelde parameterwaarden of de methodologie volgens dewelke ze worden vastgelegd voor de categorien, vermeld in [artikel6.2/1.2]. [Productie-installaties die aangesloten zijn op een directe lijn die de eigen site overschrijdt en daarin injecteren, zijn uitgesloten van de categorien, vermeld in punt3.] Daarbij worden de volgende afkortingen gehanteerd:
1
[...]
2
[
a)
[
cat. 4a
nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op het land, met een bruto nominaal vermogen per turbine groter dan 300 kWe tot [2,5 MWe], waarbij het project voorziet in burgerparticipatie;
cat. 4b
nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op het land, met een bruto nominaal vermogen per turbine groter dan 300 kWe tot 3 MWe die niet vallen onder cat. 4a;
]
b)
cat. 4/1a:
nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op het land, met een bruto nominaal vermogen per turbine [vanaf 2,5 MWe] tot en met 4,5MWe, waarbij het project voorziet in burgerparticipatie;
cat. 4/1b:
nieuwe installaties met betrekking tot windenergie op het land, met een bruto nominaal vermogen per turbine vanaf 3MWe tot en met 4,5MWe die niet vallen onder cat. 4/1a;
]
3
[nieuwe biogasinstallaties met een nominaal vermogen groter dan 10kWe tot en met 5MWe:
a)
cat. 5/1a:
voor de vergisting van mest- of land- en tuinbouwgerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen, met uitsluiting van biogasinstallaties op stortgas, biogasinstallaties met vergisting van afvalwater(zuiveringsslib) of rioolwater(zuiveringsslib) en met uitsluiting van b),
waarbij het project voorziet in burgerparticipatie;
cat. 5/1b:
voor de vergisting van mest- of land- en tuinbouwgerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen, met uitsluiting van biogasinstallaties op stortgas, biogasinstallaties met vergisting van afvalwater(zuiveringsslib) of rioolwater(zuiveringsslib) en met uitsluiting van b),
die niet vallen onder cat. 5/1a;
b)
cat. 6/1a:
voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie, waarbij het project voorziet in burgerparticipatie;
cat. 6/1b:
voor GFT-vergisting bij een bestaande composteringsinstallatie, die niet vallen onder cat. 6/1a;
cat. 5: /;
cat. 6: /;
cat. 7: /;
cat. 8: /;
cat. 9: /;
]
4
[
cat. 10/1a:
nieuwe biogasinstallaties met een nominaal vermogen groter dan 5MWe tot en met 20MWe voor de vergisting van mest- of land- en tuinbouwgerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen, met uitsluiting van biogasinstallaties op stortgas, biogasinstallaties met vergisting van afvalwater(zuiveringsslib) of rioolwater(zuiveringsslib) of van GFT-afval,
waarbij het project voorziet in burgerparticipatie;
cat. 10/1b:
nieuwe biogasinstallaties met een nominaal vermogen groter dan 5MWe tot en met 20MWe voor de vergisting van mest- of land- en tuinbouwgerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen, met uitsluiting van biogasinstallaties op stortgas, biogasinstallaties met vergisting van afvalwater(zuiveringsslib) of rioolwater(zuiveringsslib) of van GFT-afval,
die niet vallen onder cat. 10/1a;
cat. 10: /;
cat. 11: /;
cat. 12: /;
cat. 13: /;
cat. 14: /;
]
5
[...]
6
[...]
7
[...]
[
Parameter
cat. 4a
cat. 4b
cat. 4/1a
cat. 4/1b
cat. 5/1a en 6/1a
cat. 5/1b en 6/1b
cat. 10/1a
cat. 10/1b
U
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
ηel
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
ηth,WKK
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
ηth,ref
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
ηel,ref
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
EVEL
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
EVGSC
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
Ki
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
[[R
5,5
5,5
5,5
5,5
8,5
8,5
8,5
8,5]
E
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
rd
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
[[Tb
22
22
22
22
17
17
17
17]
Tr
20
20
20
20
15
15
15
15
[[Ta
22
22
22
22
17
17
17
17]
Tc
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
I
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
IAP
M3.3*
M3.3*
M3.3*
M3.3*
M3.3*
M3.3*
M3.3*
M3.3*
VU
M3.1**
M3.1**
M3.1**
M3.1**
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
ZAEL
0%
0%
0%
0%
a) 0% b) 30%
a) 0% b) 30%
0%
0%
PEL,ZA
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
PEL,ZA,t
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
PEL,V
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
PEL,V,t
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
M3.4*
PIN
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
PIN,t
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
iEL,ZA
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
iEL,V
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
PTVB
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
iTVB
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
PPBW
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
iPBW
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
BSeff
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
BFWKC
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
PWKC
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,035***
0,035***
0,035***
0,035***
lV
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
KBp
1000
0
1000
0
150
0
700
0
KV
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
KVar
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
iOK
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
PB
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
iB
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
MIS
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
POIS
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
iIS
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
MUS
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
POUS
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
iUS
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
M3.1*
M3.1*
M3.1*
M3.1*
B
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
M3.5*
(*)
De parameter wordt bepaald via de vermelde methode, weergegeven in 3.1.1 tot en met 3.1.5.
(**)
[Voor windenergie worden, voor de berekening van de vollasturen, alleen de windturbines met een bruto nominaal vermogen vanaf [2 MW] in beschouwing genomen die binnen de vermogensvork van de betreffende projectcategorie vallen. Het aantal vollasturen wordt berekend voor de windturbines die het voorgaande jaar een volledig jaar normaal operationeel waren en die maximaal vijf jaar operationeel zijn. Dat aantal vollasturen wordt vervolgens genormaliseerd naar het gemiddelde windaanbod tijdens de afgelopen vijf jaar op basis van de gegevens van de windturbines die in die jaren normaal operationeel waren. Windturbines met een aantal genormaliseerde vollasturen dat voor het voorgaande jaar meer dan 30% onder het gemiddelde ligt, worden vervolgens uit de berekening geschrapt. Op basis van de resterende gegevens voor het voorgaande jaar wordt een nieuw gemiddelde aantal jaarlijkse vollasturen berekend dat gelijkgesteld wordt met VU.]
(***)
de waarde van de bandingdeler
]
n.v.t.: niet van toepassing
Voor de categorie wind zal het [VEKA] als onderdeel van de exploitatiekosten maximaal een opstalvergoeding van 5000euro per windturbine aanvaarden.

3.1.1 M3.1
Het [VEKA] legt de waarden vast op basis van een referentie-installatie voor nieuwe projecten, en behoudt die waarden[, behalve voor parameter PIN en PIN,t] voor lopende projecten.

3.1.2 M3.2
/

3.1.3 M3.3
Het percentage van de verhoogde investeringsaftrek wordt overgenomen, zoals gepubliceerd in het Staatsblad voor nieuwe projecten, en die waarde wordt behouden voor lopende projecten.

3.1.4 [M3.4
De marktwaarde van de elektriciteit bij zelfafname of verkoop wordt voor het volgende kalenderjaar vastgesteld door het [VEKA] op basis van de gemiddelde ENDEX (year ahead) tijdens de meest recente periode van twaalf maanden voor injectie, en op basis van referentiebronnen die vastgesteld worden door het [VEKA] voor elektriciteit die niet genjecteerd wordt. Voor de daaropvolgende jaren wordt deze marktwaarde gendexeerd.
[
In afwijking van het eerste lid, wordt voor projecten waarvoor de onrendabele top niet geactualiseerd wordt, zoals bepaald in art.7.1.4/1, 4, derde lid van het Energiedecreet, de marktwaarde van de elektriciteit bij zelfafname of verkoop voor het volgende kalenderjaar vastgesteld door het VEKA op basis van de gemiddelde ENDEX (year ahead) tijdens de meest recente periode van 24maanden voor injectie, en op basis van referentiebronnen die vastgesteld worden door het VEKA voor elektriciteit die niet genjecteerd wordt.
]
Voor de voorgaande kalenderjaren wordt telkens uitgegaan van de gemiddelde ENDEX (year ahead) tijdens het voorafgaande jaar voor injectie, en van referentiebronnen die vastgesteld worden door het [VEKA] voor elektriciteit die niet genjecteerd wordt.
]
3.1.5 M3.5
Het [VEKA] legt de waarde vast volgens modelparameters, zoals gebruikt door VITO of andere referentiebronnen voor nieuwe projecten, en behoudt die waarden voor lopende projecten. [Parameter b wordt voor alle lopende projecten met startdatum vanaf 1januari 2013 en nieuwe projecten met een startdatum vanaf 1augustus tot en met 31december van het lopende kalenderjaar geactualiseerd.]
]