HOOFDSTUK IIbis. Capaciteitsmechanismen.


Afdeling 1.
Strategische reserve


Art. 7bis.

§ 1.

Uiterlijk op 15 november van ieder jaar voert de netbeheerder een probabilistische analyse uit met betrekking tot de staat van ‘s lands bevoorradingszekerheid voor de komende winterperiode. Vooraf stelt de Algemene Directie Energie alle informatie die nuttig is voor die analyse en waarover het beschikt ter beschikking van de netbeheerder.

 

Met het oog op het uitvoeren van de analyse bedoeld in het eerste lid raadpleegt de netbeheerder de netgebruikers en de commissie over elke evolutie van de basishypotheses en de methodologie die gebruikt worden voor zijn analyse.

 

§ 2.

Het niveau van bevoorradingszekerheid dat moet worden bereikt, wordt bepaald door:

desgevallend, de geharmoniseerde normen vastgesteld door de in deze aangelegenheid bevoegde Europese instellingen;
bij het ontbreken van geharmoniseerde normen op Europees niveau, desgevallend de geharmoniseerde normen vastgesteld op regionaal niveau, inzonderheid op het niveau van de Centraal-West- Europese elektriciteitsmarkt;
bij het ontbreken van zulke normen, een berekening van een LOLE van minder dan 3 uur en van een LOLE95 van minder dan 20 uur, aan de hand waarvan de ontbrekende ladingsvolumes, noodzakelijk voor de verzekering van de bevoorradingszekerheid, worden bepaald.

 

§ 3.

[...]

 

§ 4.

Voor de in § 1 bedoelde analyse, houdt de netbeheerder rekening met ten minste volgende elementen:

de productie- en opslagcapaciteiten die voor de geanalyseerde periode beschikbaar zullen zijn in de Belgische regelzone, op basis onder meer van de buitenwerkingstellingen geprogrammeerd in het ontwikkelingsplan bedoeld in artikel 13, en van de ontvangen mededelingen in toepassing van artikel 4bis;
de vooruitzichten inzake elektriciteitsverbruik;
de mogelijkheden tot invoer van elektriciteit, rekening houdend met de capaciteiten van de interconnectoren waarover het land zal beschikken, en, desgevallend, met een schatting van de beschikbaarheid van elektriciteit op de Centraal-West-Europese elektriciteitsmarkt in het licht van ’s lands energiebevoorrading.


De netbeheerder kan, op gemotiveerde wijze, de elementen opgenomen in het eerste lid aanvullen met ieder element dat hij nuttig acht.

 

§ 4bis.

Uiterlijk op 30 juni van iedere tweejaarlijkse periode voert de netbeheerder een analyse uit met betrekking tot de noden van het Belgische elektriciteitssysteem inzake de toereikendheid en de flexibiliteit van het land voor de komende tien jaar.

 

De basishypotheses en -scenario’s alsook de methodologie die gebruikt worden voor deze analyse worden bepaald door de netbeheerder in samenwerking met de Algemene Directie Energie en het Federaal Planbureau en in overleg met de commissie.

 

§ 5.

De analyses bedoeld in de paragrafen 1 en 4bis worden door de netbeheerder overgemaakt aan de minister en aan de Algemene Directie Energie en worden gepubliceerd op de websites van de netbeheerder en de Algemene Directie Energie.


Art. 7ter.

Uiterlijk op 15 december van ieder jaar maakt de Algemene Directie Energie een advies over aan de minister, aangaande de noodzaak tot het aanleggen van een strategische reserve voor de volgende winterperiode.


Indien het advies besluit dat er een noodzaak bestaat om zulke reserve aan te leggen voor de komende winterperiode, bevat het eveneens een voorstel van volume voor deze reserve, uitgedrukt in MW. [...]


[...]


Art. 7quater.

Op basis van de analyse van de netbeheerder en het advies van de Algemene Directie Energie kan de minister binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van het advies van de Algemene Directie Energie bedoeld in artikel 7ter, instructie geven bij wege van ministerieel besluit aan de netbeheerder om een strategische reserve aan te leggen voor een periode van één jaar, vanaf de eerste dag van de komende winterperiode, en legt de omvang van deze reserve in MW vast. Overeenkomstig deze instructies, staat de netbeheerder in voor de organisatie van de aanleg van een strategische reserve, onverminderd de bevoegdheid van de minister om, desgevallend, de noodzakelijke prijzen en volumes op te leggen bij een in Ministerraad overlegd
ministerieel besluit, overeenkomstig artikel 7sexies, § 3, tweede lid. De minister stelt de commissie op de hoogte van deze beslissing. De beslissing, de analyse van de netbeheerder en het advies van de Algemene Directie Energie worden gepubliceerd op de website van de Algemene Directie Energie.

 

Indien na de beslissing bedoeld in het eerste lid, de omstandigheden met betrekking tot de bevoorradingszekerheid dermate evolueren dat het volume van de strategische reserve niet langer overeenstemt met de criteria bedoeld in artikel 7bis, § 2, dan kan de minister, uiterlijk op 1 september van ieder jaar, op basis van een geactualiseerde analyse van de netbeheerder en advies van de Algemene Directie Energie, bij wege van een in Ministerraad overlegd ministerieel besluit het vereiste volume van de strategische reserve vastgelegd overeenkomstig het eerste lid herzien. De minister stelt de commissie op de hoogte van deze beslissing. De beslissing, de geactualiseerde analyse van de netbeheerder en het advies van de Algemene Directie Energie worden gepubliceerd op de website van de Algemene Directie Energie.


Het in MW bepaalde volume wordt vastgesteld, uitgaande van een ononderbroken beschikbaarheid van het vermogen dat door de minister werd bepaald. Het sluiten van overeenkomsten door de netbeheerder kan leiden tot een vermogensvolume in MW dat het niveau, dat door de minister was bepaald in functie van de voorzienbare beschikbaarheid van MW die hem werden aangeboden of in functie van de ondeelbaarheid van de aan hem aangeboden MW, overtreft. [...]


Art. 7quinquies.

§ 1.

Na raadpleging van de netgebruikers, van de commissie en van de Algemene Directie Energie bepaalt de netbeheerder de proceduremodaliteiten voor de aanleg van de strategische reserve. Bij de uitwerking van de proceduremodaliteiten aangaande de gebruikers van het distributienet, raadpleegt de netbeheerder de distributienetbeheerders.


De proceduremodaliteiten worden gepubliceerd op de website van de netbeheerder.

 

§ 2.

Iedere speler die beschikt over vermogen gelokaliseerd in de Belgische regelzone, en die beantwoordt aan de specificaties zoals bepaald in de proceduremodaliteiten, kan deelnemen aan de procedure voor de aanleg van de strategische reserve, voor zover hij beantwoordt aan één van de volgende kenmerken :

iedere transmissie- of distributienetgebruiker, individueel of op geaggregeerde wijze, via offertes van vraagzijdebeheer;

1°bis iedere exploitant van noodstroomgroepen die in eilandbedrijf kunnen werken;
iedere exploitant van een productie-installatie die een mededeling van definitieve buitenwerkingstelling heeft gedaan op basis van artikel 4bis, § 1 en die, op het moment van de instructie bedoeld in artikel 7quater, strategische reserve levert overeenkomstig dit hoofdstuk;
iedere exploitant van een productie-installatie die, nog voor de instructie bedoeld in artikel 7quater, een mededeling van buitenwerkingstelling heeft gedaan op basis van artikel 4bis, §1 en waarvan de buitenwerkingstelling nog niet effectief is maar zal plaatsvinden voorafgaand aan het begin van de in de procedure bedoelde winterperiode;
iedere exploitant van een productie-installatie die een mededeling van tijdelijke buitenwerkingstelling heeft gedaan op basis van artikel 4bis, § 1 en waarvan de tijdelijke buitenwerkingsstelling effectief is.

 

§ 3.

De exploitanten bedoeld n § 2, 2° tot 4°, waarvan de productieinstallatie een netto ontwikkelbaar vermogen heeft van tenminste 25 MW, hebben de plicht om minstens één offerte in te dienen die het gehele vermogen van de bedoelde installatie omvat, met het oog op de aanleg van de strategische reserve.


In geval van niet-naleving door een exploitant van de plicht bedoeld in het eerste lid kan de commissie hem een administratieve boete overeenkomstig artikel 31 opleggen.

 

§ 3bis

De volumes aangeboden door de deelnemers aan de procedure van de aanleg van de strategische reserve moeten deelbaar zijn, rekening houdend met de technische karakteristieken van de aangeboden capaciteit en volgens de modaliteiten bepaald in de procedure van de aanleg van de strategische reserve bedoeld in paragraaf 1.

 

§ 4.

De netbeheerder verzamelt de offertes volgens objectieve, transparante, niet-discriminerende, en op marktregels gebaseerde procedures.


[...]


[...]

 

§ 5.

De procedure voor de aanleg van de strategische reserve voorziet in sancties in geval van een slechte uitvoering van de contractuele verplichtingen, en in geval van een miskenning van de werkingsregels bedoeld in artikel 7septies.

 

§ 6.

De netbeheerder vat de procedure voor de aanleg van de strategische reserve aan, uiterlijk binnen de maand volgend op de beslissing van de minister bedoeld in artikel 7quater. De indiening van de offertes geschiedt ten laatste drie maanden na aanvang van de procedure.

 

§ 7.

Uiterlijk de dag van de lancering van de procedure tot aanleg van de strategische reserve door de netbeheerder publiceert de commissie op haar website de criteria op grond waarvan de commissie de beoordeling van het al dan niet manifest onredelijk karakter van de door de netbeheerder als regelmatig bevonden offertes zal evalueren, in toepassing van artikel 7sexies, § 2, eerste lid.


Art. 7sexies.

§ 1.

Uiterlijk tien werkdagen na de uiterste indieningsdatum voor de offertes, overhandigt de netbeheerder een rapport aan de commissie en aan de minister omtrent alle ontvangen en regelmatig bevonden offertes, met verantwoordingsstukken, en omtrent de prijzen en volumes die hem worden aangeboden voor de levering van strategische reserves.


§ 2.

De commissie brengt uiterlijk dertig werkdagen na ontvangst van het rapport bedoeld in paragraaf 1, een advies uit aan de minister en aan de netbeheerder dat uitdrukkelijk en op gemotiveerde wijze aangeeft of de prijs van de door de netbeheerder regelmatig bevonden offertes al dan niet manifest onredelijk is.


Hiertoe kan de commissie de inschrijvers verzoeken om alle informatie over te maken binnen een termijn van zeven werkdagen volgend op zijn verzoek.

 

De Algemene Directie Energie kan, in overeenstemming met de modaliteiten overeen te komen in een gezamenlijk akkoord, deelnemen als waarnemer aan de voorbereidende werkzaamheden van de commissie met het oog op het opstellen van het advies bedoeld in het eerste lid. In dit kader, mogen de commissie en de Algemene Directie Energie alle noodzakelijke informatie uitwisselen, waarbij de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie wordt gewaarborgd.

 

Indien het advies van de commissie besluit tot het manifest onredelijk karakter van de prijs van bepaalde offertes, bevat dit advies eveneens de door de commissie aanbevolen maatregelen, in het bijzonder een schatting van het prijsniveau vanaf hetwelk de prijs van deze offertes als redelijk kan worden beschouwd.


§ 3.

Na de datum bedoeld in artikel 7quater, tweede lid, en op basis van het advies bedoeld in paragraaf 2 maakt de netbeheerder een technisch economische selectie van de door de commissie niet-manifest onredelijk bevonden offertes en contracteert de offertes inbegrepen in deze selectie, ten belope van het volume dat werd vastgesteld en, desgevallend herzien, overeenkomstig artikel 7quater.


De offertes waarvan de prijs manifest onredelijk werd bevonden door de commissie worden verworpen door de netbeheerder. Indien het totaalvolume van de niet-manifest onredelijk bevonden offertes ontoereikend is om het benodigde volume te bereiken, maakt de netbeheerder uiterlijk op 15 september een verslag over aan de minister, de Algemene Directie Energie en aan de commissie met betrekking tot het noodzakelijke bijkomende volume en publiceert het noodzakelijke bijkomende volume op zijn website.


§ 4.

In voorkomend geval, worden de inschrijvers waarvan de offerte door de commissie als manifest onredelijk werd beschouwd, overeenkomstig paragraaf 2, individueel gehoord door de Algemene Directie Energie die rekening houdend met het rapport van de netbeheerder bedoeld in paragraaf 1 en de elementen aangevoerd door de inschrijvers en op basis van de aanbevelingen van het advies van de commissie bedoeld in paragraaf 2, een voorstel van technisch-economische selectie maakt van de inschrijvers waaraan de prijzen en de volumes zouden moeten opgelegd worden, en dit voorstel overmaakt aan de minister. Dit voorstel wordt uiterlijk binnen tien werkdagen na ontvangst van het rapport van de netbeheerder bedoeld in paragraaf 3 overmaakt aan
de minister.


De Koning stelt een specifieke procedure vast op grond waarvan de Algemene Directie Energie het hiervoor bedoeld voorstel dient uit te werken.


Op basis van het verslag van de netbeheerder bedoeld in paragraaf 3 en het advies van de commissie bedoeld in paragraaf 2, kan de minister, rekening houdend met het voorstel van de Algemene Directie Energie zoals bedoeld in het vorige lid, niettegenstaande artikel V.2 van het Wetboek van Economisch Recht, ter wille van de bevoorradingszekerheid, aan één of meerdere inschrijvers waarvan de offerte als manifest onredelijk werd beoordeeld, voor een periode van één jaar, de noodzakelijke prijzen en volumes opleggen bij een in Ministerraad overlegd ministerieel besluit. De prijzen en volumes kunnen variëren tussen de verschillende inschrijvers, teneinde rekening te kunnen houden met de technisch-economische bijzonderheden van elkeen. De opgelegde volumes kunnen verschillen van de volumes waarvoor werd ingeschreven in het kader van de procedure bedoeld in artikel 7quinquies, teneinde rekening te houden met de technischeconomische beperkingen.


Wanneer de minister prijzen en volumes oplegt, zijn de modaliteiten gedefinieerd in toepassing van de procedure van aanleg van de strategische reserve, bedoeld in artikel 7quinquies, § 6, gebruikt in het kader van de mededinging, van rechtswege van toepassing. De modaliteiten worden als bijlage opgenomen bij het ministerieel besluit bedoeld in het tweede lid.


§ 5.

De installaties voor elektriciteitsproductie die deelnemen aan de strategische reserve worden, van rechtswege, buiten de markt geplaatst hetgeen het verbod met zich meebrengt om elektriciteit te produceren, onverminderd de levering van strategische reserve, met inbegrip van de testen in functie daarvan, overeenkomstig dit hoofdstuk en onverminderd de levering, desgevallend, in laatste instantie, van de blackstart dienst.


Art. 7septies.

§ 1.

De netbeheerder maakt de werkingsregels van de strategische reserve aan de commissie voor goedkeuring over. In deze werkingsregels worden onder meer de indicatoren gepreciseerd die in overweging worden genomen om een tekortsituatie vast te stellen, alsook de beginselen met betrekking tot de activering door de netbeheerder van de strategische reserves. De netbeheerder publiceert de goedgekeurde regels op zijn website, ten laatste op de dag van aanvang van de procedure voorzien in artikel 7quinquies.

 

§ 2.

De werkingsregels van de strategische reserve garanderen het passend gedrag van de marktspelers, teneinde tekortsituaties te vermijden.


Deze regels garanderen eveneens dat het deel van de gecontracteerde capaciteit in de strategische reserve dat betrekking heeft op de productie, enkel door de netbeheerder kan worden geactiveerd.


De werkingsregels strekken ertoe de interferenties van de strategische reserve met de werking van de gekoppelde elektriciteitsmarkten zoveel mogelijk te beperken.


[...]


Art. 7octies.

De kostprijs van de strategische reserve wordt gefinancierd overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies. [..] De kostprijs is samengesteld uit de kosten gedragen door de transmissienetbeheerder overeenkomstig de contracten gesloten ten vervolge van de procedure voorzien in artikel, 7sexies, § 3, en, desgevallend, de kosten die voortvloeien uit de door de Koning aan de inschrijvers overeenkomstig artikel 7sexies opgelegde volumes, met aftrek van eventuele alle netto inkomsten gegenereerd uit de toepassing van dit hoofdstuk.


Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode en de nadere regels voor de controle van de kosten van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld voor ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure:

uiterlijk op 1 november van ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de betrokken winterperiode. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 september;
uiterlijk op 1 juni van ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd stelt de commissie het bedrag van een regularisatie met betrekking tot die voorgaande winterperiode op grond van de werkelijke kost die tijdens die winterperiode is voortgevloeid uit de maatregelen bedoeld in het eerste lid vast. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk 15 april. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald;
de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht voor ieder jaar waarin een strategische reserve wordt aangelegd van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid.

 

De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de modaliteiten vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen met het oog op het dekken van de kosten, bedoeld in het eerste lid, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de netto-kost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze netto-kost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.
 


Art. 7novies.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de eenheden bedoeld door de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie.


Art. 7 decies.

Wanneer er nood is aan een bijkomende studie inzake de toereikendheid van het Belgische elektriciteitssysteem, andere dan deze bedoeld in artikel 7bis, §§ 1 en 4bis, kan de minister de netbeheerder verzoeken om, desgevallend met verduidelijking van de draagwijdte en finaliteit, dergelijke studies uit te voeren, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid van de Algemene Directie Energie op het gebied van bevoorradingszekerheid en deze van de commissie op het gebied van de controle van de kosten van de netbeheerder. Nadat de minister de studie ontvangen heeft, vraagt deze het advies van de Algemene Directie Energie. De bijkomende studie en het advies van de Algemene Directie Energie worden, rekening houdend met desgevallend vertrouwelijke elementen, binnen een redelijke termijn na ontvangst door de minister, gepubliceerd op de websites van de netbeheerder en de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.


Afdeling 2.
Capaciteitsvergoedings-mechanisme


Art. 7undecies.

§ 1. Er wordt een capaciteitsvergoedingsmechanisme ingesteld.


Het capaciteitsvergoedingsmechanisme functioneert op basis van periodieke veilingen met het oog op de toekenning van de capaciteitsvergoeding.


Het capaciteitsvergoedingsmechanisme is zodanig ontworpen dat de kostprijs ervan zo laag mogelijk blijft.

 

§ 2.

De Koning bepaalt bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met welke parameters het volume van de aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, op voorstel van de commissie, na raadpleging van de marktspelers, en na advies van de Algemene Directie Energie.


De Koning bepaalt bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de andere dan de in het eerste lid bedoelde parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, d.w.z. de reductiefactoren, de referentieprijs, de intermediaire prijslimiet(en) die van toepassing is zijn op bepaalde capaciteiten die beantwoorden aan specifieke criteria, en de uitoefenprijs, inclusief hun berekeningsmethode, op voorstel van de netbeheerder, dat wordt opgesteld na raadpleging van de marktdeelnemers, en na advies van de commissie.


De Koning bepaalt bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en), na raadpleging van de marktdeelnemers. Een individuele uitzondering wordt toegekend door de commissie.

§ 3.

Op basis van de door de Koning overeenkomstig paragraaf 2, eerste lid, bepaalde parameters en hun berekeningsmethoden, stelt de netbeheerder een verslag op met de berekeningen die nodig zijn voor het opstellen van het in paragraaf 4 bedoelde voorstel.


Op basis van de door de Koning in toepassing van paragraaf 2, tweede lid, bepaalde parameters en berekeningsmethoden, doet de netbeheerder een voorstel voor de reductiefactoren, de referentieprijs, de intermediaire prijslimiet(en) en de uitoefenprijs voor de veilingen vier jaar en één jaar voor de periode van de capaciteitslevering, alsook voor het maximale volume aan capaciteit dat in het kader van de betreffende veiling kan gecontracteerd worden met alle houders van niet bewezen capaciteit.


Uiterlijk op 15 november van ieder jaar worden het verslag en het voorstel van de netbeheerder bedoeld in het eerste en tweede lid overgemaakt aan de minister, de commissie en de Algemene Directie Energie.


Uiterlijk op 1 februari van ieder erop volgend jaar, geeft de commissie een advies aan de minister over het voorstel van de netbeheerder bedoeld in het tweede lid.

§ 4.

Uiterlijk op 1 februari van ieder erop volgend jaar, doet de commissie aan de minister, een voorstel over de specifieke waarden van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, met het oog op de organisatie van de veilingen vier jaar en één jaar voor de periode van capaciteitslevering, en bezorgt daarvan een kopie aan de Algemene Directie Energie en de netbeheerder. De commissie doet dat voorstel na toepassing van de betreffende berekeningsmethode bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, en op basis van de berekeningen van het in paragraaf 3, lid 1, bedoelde verslag van de netbeheerder. Dit voorstel bevat eveneens een voorstel voor het minimale volume dat moet worden gereserveerd voor de veiling die één jaar voor de periode van capaciteitslevering plaatsvindt. Dit minimaal te reserveren volume is minstens gelijk aan de capaciteit die gemiddeld minder dan 200 draaiuren heeft per jaar teneinde de totale piekcapaciteit af te dekken.

§ 5.

Uiterlijk op 1 maart van ieder jaar geven de Algemene Directie Energie en de netbeheerder een advies aan de minister over het voorstel van de commissie bedoeld in paragraaf 4.

§ 6.

Uiterlijk op 30 april 2021 , op basis van de voorstellen en de adviezen bedoeld in de paragrafen 3, 4 en 5, met het oog op het verzekeren van het vereiste niveau aan bevoorradingszekerheid zoals bepaald in paragraaf 7, na overleg in de Ministerraad, geeft de minister
instructie aan de netbeheerder om de veilingen te organiseren voor de onderzochte perioden van capaciteitslevering, stelt de parameters vast die nodig zijn voor hun organisatie, bepaalt het maximale volume aan capaciteit dat in het kader van de betreffende veiling kan gecontracteerd worden met alle houders van niet bewezen capaciteit, en bepaalt het minimaal te reserveren volume voor de veiling die één jaar voor de periode van capaciteitslevering georganiseerd wordt. Dit minimaal te reserveren volume is minstens gelijk aan de capaciteit die gemiddeld minder dan 200 draaiuren heeft per jaar teneinde de totale piekcapaciteit af te dekken.

 

De Koning kan bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen dat voor het jaar 2021 de datum vermeld in het eerste lid, vervangen wordt door 30 april.

De minister heft de instructie, bedoeld in het eerste lid, op binnen tien dagen vanaf de ontvangst vanwege de Europese Commissie van haar beslissing dat de steunmaatregelen bedoeld in deze afdeling onverenigbare staatssteun vormen in de zin van artikel 107 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Die opheffing impliceert het verbod tot organisatie van een prekwalificatieprocedure en/of van een veiling in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme of hun onmiddellijke annulering.


In ieder geval sluit de netbeheerder slechts capaciteitscontracten bedoeld in paragraaf 11, waarin het recht op de capaciteitsvergoeding wordt verleend, na de ontvangst door de Belgische Staat van de beslissing van de Europese Commissie volgens dewelke de steunmaatregelen bedoeld in deze afdeling geen onverenigbare staatssteun vormen in de zin van artikel 107 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Ten laatste tien werkdagen na ontvangst van voornoemde beslissing van de Europese Commissie in het kader van artikel 107 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, laat de minister in het Belgisch Staatsblad een bericht publiceren met een samenvatting en een verwijzing naar voornoemde beslissing van de Europese Commissie.


De besluiten genomen krachtens het eerste en het tweede lid, worden gepubliceerd op de website van de Algemene Directie Energie uiterlijk 1 werkdag nadat voornoemde besluiten werden genomen.

§ 7.

Het niveau van bevoorradingszekerheid te bereiken door het capaciteitsvergoedings-mechanisme, komt overeen met de betrouwbaarheidsnorm. De vraagcurves voor de veilingen worden zodanig gekalibreerd dat deze betrouwbaarheidsnorm bereikt wordt.


Op voorstel van de commissie, gebaseerd op de methode bedoeld in artikel 23(6) van de Verordening (EU) nr. 2019/943, bepaalt de Koning, na advies van de Algemene Directie Energie en van de netbeheerder, bij een besluit overlegd in Ministerraad, de betrouwbaarheidsnorm. Hetgeen bepaald wordt in artikel 7bis, § 2, geldt als betrouwbaarheidsnorm totdat de Koning de betrouwbaarheidsnorm heeft bepaald krachtens dit lid.
De Algemene Directie Energie, in samenwerking met het Federaal


Planbureau en de commissie, wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit om de enkele raming vast te stellen van de waarde van de verloren belasting, bedoeld in artikel 11 van de Verordening (EU) 2019/943 en, voor het eerst, binnen de zes maanden na de publicatie van het goedgekeurde voorstel, bedoeld in artikel 23, lid 6, ervan. Elke enkele raming, vastgesteld door de Algemene Directie Energie in uitvoering van deze Verordening, wordt goedgekeurd door de Koning bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad.


De Algemene Directie Energie wordt aangewezen om de kosten voor een nieuwe toegang te bepalen, bedoeld in artikel 23, lid 6, van de Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit. De kost
van een nieuwe toegang wordt goedgekeurd door de Koning bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad.


Voor de opmaak van het verslag, de adviezen, de voorstellen en van de beslissing bedoeld in de paragrafen 2 tot en met 6 wordt rekening gehouden met de betrouwbaarheidsnorm die in werking is op 15 september van het jaar voorafgaand aan het jaar van de veiling.

§ 8.

De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de ontvankelijkheidscriteria wat betreft het recht tot deelname aan de prekwalificatieprocedure. Deze criteria omvatten onder meer:

de voorwaarden waaronder de capaciteitshouders die genieten of genoten hebben van steunmaatregelen, het recht hebben tot deelname aan de prekwalificatieprocedure;
de minimumdrempel in MW, na toepassing van de reductiefactoren, waaronder de capaciteitshouders niet kunnen deelnemen aan de prekwalificatieprocedure;
de voorwaarden en modaliteiten waaronder de houders van onrechtstreekse buitenlandse capaciteit kunnen deelnemen aan de prekwalificatieprocedure. Deze voorwaarden en nadere regels worden vastgesteld uiterlijk voor het eerste leveringsjaar, na advies van de commissie en van de netbeheerder; zij houden rekening met de verwachte effectieve bijdrage van deze capaciteit tot de bevoorradingszekerheid van België en met het afsluiten van akkoorden onder de betrokken netbeheerders.


Iedere houder van productiecapaciteit en iedere houder van een energieopslagfaciliteit gelokaliseerd in de Belgische regelzone die voldoet aan de ontvankelijkheidscriteria bedoeld in het eerste lid, is verplicht om een prekwalificatiedossier in te dienen.
Het is elke andere capaciteitshouder gelokaliseerd in de Belgische regelzone en elke houder van onrechtstreekse buitenlandse capaciteit die voldoet aan de ontvankelijkheidscriteria bedoeld in het eerste lid, toegestaan om een prekwalificatiedossier in te dienen.

Op straffe van niet-ontvankelijkheid van het prekwalificatiedossier, beschikt een capaciteitshouder die met toepassing van artikel 4, § 1, vergunningsplichtig is, en die niet geacht wordt vergund te zijn overeenkomstig artikel 4, § 6, over een vergunning, zoals bedoeld in artikel 4, voor de betreffende capaciteit, of heeft voornoemde capaciteitshouder een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van een vergunning bedoeld in artikel 4, voor deze capaciteit uiterlijk binnen vijftien dagen volgend op de publicatie van de instructie tot organisatie van een veiling bedoeld in paragraaf 6, eerste lid.


Elke houder van rechtstreekse buitenlandse capaciteit die voldoet aan de ontvankelijkheidscriteria bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, heeft het recht om een prekwalificatiedossier in te dienen, voor zover:

het interfacepunt, bedoeld in artikel 2, § 1, 33°, van het technisch reglement, van de betreffende rechtstreekse buitenlandse capaciteit zich op het Belgisch grondgebied bevindt of, ingevolge de uitvoering van het in het kader van de veiling geselecteerde project, op het Belgisch
grondgebied zal bevinden uiterlijk de eerste dag van de betrokken periode van capaciteitslevering;
de betreffende capaciteit zich bevindt of zich zal bevinden in een aangrenzende lidstaat van de Europese Unie waarmee België een schriftelijke overeenkomst voor deelname van rechtstreekse buitenlandse capaciteiten aan het Belgische capaciteitsvergoedingsmechanisme heeft gesloten, die verzekert dat de deelname van elke rechtstreekse buitenlandse capaciteit afhankelijk is van een verklaring van de aangrenzende lidstaat van de Europese Unie, dat:
  a) de betreffende capaciteit voldoet of zal voldoen aan de technische, organisatorische en financiële eisen die in de overeenkomst staan vermeld en dat alle vereiste vergunningen voor de betreffende capaciteit rechtmatig en onvoorwaardelijk afgeleverd zijn of dit binnen een redelijke termijn zullen zijn;
  b) de deelname van deze capaciteit geen ernstige problemen veroorzaakt op het gebied van bevoorradingszekerheid van de betreffende aangrenzende lidstaat van de Europese Unie of hen onmisbare infrastructuur zou ontnemen om op gepaste wijze de gekende congestieproblemen op te vangen;
de verklaring bedoeld onder 2°, wordt voor de betrokken capaciteit voorafgaand aan de minister, aan de commissie en aan de netbeheerder overgemaakt.


Voorafgaand aan de sluiting van de schriftelijke overeenkomst bedoeld in het derde lid, wordt het advies van de netbeheerder en de commissie gevraagd.

De netbeheerder is belast met de prekwalificatie van de capaciteiten. De capaciteitshouder dient het prekwalificatiedossier in uiterlijk op 15 juni van hetzelfde jaar waarin de veiling plaatsvindt. De netbeheerder deelt het resultaat van de prekwalificatieprocedure aan de
capaciteitshouders, aan de Algemene Directie Energie en aan de commissie mee uiterlijk vijftien dagen voor de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 11.


§ 9.

Gelijktijdig met de indiening van het prekwalificatiedossier, waarin wordt aangetoond in welke mate voldaan is aan de ontvankelijkheidscriteria bedoeld in paragraaf 8 en de prekwalicatiecriteria bedoeld in paragraaf 12, tweede lid, 2°, dient de capaciteitshouder die
een capaciteitscontract wenst te verkrijgen voor meer dan één periode van capaciteitslevering, een ten opzichte van de criteria bepaald krachtens het vierde lid gemotiveerd en gedetailleerd investeringsdossier in bij de commissie.


Na onderzoek van het investeringsdossier, bepaalt de commissie de klassering van de capaciteit in een capaciteitscategorie.


De commissie deelt haar beslissing aan de capaciteitshouder en aan de netbeheerder mee uiterlijk vijftien dagen voor de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 10. De commissie kan haar beslissing over het investeringsdossier
motiveren op basis van de afwijzing van het prekwalificatiedossier door de netbeheerder. De netbeheerder verstrekt de commissie alle nodige informatie in dit verband met de nodige zorgvuldigheid.


Op voorstel van de commissie, opgesteld na openbare raadpleging en na advies van de netbeheerder, legt de Koning de criteria vast voor het in aanmerking komen van de investeringskosten, die toelaten om elke capaciteit in een capaciteitscategorie te klasseren, de investeringsdrempels die deze categorieën onderscheiden, alsook de procedure van klassering.


§ 10.

Voor iedere periode van capaciteitslevering worden twee veilingen georganiseerd door de netbeheerder: een eerste veiling vier jaar voor de periode van capaciteitslevering, en een tweede veiling één jaar voor de periode van capaciteitslevering. In uitvoering van een instructie bedoeld in paragraaf 6, organiseert de netbeheerder een veiling waarvoor biedingen worden toegestaan uiterlijk tot en met 30 september, en waarvoor ten laatste op 31 oktober de resultaten van de veiling worden gepubliceerd op de website van de netbeheerder, behoudens toepassing van paragraaf 13. De netbeheerder deelt de resultaten van de veilingen mee aan de minister. Indien de commissie op grond van haar toezichthoudende bevoegdheden overeenkomstig paragraaf 13 de veiling annuleert, organiseert de netbeheerder een nieuwe veiling, waarvoor ten laatste op 30 november de resultaten van de veiling worden gepubliceerd op de website van de netbeheerder.


Elke capaciteitshouder wiens dossier voldoet aan de ontvankelijkheidscriteria bedoeld in paragraaf 8 en eveneens voldoet aan de prekwalificatiecriteria, bedoeld in paragraaf 12, tweede lid, 2°, heeft het recht op deelname aan de veiling bedoeld in het eerste lid. De houder van een niet bewezen capaciteit heeft echter slechts recht op deelname aan een veiling die wordt georganiseerd vier jaar voorafgaand aan de periode van capaciteitslevering waarop die veiling betrekking heeft, en heeft dus geen recht op deelname aan een veiling die wordt georganiseerd
één jaar voorafgaand aan de periode van capaciteitslevering waarop die veiling betrekking heeft. Indien de beoogde investering een activiteit impliceert waarvoor een vergunningsplicht geldt krachtens artikel 4, § 1, en die niet geacht wordt vergund te zijn overeenkomstig artikel 4, § 6, beschikt de indiener van het prekwalificatiedossier over een vergunning bedoeld in artikel 4, uiterlijk twintig dagen voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 10.


Een geprekwalificeerde capaciteitshouder kan beslissen om geen bieding in te dienen in het kader van de veiling, op voorwaarde dat hij de netbeheerder er uiterlijk op 30 september van het betreffende kalenderjaar van op de hoogte brengt. De netbeheerder houdt rekening met deze niet-aangeboden capaciteit voor de veiling, overeenkomstig de werkingsregels bedoeld in paragraaf 12.


De veilingen worden georganiseerd op basis van de “pay-as-bid”-methode, waarvan de nadere regels worden bepaald in de werkingsregels, bedoeld in paragraaf 12. De Koning kan een andere methode van toepassing maken, op grond van een tweejaarlijks verslag dat wordt opgemaakt door de netbeheerder en betrekking heeft op de reeds gehouden veilingen, en op voorstel van de commissie voor zover er wordt vastgesteld dat middels de “pay-as-bid”-methode niet de meest kostenefficiënte selectie van capaciteiten bereikt wordt en dat van een
andere methode een meer kostenefficiënte selectie van capaciteiten kan worden verwacht. Indien een andere methode van toepassing wordt gemaakt, dan worden de nadere regels daarvan bepaald in de werkingsregels bedoeld in paragraaf 12.


§ 11.

De netbeheerder sluit een capaciteitscontract af met de capaciteitsleveranciers.


Het capaciteitscontract beschrijft de rechten en de verplichtingen van de netbeheerder en van de capaciteitsleverancier, met name de verplichtingen vóór de periode van capaciteitslevering, de beschikbaarheidsverplichting en de verplichting tot het terugbetalen aan de netbeheerder van het positieve verschil tussen de referentieprijs en de uitoefenprijs. Het capaciteitscontract is in overeenstemming met de werkingsregels bedoeld in paragraaf 12. Het standaardcapaciteitscontract wordt goedgekeurd door de commissie, op voorstel van de
netbeheerder, en wordt gepubliceerd op de website van de netbeheerder. Gedurende de hele periode van capaciteitslevering gaat de netbeheerder de beschikbaarheid na van de gecontracteerde capaciteit, in overeenstemming met de werkingsregels bedoeld in paragraaf 12.


Als tegenprestatie voor de verplichtingen vervat in het capaciteitscontract, kent de netbeheerder aan de capaciteitsleveranciers een capaciteitsvergoeding toe (in euro/MW/jaar). Deze capaciteitsvergoeding wordt maandelijks betaald, vanaf de eerste maand van de periode van capaciteitslevering. De nadere financieringsregels zoals beschreven in paragraaf 15 stellen de netbeheerder in staat om over de noodzakelijke middelen te beschikken om de maandelijkse capaciteitsvergoedingen te betalen.


Het aantal perioden van capaciteitslevering waarvoor de leverancier een capaciteitsvergoeding ontvangt, zoals bepaald in het capaciteitscontract, bedraagt maximaal één, drie, acht of vijftien perioden, in functie van de capaciteitscategorie waartoe de gecontracteerde capaciteit
behoort, en maximaal één periode voor onrechtstreekse buitenlandse capaciteiten en voor niet bewezen capaciteiten.


In geval de commissie overeenkomstig artikel 7undecies, § 2, derde lid, de individuele derogatie van de intermediaire prijslimiet weigert, wordt de capaciteitsvergoeding van rechtswege aangepast. Deze beslissing doet geen afbreuk aan het resultaat van de veiling.


§ 12.

De commissie stelt, op voorstel van de netbeheerder die voorafgaand de marktdeelnemers raadpleegt, de werkingsregels van het capaciteitsvergoedingsmechanisme vast.


Deze werkingsregels beogen:

de concurrentie in de veilingen zoveel mogelijk te stimuleren;
elke marktmanipulatie, elk concurrentiebeperkend gedrag en elke oneerlijke handelspraktijk, te voorkomen;
de economische efficiëntie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme te verzekeren door ervoor te zorgen dat de toegekende capaciteitsvergoedingen passend en evenredig zijn en dat de mogelijke negatieve effecten op de goede werking van de markt zo beperkt
mogelijk zijn;
de technische beperkingen van het net te respecteren en rekening te houden met de bepalingen van het technisch reglement betreffende de indiening en de behandeling van aanvragen voor aansluiting aan het transmissienet en het afsluiten van aansluitingscontracten, onverminderd de technische beperkingen en verplichtingen die van toepassing zijn voor capaciteiten die aangesloten worden op andere netten.


De werkingsregels omvatten in het bijzonder:

een expliciete verwijzing naar de ontvankelijkheidscriteria bedoeld in paragraaf 8, wat betreft het recht tot deelname aan de prekwalificatieprocedure;
de criteria en nadere regels inzake prekwalificatie op grond waarvan het recht wordt verleend tot deelname aan de veiling bedoeld in paragraaf 10, en aan de secundaire markt. In ieder geval gelden de volgende criteria als prekwalificatiecriteria:
  a) indien de beoogde investering een activiteit impliceert waarvoor een vergunningsplicht geldt krachtens artikel 4, § 1, en die niet geacht wordt vergund te zijn overeenkomstig artikel 4, § 6, beschikt de indiener van het prekwalificatiedossier over een vergunning bedoeld in
artikel 4, uiterlijk twintig dagen voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 10;
  b) de naleving van de CO2-emissiegrenswaarden, bepaald overeenkomstig art 22, § 4 a) en b) van de Verordening (EU) nr. 2019/943;
  c) indien (een) vergunning(en) krachtens gewestelijke regelgeving vereist is (zijn) voor de bouw en/of de uitbating van de betrokken capaciteit, het bewijs dat de capaciteitshouder beschikt over de vergunning(en) afgeleverd in laatste administratieve aanleg, voorafgaand aan de uiterste indieningsdatum van de biedingen in het kader van de veiling bedoeld in paragraaf 10;
de modaliteiten met betrekking tot de kennisgeving omtrent niet-aangeboden capaciteit bedoeld in paragraaf 10, voorlaatste lid;
de veilingsmodaliteiten onverminderd de toepassing van de veilingsmethode bepaald in of in overeenstemming met paragraaf 10, laatste lid;
de beschikbaarheidsverplichtingen en de verplichtingen voorafgaand aan de periode van capaciteitslevering voor de capaciteitsleveranciers, en de boetes voor het niet naleven van deze verplichtingen;
de financiële garanties die de capaciteitsleveranciers moeten leveren;
ten laatste één jaar voor de eerste periode van capaciteitslevering, de mechanismen ter organisatie van de secundaire markt;
de nadere regels voor de uitwisseling van informatie en de regels die de transparantie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme waarborgen;
de uiterlijke datum waarop iedere houder van niet bewezen capaciteit zijn dossier vervolledigt met de betreffende leveringspunten.


De netbeheerder dient jaarlijks uiterlijk op 1 februari bij de commissie en de Algemene Directie Energie zijn voorstel in voor de werkingsregels. Uiterlijk op 15 mei publiceren de commissie en de netbeheerder de werkingsregels op hun website.


De werkingsregels hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan de werkingsregels wijzigen of, in de plaats van de commissie
optreden indien deze in gebreke blijft de werkingsregels vast te stellen.


Na het standpunt te hebben ontvangen van de marktspelers, de netbeheerder en de Algemene Directie Energie, publiceert de commissie minstens elke twee jaar volgend op de eerste veiling een evaluatieverslag over de werking van het capaciteitsvergoedingsmechanisme. Dit verslag omvat desgevallend suggesties voor wenselijke structurele of punctuele verbeteringen.

§ 13.

Met uitzondering van het toezicht op de naleving van de verplichtingen bedoeld in paragraaf 14, wordt het toezicht op de goede werking van het capaciteitsvergoedingsmechanisme toevertrouwd aan de commissie, die daartoe over de bevoegdheden beschikt die haar bij
deze wet zijn toegekend. In dit verband gaat de commissie met name na of de prekwalificatieprocedures, de veilingen en de transacties op de secundaire markt regelmatig zijn en of er geen sprake is van concurrentieverstorend gedrag of oneerlijke handelspraktijken. Onverminderd de leden 2 tot en met 5, kan de Koning, na advies van de commissie, de nadere regels van deze controle bepalen, in het bijzonder de nadere regels die de commissie in staat stellen een persoon aan te wijzen die in zijn naam en voor zijn rekening taken op het gebied van toezicht en rapportering uitvoert.

 

Elke marktmanipulatie in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme is verboden.


Voor de toepassing van dit artikel wordt onder marktmanipulatie verstaan:

het uitbrengen van een bod of biedingen, of het nalaten van deelname aan een veiling en tegelijk het nalaten van het verrichten van een “opt-out”-kennisgeving bedoeld in paragraaf 10, voorlaatste lid, of het overmaken van enige andere informatie aan de netbeheerder of enige andere persoon, of het ondernemen van enige actie, of het afzien van enige actie die:
  a) onjuiste of misleidende informatie geeft of waarschijnlijk zal geven over het aanbod, de vraag of de prijs van de op een veiling of op de secundaire markt verhandelde capaciteit;
  b) de prijs die wordt toegekend aan een capaciteit in het kader van een veiling of het bedrag van een transactie op een veiling of op de secundaire markt door toedoen van een of meer in onderling overleg handelende personen op een kunstmatig niveau vaststelt of tracht vast te stellen, tenzij de betrokken persoon aantoont dat zijn beweegredenen gerechtvaardigd en in overeenstemming zijn met de gebruikelijke marktpraktijken; of
  c) een oneigenlijke constructie of enige andere vorm van bedrog of misleiding gebruikt of tracht te gebruiken die onjuiste of misleidende signalen geeft of kan geven met betrekking tot het aanbod van of de vraag naar capaciteit op een veiling of op de secundaire markt, of de veilingprijs van een veiling of het bedrag van een transactie op een veiling of op de secundaire markt; of,
het verspreiden van informatie via de media, met inbegrip van internet, of via andere kanalen, die onjuiste of misleidende signalen geeft of waarschijnlijk zal geven met betrekking tot het aanbod, de vraag of de waarschijnlijke prijs van de capaciteit op een veiling of transactie op de secundaire markt geeft of kan geven, waarvan de persoon die deze informatie heeft verspreid, wist of had moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was.


Wanneer zij een dergelijke marktmanipulatie vaststelt, kan de commissie de in artikel 31 bedoelde maatregelen op de betrokken persoon toepassen.


De netbeheerder en de capaciteitshouders en -leveranciers melden elk vermoeden van marktmanipulatie, concurrentieverstorend gedrag of oneerlijke handelspraktijken op eigen initiatief aan de commissie.

§ 14.

De Koning duidt de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, kmo, Middenstand en Energie aan die belast zijn met de controle van de naleving en sanctionering van niet-naleving van de volgende verplichtingen:

de voorwaarden waaronder de capaciteitshouders die genieten of genoten hebben van steunmaatregelen het recht hebben tot deelname aan de prekwalificatieprocedure;
de verplichting voor iedere houder van productiecapaciteit gelokaliseerd in de Belgische regelzone en die voldoet aan de ontvankelijkheidscriteria bedoeld in paragraaf 8, tot indiening van een prekwalificatiedossier.


De netbeheerder verstrekt aan de Algemene Directie Energie alle informatie in haar bezit die nodig is om deze controle mogelijk te maken. De Koning bepaalt de nadere regels van die controle en stelt de wijze vast van betaling en inning van de administratieve geldboetes.


Onverminderd de verplichting tot terugbetaling van de onrechtmatig verkregen subsidies inclusief rente, worden degenen die de verplichtingen bepaald in het eerste lid, 1°, niet naleven bestraft met een administratieve boete die niet lager mag zijn dan 1 240 euro, noch hoger mag zijn dan 50 000 euro of indien dat hoger zou zijn dan 50 000 euro: tien procent van de omzet die de betrokken persoon heeft gerealiseerd op de Belgische elektriciteitsmarkt tijdens het laatste afgesloten boekjaar. In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast vanaf het tijdstip van toekenning van de steun.


Met een administratieve boete die niet lager mag zijn dan 1 240 euro, noch hoger mag zijn dan 50 000 euro, worden bestraft degenen die de verplichtingen bepaald in het eerste lid, 2°, niet naleven.


In geval van herhaling binnen de drie jaar na een administratieve beslissing kan de administratieve geldboete op het dubbele van de maximale bedragen worden gebracht. De voornoemde termijn van drie jaar vangt aan op de dag waarop de administratieve beslissing niet langer vatbaar is voor beroep.


Er kan geen administratieve geldboete meer opgelegd worden meer dan tien jaar na de feiten die de inbreuk uitmaakten waarop ze is gebaseerd.


De bevoegde administratie alsook de ambtenaren binnen deze administratie die door de Koning aangeduid zijn om de administratieve boetes op te leggen, oefenen deze bevoegdheid uit in omstandigheden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen.


Deze ambtenaren nemen geen beslissing in een dossier waarin zij reeds in een andere hoedanigheid zijn tussengekomen, noch hebben zij een rechtstreeks of onrechtstreeks belang in de ondernemingen of instellingen die het onderwerp zijn van de procedure.


Wanneer een niet-naleving wordt vastgesteld of vermoed, brengt de respectievelijke ambtenaar aangeduid overeenkomstig het eerste lid, de overtreder bij een ter post aangetekende brief daarvan op de hoogte, alsook van de feiten die daaraan ten grondslag liggen met verwijzing naar het betreffende proces-verbaal en van diens voornemen om een boete op te leggen. De overtreder wordt in voornoemde brief verzocht om binnen een termijn van dertig dagen zijn verweermiddelen in te dienen. Als er geen verweermiddelen binnen deze termijn ingediend
worden, wordt de inbreuk geacht vast te staan.


De natuurlijke persoon of rechtspersoon die een administratieve boete opgelegd krijgt, kan een beroep indienen tegen deze beslissing.  Dit beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, ingesteld voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de ter kennisgeving van de beslissing waarin de administratieve boete wordt opgelegd. Het beroep wordt bij tegensprekelijk verzoekschrift ingediend op basis van de artikelen 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek. Dit beroep schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing. Het beroep is slechts ontvankelijk indien een kopie van het verzoekschrift uiterlijk op de datum van neerlegging van het verzoekschrift bij de rechtbank bij aangetekende brief wordt gezonden aan de ambtenaar aangeduid overeenkomstig het eerste lid. De rechtbank kan, wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, het bedrag van een opgelegde administratieve geldboete onder het tweede en derde lid vermelde minimumbedragen verminderen, zonder dat de geldboete lager mag zijn dan 70 % van deze
minimumbedragen. De beslissing heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van een termijn van zestig dagen vanaf haar kennisgeving, behoudens wanneer beroep wordt aangetekend. De inbreuken op paragraaf 8, eerste lid, 1°, die komen vast te staan, leiden tot de nietigheid van het capaciteitscontract bedoeld in paragraaf 11. Een inbreuk staat vast indien de administratieve beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete niet langer vatbaar is voor beroep of wanneer de rechterlijke beslissing over een ingesteld beroep kracht van gewijsde heeft gekregen.

§ 15.

De opdrachten waarmee de netbeheerder krachtens het capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in deze afdeling en in voorkomend geval, de opdrachten bedoeld in afdeling 3, wordt belast, maken openbare dienstverplichtingen uit waarvan de netto-kosten worden gefinancierd
overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 21quinquies. , na aftrek van de eventuele inkomsten gegenereerd krachtens het capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in deze afdeling en bedoeld in afdeling 3 en onverminderd de regels inzake toewijzing van specifieke inkomsten bedoeld in artikel 26, lid 9, van de Verordening (EU) 2019/943 [..].


De kosten van de openbare dienstverplichtingen, vermeld in het eerste lid, omvatten onder meer de redelijke en billijke kosten die worden gemaakt door de buitenlandse transmissienetbeheerders waarmee een overeenkomst als bedoeld in paragraaf 8, eerste lid, 3°, is gesloten voor de ontwikkeling en de uitvoering van de deelname door de onrechtstreekse buitenlandse capaciteit aan het Belgische capaciteitsvergoedingsmechanisme voor zover, in het geval dat een capaciteitsvergoedingsmechanisme werd geïmplementeerd in de aangrenzende lidstaat van de  Europese Unie waar de onrechtstreekse buitenlandse capaciteit gesitueerd is, tussen de netbeheerders van de twee betreffende lidstaten van de Europese Unie een akkoord werd gesloten dat werd goedgekeurd minstens door de commissie met daarin opgenomen de voorafgaandelijke aanvaarding dat de kosten van de netbeheerder die verband houden met de deelname van de Belgische capaciteit aan het capaciteitsvergoedingsmechanisme van de betrokken Staat, rechtstreeks of onrechtstreeks via het capaciteitsvergoedingsmechanisme van deze Staat worden gedragen.

 

Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de berekeningsmethode en de nadere regels voor de controle van de kosten van de maatregelen bedoeld in het eerste lid voor ieder jaar wordt vastgesteld. Voornoemde kost wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende procedure:

uiterlijk op 1 november van ieder jaar verricht de commissie een raming van de kost per maand van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot het volgende jaar. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 31 augustus;
uiterlijk op 1 juni van ieder jaar stelt de commissie een bedrag van een regularisatie met betrekking tot het voorgaande jaar op grond van de werkelijke kost die tijdens dat voorgaande jaar is voortgevloeid uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, vast. Daartoe bezorgt de netbeheerder een verslag met de relevante gegevens aan de commissie uiterlijk op 15 april. Indien er een saldo wordt vastgesteld, dan wordt de regularisatie met de Federale Staat uitgevoerd uiterlijk op 1 juli van het jaar waarin de regularisatie werd bepaald;
de commissie houdt een inventaris bij met een overzicht per jaar van de geraamde en de werkelijke kost van de maatregelen bedoeld in het eerste lid.


De Federale Staat, de netbeheerder en de commissie sluiten een protocol teneinde de modaliteiten vast te leggen van de maandelijkse ter beschikkingstelling van de middelen bedoeld in het eerste lid, met het oog op de voldoening van de verplichtingen van de netbeheerder krachtens het capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in deze afdeling, alsook teneinde alle gerelateerde en overige rechten en verplichtingen van de contractpartijen nader te bepalen. De financieringsregels beschreven in voornoemde protocol stellen de netbeheerder in staat om tijdig over de bij deze wet bepaalde noodzakelijke middelen te beschikken, met als doel de nettokost voortvloeiend uit de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tijdig te betalen en voorfinanciering van deze netto-kost in hoofde van de netbeheerder te vermijden.


§ 16.

De overeenkomstig artikel 25, § 5, goedgekeurde jaarbegroting van de commissie houdt specifiek rekening met de taken die haar door deze afdeling zijn opgedragen, en in voorkomend geval, door afdeling 3.


§ 17.

Als de Koning of minister beslist om van de voorstellen bedoeld in dit artikel af te wijken, dan vermeldt hij uitdrukkelijk de redenen daarvan in zijn beslissing, vastgesteld na overleg in Ministerraad.

 

§ 18.

Voor elke capaciteit waarvoor de bieding geselecteerd werd in de veiling georganiseerd in 2021, bezorgt de capaciteitsleverancier aan de netbeheerder, uiterlijk op 15 maart 2022, het bewijs dat hij beschikt over de in laatste administratieve aanleg afgeleverde vergunning(en) vereist krachtens gewestelijke regelgeving voor de bouw en de uitbating ervan. In het kader van dit artikel moet onder in laatste administratieve aanleg  afgeleverde vergunning worden begrepen een vergunning afgeleverd door een administratieve overheid en waartegen een georganiseerd administratief beroep niet openstaat noch hangende is. 


Uiterlijk op 18 maart 2022 bezorgt de netbeheerder een rapport aan de minister dat de inlichtingen overgemaakt overeenkomstig het eerste lid bevat.


Indien blijkt, rekening houdend met het rapport bedoeld in het tweede lid, dat de afwezigheid van vergunning afgeleverd in laatste administratieve aanleg voor een geselecteerde capaciteit de bevoorradingszekerheid van de Belgische regelzone voor de betrokken leveringsperiode ernstig bedreigt, kan de minister, na overleg in Ministerraad, bij gemotiveerde beslissing genomen uiterlijk op 1 april 2022, de volgende instructies geven aan de netbeheerder:

onmiddellijk het capaciteitscontract gesloten ten gevolge van de selectie van deze capaciteit in de veiling georganiseerd in 2021 op te zeggen, en;
overgaan tot een bijkomende toewijzing voor de voornoemde veiling, met het oog op het bereiken van het vereiste volume overeenkomstig de instructie bedoeld in paragraaf 6. Deze instructie bevat een gedetailleerde kalender en elk ander procedureel aspect met het oog op de organisatie van de bijkomende toewijzing, die desgevallend kunnen afwijken van hetgeen is bepaald in paragraaf 10.


De instructie tot het opzeggen van het capaciteitscontract wordt gecommuniceerd aan de betrokken capaciteitsleverancier. De instructie tot het organiseren van een bijkomende toewijzing wordt gepubliceerd op de website van de Algemene Directie Energie uiterlijk de werkdag na zijn aanname. 
De bijkomende toewijzing bedoeld in het derde lid, 2° wordt beheerst door de werkingsregels van het capaciteitsmechanisme bedoeld in paragraaf 12. Ze staat enkel open voor capaciteitshouders waarvan de bieding, uitgebracht in het kader van de veiling georganiseerd in 2021, niet werd geselecteerd bij de initiële toewijzing. Ze doet geenszins afbreuk aan biedingen die geselecteerd werden bij deze initiële toewijzing en waarvoor een capaciteitscontract werd afgesloten en niet werd opgezegd.


De prekwalificatiedossiers, de biedingen, alsook de technische netbeperkingen van toepassing in de veiling georganiseerd in 2021 blijven onveranderd voor de bijkomende toewijzing.


In afwijking van paragraaf 12, derde lid, 2°, c), en paragraaf 12, derde lid, 6°, zijn de capaciteitshouders bedoeld in het vijfde lid die deelnemen aan de procedure voor een bijkomende toewijzing, ertoe gehouden, binnen de termijn bepaald in de gedetailleerde kalender bedoeld in het derde lid, 2°:

indien (een) vergunning(en) krachtens gewestelijke regelgeving vereist is (zijn) voor de bouw en/of de uitbating van de betrokken capaciteit, aan de netbeheerder aan te tonen dat zij over deze vergunning(en) beschikken, afgeleverd in laatste administratieve aanleg; en
een financiële garantie aan de netbeheerder te bezorgen voor een bedrag en met identieke kenmerken als degene die zij hadden aangeleverd in het kader van hun deelname aan de veiling in 2021. 


De bijkomende toewijzing is onderworpen aan de controle van de commissie overeenkomstig paragraaf 13. De commissie keurt de resultaten van de bijkomende toewijzing goed binnen de termijn bepaald in de instructie bedoeld in het derde lid, 2°. Met respect voor de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige gegevens past de netbeheerder de resultaten van de veiling aan en gaat over tot de bekendmakingen voorzien door de werkingsregels van het capaciteitsmechanisme bedoeld in paragraaf 12. De netbeheerder maakt het resultaat van de bijkomende toewijzing over aan de minister.


Afdeling 3.
Gerichte veilingen


Art. 7duodecies.

§ 1.
In het geval de minister vaststelt dat de implementatie van het capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in artikel 7undecies niet binnen een redelijke en gepaste termijn kan gerealiseerd worden en/of vaststelt dat een manifest risico voor de
bevoorradingszekerheid van de Belgische regelzone bestaat in de periode voor 2025, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een gerichte veiling organiseren. In voorkomend geval, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het beoogde volume aan capaciteit in het kader van de veilingen, alsook de andere parameters en nadere regels die noodzakelijk zijn voor de organisatie van de veiling.


De Koning heft de instructie bedoeld in het eerste lid op binnen tien dagen vanaf de kennisgeving door de Europese Commissie van haar beslissing dat de steunmaatregelen bedoeld in deze afdeling onverenigbare staatssteun vormen in de zin van artikel 107 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Die opheffing impliceert het verbod tot organisatie van de gerichte veiling of de onmiddellijke annulering.


In ieder geval wordt slechts het recht op een capaciteitsvergoeding of het recht op enige andere vorm van subsidie toegekend, na de verkrijging door de Belgische Staat van de beslissing van de Europese Commissie volgens dewelke de steunmaatregelen bedoeld in deze afdeling geen onverenigbare staatssteun vormen in de zin van artikel 107 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of na het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 4 van
Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.


Ten laatste tien dagen na ontvangst van een beslissing van de Europese Commissie in het kader van artikel 107 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of na het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2015/1589, laat de minister in het Belgisch Staatsblad een bericht publiceren met een samenvatting en verwijzing naar voornoemde beslissing van de Europese Commissie of waarbij het bericht het verstrijken van voornoemde termijn vaststelt.


§ 2.
De procedure van gerichte veilingen is waar mogelijk gebaseerd op de principes van het capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in artikel 7undecies, §§ 2 tot 14. Indien de gerichte veiling plaatsvindt voor de volledige invoering van een capaciteitsvergoedingsmechanisme bedoeld in artikel 7undecies, is deze veiling slechts een gedeeltelijke implementatie die moet worden vervolledigd door het organiseren van aanvullende veilingen zodat het volledige volume van de benodigde capaciteit kan worden bereikt.


§ 3.
De kosten die voortvloeien uit de gerichte veiling bedoeld in paragraaf 1 worden gefinancierd overeenkomstig het financieringsmechanisme bedoeld in artikel 7undecies, § 15.
 


Afdeling 4.
Uitbouw van nieuwe capaciteiten


Arikel 7terdecies.

Bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de netbeheerder en de commissie, kan de Koning iedere andere maatregel nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks leidt tot de uitbouw van nieuwe capaciteiten, teneinde ’s lands bevoorradingszekerheid te verzekeren. Dit besluit kan slechts genomen worden wanneer blijkt dat de maatregelen bedoeld in de artikelen 7undecies en 7duodecies niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.


Het besluit bedoeld in het eerste lid, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet bekrachtigd is binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.


De Koning heft de beslissing genomen in toepassing van het eerste lid, op binnen tien dagen vanaf de kennisgeving door de Europese Commissie van haar beslissing dat de steunmaatregelen bedoeld in dit artikel onverenigbare staatssteun vormen in de zin van artikel 107 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Die opheffing impliceert het verbod op het nemen van een maatregel krachtens dit artikel die rechtstreeks of onrechtstreeks leidt tot de uitbouw van nieuwe capaciteiten, teneinde ’s lands bevoorradingszekerheid te verzekeren.


In ieder geval wordt slechts het recht op een capaciteitsvergoeding of het recht op enige andere vorm van subsidie toegekend na de verkrijging door de Belgische Staat van de beslissing van de Europese Commissie volgens dewelke de steunmaatregelen bedoeld in dit artikel geen onverenigbare staatssteun vormen in de zin van artikel 107 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of na het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.


De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de commissie en de netbeheerder, de financieringswijze van de maatregelen die krachtens dit artikel worden genomen. Dat besluit wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet bekrachtigd is binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
 


Afdeling 5.
Financiering van het capaciteitsvergoedingsmechanisme en aanstelling van de contractuele tegenpartij


Art. 7quaterdecies.

§ 1.

De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de commissie en de netbeheerder, de financieringswijze van het capaciteitsvergoedingsmechanisme en, in voorkomend geval, van de maatregelen vervat in de artikelen 7duodecies en 7terdecies, alsook de niet discriminerende nadere regels inzake de afwenteling van de te financieren bedragen. Hij wijst in hetzelfde besluit de contractuele tegenpartij aan en, in voorkomend geval, de administratieve en financiële controles waaraan deze tegenpartij onderworpen is.

 

De eerste toepassing van de financieringswijze, zoals bepaald krachtens het eerste lid, vindt ten vroegste drie jaar voor de eerste periode van capaciteitslevering plaats. Het te financieren bedrag wordt bepaald rekening houdend met de geschatte kosten op basis van de resultaten van de eerste veilingen.

 

Het besluit bedoeld in het eerste lid, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet bekrachtigd is binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.


§ 2.

In afwachting van de eerste toepassing van de financieringswijze bepaald krachtens paragraaf 1, worden de kosten van de netbeheerder verbonden aan de verplichtingen die hem worden opgelegd krachtens artikel 7undecies en, in voorkomend geval, krachtens artikel 7duodecies en artikel 7terdecies, gedekt door de toeslag op de tarieven bedoeld in artikel 7octies.