Art. 15/11bis.

§ 1

Wanneer een hoeveelheid van meer dan 20.000 MWh/jaar wordt verstrekt aan een verbruikslocatie voor professioneel gebruik, wordt de federale bijdrage voor deze eindafnemer als volgt verlaagd, op basis van zijn jaarlijks verbruik:
voor de verbruiksschijf tussen 20.000 MWh/jaar en 50.000 MWh/jaar: met 15 procent;
voor de verbruiksschijf tussen 50.001 MWh/ jaar en 250.000 MWh/ jaar: met 20 procent;
voor de verbruiksschijf tussen 250.001 MWh/ jaar en 1.000.000 MWh/jaar: met 25 procent;
voor de verbruiksschijf hoger dan 1.000.001 MWh/jaar: met 45 procent.
De Koning kan de in het eerste lid genoemde percentages aanpassen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de commissie.
Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
Per verbruikslocatie en per jaar, bedraagt de federale bijdrage voor deze verbruikslocatie maximaal 750.000 euro.
De in deze paragraaf bedoelde verlagingen worden berekend en toegepast door de aardgasonderneming die de federale bijdrage aanrekent aan de eindafnemer.
Zij gelden voor het aardgas dat wordt afgenomen door alle eindafnemers, behalve door degenen die geen sectorakkoorden of “convenant” ondertekend hebben waarvoor ze in aanmerking komen.
Wanneer het blijkt dat een onderneming die een sectorakkoord of “convenant” heeft afgesloten en geniet van degressiviteit op basis van haar verklaring, de verplichtingen van dit sectorakkoord of “convenant” niet naleeft, is ze gehouden om aan de commissie, de bedragen terug te betalen die niet werden betaald door de onjuiste toepassing van degressiviteit. Daarnaast verliest zij het recht op degressiviteit voor het volgende jaar.

§ 2

Ter dekking van het totale bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage bedoeld in § 1, worden de volgende elementen bestemd voor de fondsen bedoeld in artikel 15/11, § 1ter:
de inkomsten voortvloeiend uit de verhoging van de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, punt e) i) en punt f) i), van de programmawet van 27 december 2004 voor de dieselolie met de GN-codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49, ten bedrage van 1,50 euro per 1 000 liter aan 15 °;
indien het totale bedrag van de bepaling onder 1° van dit lid niet volstaat om het totale bedrag van verminderingen te dekken, wordt bijkomend een gedeelte van de opbrengsten voortvloeiend uit de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, punt j) van de programmawet van 27 december 2004 voor kolen, cokes en bruinkool van de GN-codes 2701, 2702 en 2704, toegekend;
indien het totale bedrag van de bepalingen onder 1° en 2° van dit lid niet volstaat om het totale bedrag van de verminderingen te dekken, wordt bijkomend een gedeelte van de opbrengst van de vennootschapsbelasting toegekend.
De in dit artikel bedoelde codes van de gecombineerde nomenclatuur zijn deze die zijn vervat in Verordening nr. 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage 1 van Verordening EEG nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.