Titel VIII.
Klimaat


Hoofdstuk I.
Algemene bepalingen


Art. 8.1.1.

Dit decreet voorziet, voor wat de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest betreft, in de omzetting van de Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad, zoals tot op heden gewijzigd.


Art. 8.1.2.

In deze titel wordt verstaan onder:

bevoegde autoriteit: de instantie, aangewezen overeenkomstig artikel 18 van richtlijn 2003/87/ EG, namelijk het Departement Omgeving;
BKG-installatie: een vaste technische eenheid waarin een of meer van de activiteiten en processen, zoals omschreven in de indelingslijst in bijlage I, van titel I, van het VLAREM en aangeduid met de letter Y in de vierde kolom van de indelingslijst in bijlage I, van titel I, van het VLAREM, alsmede andere op dezelfde locatie ten uitvoer gebrachte en daarmee rechtstreeks samenhangende activiteiten plaatsvinden die technisch in verband staan met voormelde activiteiten en die gevolgen kunnen hebben voor de emissies en de verontreiniging;
broeikasgassen: koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O), onvolledig gefluoreerde koolwaterstoffen (HFK’s), perfluorkoolwaterstoffen (PFK’s) en zwavelhexafluoride (SF6);
eerste verbintenisperiode: de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012;
emissie: de emissie van broeikasgassen in de atmosfeer door bronnen die aanwezig zijn in een BKG-installatie, of de emissie door een vliegtuig van CO2 ten gevolge van een luchtvaartactiviteit;
emissierecht: een overdraagbaar recht om gedurende een bepaalde periode of handels- periode één ton CO2-equivalent aan broeikasgassen uit te stoten;
handelsperiode: de eerste verbintenisperiode of de tweede verbintenisperiode;
klimaatfonds: het Vlaamse Klimaatfonds, opgericht bij artikel 14 van het decreet van 13 juli 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012;
luchthavenbeheerder: de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die verantwoordelijk is voor de luchthaven waaraan de meeste luchtvaartactiviteiten van de vlieg- tuigexploitant worden toegeschreven in het referentiejaar. In het geval dat er aan meerdere luchthavens evenveel luchtvaartactiviteiten worden toegeschreven, is de luchthavenbeheerder de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die verantwoordelijk is voor de luchthaven waarvoor de CO2-emissies van de aan haar toegeschreven luchtvaartactiviteiten het grootste zijn.;
10° luchtvaartactiviteit: een activiteit als vermeld in bijlage VI bij dit decreet;
11° Nationale Klimaatcommissie: de commissie, vermeld in artikel 3 van het samenwerkingsakkoord van 14 november 2002 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende het opstellen, het uitvoeren en het opvolgen van een Nationaal Klimaatplan, alsook het rapporteren, in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering en het Protocol van Kyoto;
12° periode: de duur waarvoor er een vast volume emissierechten wordt toegewezen dat bestemd is om de emissies van een luchtvaartactiviteit te dekken, in casu van 1 januari tot en met 31 december 2012 (eerste periode), van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020 (tweede periode) enzovoort;
13° Protocol van Kyoto: het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, gesloten in Kyoto op 11 december 1997 en goedgekeurd bij het decreet van 22 februari 2002;
14° referentiejaar: met betrekking tot een vliegtuigexploitant die na 1 januari 2006 zijn exploitatie in de Europese Economische Ruimte is begonnen, het eerste kalenderjaar van die exploitatie; in alle andere gevallen, het kalenderjaar dat is ingegaan op 1 januari 2006;
15° Richtlijn 2003/87/EG: Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissie- rechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad;
16° samenwerkingsakkoord van 2 september 2013: het samenwerkingsakkoord van 2 september 2013 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende het opnemen van luchtvaartactiviteiten in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap overeenkomstig Richtlijn 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap;
17° ton CO2-equivalent: een metrische ton koolstofdioxide (CO2) of een hoeveelheid van een ander broeikasgas met een gelijkwaardig aardopwarmingspotentieel;
18° tweede verbintenisperiode: de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020;
19° Verordening nr. 600/2012: Verordening (EU) nr. 600/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de verificatie van broeikasgasemissie- en tonkilometerverslagen en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
20° vliegtuigexploitant: de persoon die een luchtvaartuig exploiteert op het moment dat die een luchtvaartactiviteit uitoefent, of, als die persoon niet bekend is of niet is geïdentificeerd door de eigenaar van het vliegtuig, de eigenaar van het vliegtuig.

 

 

 

 

 

 


Hoofdstuk II.
Bepalingen over BKG-installaties


Art. 8.2.1.

§ 1.

De Vlaamse Regering legt aan de BKG-installaties die broeikasgassen uit- stoten en die onder het toepassingsgebied van de Richtlijn 2003/87/EG vallen, als exploitatievoorwaarde op dat die BKG-installaties over een broeikasgasvergunning moeten beschikken. Op basis van de voorwaarden die van toepassing zijn op de BKGinstallatie, opgenomen in die broeikasgasvergunning, wordt jaarlijks een bepaald aantal emissie- rechten, met uitzondering van de emissierechten die aan de vliegtuigexploitanten worden toegewezen, bij het nationaal register ingeleverd in overeenstemming met de hoeveelheid broeikasgassen die in het voorgaande jaar is uitgestoten.


In het eerste lid wordt verstaan onder nationaal register: het register, vermeld in het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2008 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, hetWaalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van het gestandaardiseerd en genormaliseerd registersysteem van België overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad.

 

§ 2.

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de broeikasgasvergunning en de regels voor de bewaking en de rapportering van de emissies, voor de verificatie van die rapporten en voor de inlevering van emissierechten.


Art. 8.2.2.

In overeenstemming met Richtlijn 2003/87/EG bepaalt de Vlaamse Regering:

de totale hoeveelheid emissierechten die per handelsperiode aan BKG-installaties in het Vlaamse Gewest worden toegekend;
de wijze waarop die emissierechten aan de BKG-installaties in kwestie worden toegewezen;
de nadere regels voor de toewijzing, de aanvraag van een toewijzing, de verlening, de stopzetting van de verlening, de opschorting van de verlening, de geldigheid en de annulering van de emissierechten;
de regels voor het opstellen en het controleren van een register in de vorm van een elektronische databank waarmee de emissierechten worden uitgegeven, gehouden, overgedragen en geannuleerd;
de nadere regels voor het vaststellen van de grenzen van een BKG-installatie;
de nadere regels voor het gebruik van flexibele mechanismen door BKG-installaties.

Hoofdstuk III.
Bepalingen over vliegtuigexploitanten


Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Art. 8.3.1. Een luchthaven krijgt een luchtvaartactiviteit toegeschreven als deze vertrekt van deze luchthaven of als deze landt op deze luchthaven, op voorwaarde dat de vlucht niet vertrekt vanuit een lidstaat waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is.

Art. 8.3.2.

De bevoegde autoriteit van elke vliegtuigexploitant, die onder de administratieve bevoegdheid van België valt, wordt vermeld op de lijst die overeenkomstig artikel 4 van het samenwerkingsakkoord van 2 september 2013 gepubliceerd wordt door de register-administrateur.


In het eerste lid wordt verstaan onder registeradministrateur: de persoon of personen die het nationaal register beheert of beheren en bijhoudt of bijhouden overeenkomstig het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2008 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van het gestandaardiseerd en genormaliseerd registersysteem van België overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad.


Het Vlaamse Gewest is de bevoegde autoriteit voor elke vliegtuigexploitant die onder de administratieve bevoegdheid van België valt en waarvoor geldt dat de luchthaven die beheerd wordt door de luchthavenbeheerder van de betreffende vliegtuigexploitant, op het grondgebied van het Vlaamse Gewest ligt.


Art. 8.3.3.

Ter uitvoering van artikel 22 van het samenwerkingsakkoord van 2 september 2013 kan de Vlaamse Regering bepalen om de taken van de luchthavenbeheerders van de luchthavens op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, met uitzondering van de luchthaven Brussel-Nationaal, die verband houden met de uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 september 2003, te delegeren aan de bevoegde autoriteit.


Afdeling 1bis.
Afwijkingen die gelden vooruitlopend op de tenuitvoerlegging tegen 2020 van een internationale overeenkomst die wereldwijd één marktgebaseerde maatregel toepast


Art. 8.3.3bis.

§ 1.

In afwijking van artikel 8.3.6 beschouwt de bevoegde autoriteit de verplichtingen, vermeld in de voormelde artikelen, als vervuld en onderneemt ze geen actie tegen vliegtuigexploitanten voor:

alle emissies van vluchten naar of van luchthavens gelegen in landen buiten de Europese Economische Ruimte in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016;
alle emissies van vluchten tussen een luchthaven gelegen in een ultraperifeer gebied in de zin van artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en een luchthaven gelegen in een ander gebied van de Europese Economische Ruimte in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016;
de inlevering van emissierechten voor geverifieerde emissies voor 2013 voor vluchten tussen luchthavens gelegen in landen van de Europese Economische Ruimte, die uiterlijk op 30 april 2015 in plaats van uiterlijk op
30 april 2014 plaatsvindt, en geverifieerde emissies van 2013 van die vluchten, die uiterlijk op 31 maart 2015 in plaats van 31 maart 2014 worden gerapporteerd.


Voor de toepassing van artikel 8.3.6, § 2 en § 3, worden de geverifieerde emissies van vluchten andere dan deze vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, beschouwd als geverifieerde emissies van de vliegtuigexploitant.

 

§ 2.

In afwijking van artikel 8.3.4, § 6, en artikel 8.3.5, § 6, worden aan vliegtuigexploitanten voor wie de tijdelijke afwijkingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, gelden, een aantal kosteloze emissierechten toegewezen die zijn verminderd in verhouding tot de vermindering van de verplichting om emissierechten in te leveren, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°.

 

§ 3.

In afwijking van artikel 8.3.6, § 1, zijn vliegtuigexploitanten niet verplicht om emissiemonitoringplannen in te dienen die de maatregelen beschrijven om emissies te bewaken en te rapporteren met betrekking tot vluchten waarvoor de tijdelijke afwijkingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, gelden.

 

§ 4.

In afwijking van artikel 8.3.6, § 2 en § 4, worden de emissies van een vliegtuigexploitant met totale jaarlijkse emissies van minder dan 25.000 ton CO2 beschouwd als geverifieerde emissies als deze werden vastgesteld met gebruikmaking van het instrument voor kleine emittenten dat door verordening (EU) nr. 606/2010 van de Commissie van 9 juli 2010 inzake de goedkeuring van een vereenvoudigd instrument, ontwikkeld door Eurocontrol, voor de raming van het brandstofverbruik van bepaalde vliegtuigexploitanten met een geringe emissie, is goedgekeurd en door Eurocontrol werd voorzien van gegevens uit zijn ETS-ondersteuningsfaciliteit.


Afdeling 2.
Kosteloze toewijzing van emissierechten


Art. 8.3.4.

§ 1.

Een vliegtuigexploitant beschikt over een goedgekeurd monitoringplan tonkilometergegevens voor het toezichtsjaar. Het door de vliegtuigexploitant ingediende monitoringplan tonkilometergegevens wordt binnen vier maanden na de indiening ervan geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit en bekrachtigd door de Nationale Klimaatcommissie.


In het eerste lid wordt verstaan onder toezichtsjaar: voor de perioden van 1 januari tot en met 31 december 2012 en van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020, het jaar 2010; voor de latere perioden, het burgerlijk jaar dat eindigt vierentwintig maanden voor de aanvang van elke periode.

 

§ 2.

Om in aanmerking te komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten voor de periode, dient een vliegtuigexploitant uiterlijk eenentwintig maanden voor de aanvang van de periode een geverifieerd rapport tonkilometergegevens in.

 

§ 3.

Het rapport tonkilometergegevens, vermeld in paragraaf 2, kan alleen betrekking hebben op tonkilometergegevens voor de periode waarvoor de vliegtuigexploitant beschikt over een goedgekeurd monitoringplan tonkilometergegevens.


De bevoegde autoriteit controleert of het rapport tonkilometergegevens is geverifieerd conform de criteria vermeld in bijlage V van Richtlijn 2003/87/EG en Verordening nr. 600/2012.

 

§ 4.

De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening, de verificatie en de goedkeuring van een monitoringplan tonkilometergegevens, vermeld in paragraaf 1 en 3.


De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening, de verificatie en de controle van het rapport tonkilometergegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3.

 

§ 5.

De bevoegde autoriteit bezorgt de conform paragraaf 2 ontvangen geverifieerde rapporten tonkilometergegevens aan de Nationale Klimaatcommissie ten minste negentien maanden voor de aanvang van de periode waarop de rapporten betrekking hebben. De Nationale Klimaatcommissie bezorgt die op haar beurt aan de Europese Commissie.

 

§ 6.

De bevoegde autoriteit berekent en maakt de volgende hoeveelheden bekend in het Belgisch Staatsblad binnen drie maanden na de datum waarop de Europese Commissie haar Emissierechtenbesluit neemt:

de totale hoeveelheid emissierechten die voor de betreffende periode wordt toegewezen aan elke vliegtuigexploitant waarvan het rapport tonkilometergegevens bij de Europese Commissie is ingediend conform paragraaf 5, berekend door de in het rapport tonkilometergegevens opgenomen tonkilometergegevens te vermenigvuldigen met de benchmark vastgesteld overeenkomstig het besluit 2011/638/EU van de Commissie van 26 september 2011 tot vaststelling van benchmarks voor de kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten aan vliegtuigexploitanten overeenkomstig artikel 3sexies van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
de hoeveelheid emissierechten die voor elk jaar van de betreffende periode aan elke vliegtuigexploitant wordt toegewezen, die wordt bepaald door de berekende totale hoeveelheid emissierechten, vermeld in punt 1°, voor de betreffende periode te delen door het aantal jaren in de periode waarin die vliegtuigexploitant een luchtvaartactiviteit als vermeld in bijlage VI bij dit decreet, uitvoert.

 
In het eerste lid wordt verstaan onder Emissierechtenbesluit: het besluit van de Europese Commissie, vermeld in artikel 3sexies, derde lid, van Richtlijn 2003/87/EG.


Afdeling 3.
Kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve


Art. 8.3.5.

§ 1.

In dit artikel wordt verstaan onder bijzondere reserve: 3% van de totale hoeveelheid toe te wijzen emissierechten voor de periode 2013-2020.

 

§ 2.

Een vliegtuigexploitant komt in aanmerking voor een kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode als hij vóór 30 juni in het derde jaar van de periode een aanvraag indient en als het een vliegtuigexploitant betreft die aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

het is een vliegtuigexploitant die een luchtvaartactiviteit aanvangt na het jaar waarvoor tonkilometergegevens zijn ingediend conform artikel 8.3.4, § 2; of
het is een vliegtuigexploitant waarvan het aantal tonkilometers gemiddeld met meer dan 18% per jaar is gestegen tussen het referentiejaar 2010, waarvoor geverifieerde tonkilometergegevens zijn ingediend conform artikel 8.3.4, § 2, en het tweede jaar van de periode, en van wie de extra activiteit, vermeld in punt 1°, of de extra activiteit, ver- meld in dit punt, niet geheel of gedeeltelijk een voortzetting is van een eerder door een andere vliegtuigexploitant uitgevoerde luchtvaartactiviteit.

 

De aanvraag bestaat uit een geverifieerd rapport tonkilometergegevens voor het tweede jaar van de periode en bewijzen waaruit blijkt dat de vliegtuigexploitant voldoet aan de criteria, vermeld in punt 1° of 2°.

 

§ 3.

Het rapport tonkilometergegevens, vermeld in paragraaf 2, kan alleen betrekking hebben op tonkilometergegevens voor de periode waarvoor de vliegtuigexploitant beschikt over een goedgekeurd monitoringplan tonkilometergegevens.


De bevoegde autoriteit controleert of het rapport tonkilometergegevens is geverifieerd conform de criteria, vermeld in bijlage V van Richtlijn 2003/87/EG en de Verordening nr. 600/2012.

 

§ 4.

De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening, de verificatie en de controle van het rapport tonkilometergegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3.


De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening en de goedkeuring van de aanvraag om in aanmerking te komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode en kan nadere regels bepalen voor de kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode.

 

§ 5.

De bevoegde autoriteit bezorgt de aanvragen die zijn ontvangen conform paragraaf 2, aan de Nationale Klimaatcommissie uiterlijk op 30 september van het derde jaar van de periode waarop ze betrekking hebben. De Nationale Klimaatcommissie bezorgt de aanvragen op haar beurt aan de Europese Commissie.

 

§ 6.

De bevoegde autoriteit berekent de volgende hoeveelheden en maakt ze bekend in het Belgisch Staatsblad binnen drie maanden na de datum waarop de Europese Commissie haar Bijzondere Reserve-emissierechtenbesluit neemt:

de totale hoeveelheid emissierechten die uit de bijzondere reserve voor de periode wordt toegewezen aan elke vliegtuigexploitant waarvan de aanvraag bij de Europese Commissie is ingediend conform paragraaf 5;
de hoeveelheid emissierechten die is toegewezen aan elke vliegtuigexploitant voor elk volledig kalenderjaar dat overblijft in de periode.


In het eerste lid wordt verstaan onder Bijzondere Reserve-emissierechtenbesluit: het besluit van de Europese Commissie, vermeld in artikel 3septies, vijfde lid, van Richtlijn 2003/87/EG.


Afdeling 4.
Emissiemonitoringplan en emissieverslag


Art. 8.3.6.

§ 1.

Een vliegtuigexploitant beschikt jaarlijks uiterlijk op 1 januari over een goedgekeurd emissiemonitoringplan. Het emissiemonitoringplan wordt binnen vier maanden na de indiening door de vliegtuigexploitant geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. Goedgekeurde emissiemonitoringplannen worden door de bevoegde autoriteit ter bekrachtiging voorgelegd aan de Nationale Klimaatcommissie.


In afwijking van het eerste lid bepaalt de Vlaamse Regering vanaf wanneer een vliegtuigexploitant die een luchtvaartactiviteit aanvangt na 31 december 2012, moet beschikken over een goedgekeurd emissiemonitoringplan. De vliegtuigexploitant past zijn goedgekeurde emissiemonitoringplan aan en legt het opnieuw ter goedkeuring voor aan de bevoegde autoriteit als er zich tijdens het lopende kalenderjaar nader door de Vlaamse Regering te bepalen wijzigingen voordoen die een impact hebben op de monitoringmethodologie. Het emissie-monitoringplan wordt binnen vier maanden na de indiening door de vliegtuigexploitant geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.


De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening, de verificatie en de goedkeuring van een emissiemonitoringplan en voor de wijziging of de verbetering ervan.

 

§ 2.

Een vliegtuigexploitant dient elk jaar uiterlijk op de tweede donderdag van de maand maart een als bevredigend geverifieerd emissieverslag in samen met het verificatierapport. De bevoegde autoriteit controleert of het emissieverslag is geverifieerd conform de criteria, vermeld in bijlage V van Richtlijn 2003/87/EG en de verordening nr. 600/2012, en keurt het emissieverslag in voorkomend geval goed.


Een vliegtuigexploitant waarvan het emissieverslag van het voorgaande kalenderjaar uiterlijk op 31 maart van het lopende jaar niet is geverifieerd als bevredigend, mag geen emissierechten meer overdragen tot het rapport als bevredigend is geverifieerd.

 

§ 3.

De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening, de verificatie, de controle en de goedkeuring van een emissieverslag.

 

§ 4.

Een vliegtuigexploitant levert elk jaar uiterlijk tegen 30 april emissierechten in ter dekking van de CO2-emissies van het voorgaande jaar.


De Vlaamse Regering kan voor het inleveren van emissierechten nadere regels en procedures bepalen.


Hoofstuk IV.
Steunprogramma's voor de toepassing van flexibiliteitsmechanismen


Afdeling 1.
Algemene bepaling


Art. 8.4.1.

De Vlaamse Regering kan tegemoetkomingen verstrekken in de administratieve kosten die gepaard gaan met de voorbereiding van en de deelname aan projecten in het kader van de flexibiliteitsmechanismen Gezamenlijke Uitvoering en het Mechanisme voor Schone Ontwikkeling, vermeld in het Protocol van Kyoto.


De Vlaamse Regering kan ook tegemoetkomingen verstrekken in de uitvoering van projecten in het kader van de flexibiliteitsmechanismen, vermeld in het eerste lid, met het oog op de verwerving van emissierechten door de Vlaamse overheid.


Afdeling 2.
Hoogte van de tegemoetkoming


Art. 8.4.2.

De Vlaamse Regering bepaalt de hoogte van de tegemoetkomingen en de kosten die in aanmerking komen, vermeld in deze afdeling, en de nadere regels voor de aanvraag, de beoordeling van de aanvragen en de toekenning van de tegemoetkomingen.


De tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, kunnen de vorm aannemen van een subsidie, een lening tegen een verlaagde rentevoet, een voorschot of een ander geldelijk voordeel.


Art. 8.4.3.

§ 1.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere uitvoeringsvoorwaarden en regels voor het inzetten van de flexibiliteitsmechanismen, vermeld in het Protocol van Kyoto of zoals uitgewerkt in Europese of internationale wetgeving of akkoorden.


Wat betreft de aankoop, de inzet en de verkoop van emissierechten, voortvloeiend uit de flexibiliteitsmechanismen, vermeld in het Protocol van Kyoto of zoals uitgewerkt in Europese of internationale wetgeving of akkoorden, bepaalt de Vlaamse Regering:

de kwantitatieve doelstellingen;
de strategie;
de aard van de emissierechten;
de in te zetten kanalen;
de financieringswijze.


De Vlaamse Regering kan ook kwalitatieve randvoorwaarden vaststellen voor de aankoop en inzet van emissierechten, voortvloeiend uit de flexibiliteitsmechanismen, vermeld in het Protocol van Kyoto of zoals uitgewerkt in Europese of internationale wetgeving of akkoorden.

 

§ 2.

De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast voor de goedkeuring van projecten in het kader van de flexibiliteitsmechanismen Gezamenlijke Uitvoering en het Mechanisme voor Schone Ontwikkeling, vermeld in het Protocol van Kyoto, en de voorwaarden voor deelname van een particuliere of openbare organisatie aan deze projecten. De Vlaamse Regering kan besluiten om voor de administratieve behandeling van die projectaanvragen de vaste kosten en de dossierkosten te laten aanrekenen aan de indiener van het verzoek tot goedkeuring van het project. De Vlaamse Regering bepaalt ook de hoogte en de betalingswijze van die kosten. De inkomsten die voortvloeien uit die kosten, worden toegewezen aan het klimaatfonds.


Hoofdstuk V.
Sancties


Art. 8.5.1.

Het Departement Omgeving, legt aan de exploitant van een BKG-installatie of de vliegtuigexploitant een administratieve geldboete op voor elke ton CO2-equivalent die uitgestoten wordt en waarvoor met toepassing van artikel 8.2.1, § 1, of artikel 8.3.6, § 4, geen emissierechten zijn ingeleverd. Per ton uitgestoten CO2-equivalent bedraagt de administratieve geldboete 100 euro. De betaling van de boete wegens emissieoverschrijding ontslaat de exploitant van een BKG-installatie of de vliegtuigexploitant niet van de verplichting, bij de inlevering van emissierechten in verband met het volgende kalenderjaar, een hoeveelheid emissierechten in te leveren die gelijk is aan de emissieoverschrijding.


In het eerste lid wordt verstaan onder exploitant van een BKG-installatie: de houder(s) van de milieuvergunning(en) van de BKG-installatie.


De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt vanaf 1 januari 2014 overeenkomstig het Europese indexcijfer van de consumptieprijzen verhoogd.


De Vlaamse Regering neemt maatregelen om de publicatie te verzekeren van de namen van de exploitanten of de vliegtuigexploitanten die onvoldoende emissierechten inleveren om te voldoen aan de verplichtingen die opgelegd zijn met toepassing van artikel 8.2.1, § 1, of artikel 8.3.6, § 4.


Art. 8.5.2.

§ 1.

Aan een vliegtuigexploitant die op 1 januari van elk jaar niet beschikt over een goedgekeurd emissiemonitoringplan als vermeld in artikel 8.3.6, § 1, eerste lid, kan een administratieve geldboete worden opgelegd die minimaal 5000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt.


In afwijking van het eerste lid kan vanaf het moment dat de vliegtuigexploitant moet beschikken over een goedgekeurd emissiemonitoringplan vastgesteld door de Vlaamse Regering, en daarna jaarlijks op 1 januari, aan een vliegtuigexploitant, als vermeld in artikel 8.3.6, § 1, tweede lid, een administratieve geldboete worden opgelegd die minimaal 5000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt.


De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de berekening van de administratieve geldboete.

 

§ 2.

Aan een vliegtuigexploitant die uiterlijk op 31 maart van elk jaar geen emissieverslag dat geverifieerd is conform verordening nr. 600/2012, heeft ingediend conform artikel 8.3.6, § 2, van dit decreet, kan een administratieve geldboete worden opgelegd die minimaal 5000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt.


De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de berekening van de administratieve geldboete.


Art. 8.5.3.

De bevoegde autoriteit kan de federale overheid adviseren om de Nationale Klimaatcommissie te gelasten de Europese Commissie te verzoeken een exploitatieverbod op te leggen aan een vliegtuigexploitant die niet voldoet aan de bepalingen, vermeld in hoofdstuk III, als de naleving van hetgeen bij of krachtens hoofdstuk III bepaald is, niet met andere handhavingsmaatregelen kan worden gegarandeerd.


Art. 8.5.4.

§ 1.

De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete op de hoogte gebracht met een aangetekende brief. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete.

 

§ 2.

Als de betrokkene het oneens is met de administratieve geldboete, opgelegd conform artikel 8.5.1 of 8.5.2, kan hij, binnen tien kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in paragraaf 1, de ambtenaren die daarvoor aangewezen zijn door de Vlaamse Regering, daarvan op de hoogte brengen met een aangetekende brief. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief.


De betrokkene kan op zijn verzoek de documenten op basis waarvan de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete conform artikel 8.5.1 of 8.5.2 is genomen, inzien en er een kopie van ontvangen.
De betrokkene kan op zijn verzoek zijn verweer met betrekking tot de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete conform artikel 8.5.1 of 8.5.2 mondeling toelichten.


De bevoegde ambtenaren kunnen hun beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als de tegenargumenten gegrond blijken te zijn. In dat geval vindt een nieuwe kennisgeving plaats.

 

§ 3.

De administratieve geldboete wordt betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing. De ambtenaren die daarvoor aangewezen zijn door de Vlaamse Regering, kunnen uitstel van betaling verlenen voor een door hen bepaalde termijn.

 

§ 4.

Als de betrokkene in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daarvoor door de Vlaamse Regering is aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of per aangetekende brief. Op het dwangbevel zijn de bepalingen, vermeld in deel V van het Gerechtelijk Wetboek, van toepassing.

 

§ 5.

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.


Art. 8.5.5. De inkomsten die voortvloeien uit de opbrengst van de administratieve geldboetes, vermeld in dit hoofdstuk, worden rechtstreeks toegewezen aan het klimaatfonds.