Hoofdstuk III.
Bepalingen over vliegtuigexploitanten


Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Art. 8.3.1. Een luchthaven krijgt een luchtvaartactiviteit toegeschreven als deze vertrekt van deze luchthaven of als deze landt op deze luchthaven, op voorwaarde dat de vlucht niet vertrekt vanuit een lidstaat waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is.

Art. 8.3.2.

De bevoegde autoriteit van elke vliegtuigexploitant, die onder de administratieve bevoegdheid van Belgi valt, wordt vermeld op de lijst die overeenkomstig artikel 4 van het samenwerkingsakkoord van 2 september 2013 gepubliceerd wordt door de register-administrateur.


In het eerste lid wordt verstaan onder registeradministrateur: de persoon of personen die het nationaal register beheert of beheren en bijhoudt of bijhouden overeenkomstig het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2008 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van het gestandaardiseerd en genormaliseerd registersysteem van Belgi overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad.


Het Vlaamse Gewest is de bevoegde autoriteit voor elke vliegtuigexploitant die onder de administratieve bevoegdheid van Belgi valt en waarvoor geldt dat de luchthaven die beheerd wordt door de luchthavenbeheerder van de betreffende vliegtuigexploitant, op het grondgebied van het Vlaamse Gewest ligt.


Art. 8.3.3.

Ter uitvoering van artikel 22 van het samenwerkingsakkoord van 2 september 2013 kan de Vlaamse Regering bepalen om de taken van de luchthavenbeheerders van de luchthavens op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, met uitzondering van de luchthaven Brussel-Nationaal, die verband houden met de uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 september 2003, te delegeren aan de bevoegde autoriteit.


Afdeling 1bis.
Afwijkingen die gelden vooruitlopend op de tenuitvoerlegging tegen 2020 van een internationale overeenkomst die wereldwijd n marktgebaseerde maatregel toepast


Art. 8.3.3bis.

1.

In afwijking van artikel 8.3.6 beschouwt de bevoegde autoriteit de verplichtingen, vermeld in de voormelde artikelen, als vervuld en onderneemt ze geen actie tegen vliegtuigexploitanten voor:

1 alle emissies van vluchten naar of van luchthavens gelegen in landen buiten de Europese Economische Ruimte in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016;
2 alle emissies van vluchten tussen een luchthaven gelegen in een ultraperifeer gebied in de zin van artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en een luchthaven gelegen in een ander gebied van de Europese Economische Ruimte in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2016;
3 de inlevering van emissierechten voor geverifieerde emissies voor 2013 voor vluchten tussen luchthavens gelegen in landen van de Europese Economische Ruimte, die uiterlijk op 30 april 2015 in plaats van uiterlijk op
30 april 2014 plaatsvindt, en geverifieerde emissies van 2013 van die vluchten, die uiterlijk op 31 maart 2015 in plaats van 31 maart 2014 worden gerapporteerd.


Voor de toepassing van artikel 8.3.6, 2 en 3, worden de geverifieerde emissies van vluchten andere dan deze vermeld in het eerste lid, 1 en 2, beschouwd als geverifieerde emissies van de vliegtuigexploitant.

2.

In afwijking van artikel 8.3.4, 6, en artikel 8.3.5, 6, worden aan vliegtuigexploitanten voor wie de tijdelijke afwijkingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1 en 2, gelden, een aantal kosteloze emissierechten toegewezen die zijn verminderd in verhouding tot de vermindering van de verplichting om emissierechten in te leveren, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1 en 2.

3.

In afwijking van artikel 8.3.6, 1, zijn vliegtuigexploitanten niet verplicht om emissiemonitoringplannen in te dienen die de maatregelen beschrijven om emissies te bewaken en te rapporteren met betrekking tot vluchten waarvoor de tijdelijke afwijkingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1 en 2, gelden.

4.

In afwijking van artikel 8.3.6, 2 en 4, worden de emissies van een vliegtuigexploitant met totale jaarlijkse emissies van minder dan 25.000 ton CO2 beschouwd als geverifieerde emissies als deze werden vastgesteld met gebruikmaking van het instrument voor kleine emittenten dat door verordening (EU) nr. 606/2010 van de Commissie van 9 juli 2010 inzake de goedkeuring van een vereenvoudigd instrument, ontwikkeld door Eurocontrol, voor de raming van het brandstofverbruik van bepaalde vliegtuigexploitanten met een geringe emissie, is goedgekeurd en door Eurocontrol werd voorzien van gegevens uit zijn ETS-ondersteuningsfaciliteit.


Afdeling 2.
Kosteloze toewijzing van emissierechten


Art. 8.3.4.

1.

Een vliegtuigexploitant beschikt over een goedgekeurd monitoringplan tonkilometergegevens voor het toezichtsjaar. Het door de vliegtuigexploitant ingediende monitoringplan tonkilometergegevens wordt binnen vier maanden na de indiening ervan geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit en bekrachtigd door de Nationale Klimaatcommissie.


In het eerste lid wordt verstaan onder toezichtsjaar: voor de perioden van 1 januari tot en met 31 december 2012 en van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020, het jaar 2010; voor de latere perioden, het burgerlijk jaar dat eindigt vierentwintig maanden voor de aanvang van elke periode.

2.

Om in aanmerking te komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten voor de periode, dient een vliegtuigexploitant uiterlijk eenentwintig maanden voor de aanvang van de periode een geverifieerd rapport tonkilometergegevens in.

3.

Het rapport tonkilometergegevens, vermeld in paragraaf 2, kan alleen betrekking hebben op tonkilometergegevens voor de periode waarvoor de vliegtuigexploitant beschikt over een goedgekeurd monitoringplan tonkilometergegevens.


De bevoegde autoriteit controleert of het rapport tonkilometergegevens is geverifieerd conform de criteria vermeld in bijlage V van Richtlijn 2003/87/EG en Verordening nr. 600/2012.

4.

De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening, de verificatie en de goedkeuring van een monitoringplan tonkilometergegevens, vermeld in paragraaf 1 en 3.


De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening, de verificatie en de controle van het rapport tonkilometergegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3.

5.

De bevoegde autoriteit bezorgt de conform paragraaf 2 ontvangen geverifieerde rapporten tonkilometergegevens aan de Nationale Klimaatcommissie ten minste negentien maanden voor de aanvang van de periode waarop de rapporten betrekking hebben. De Nationale Klimaatcommissie bezorgt die op haar beurt aan de Europese Commissie.

6.

De bevoegde autoriteit berekent en maakt de volgende hoeveelheden bekend in het Belgisch Staatsblad binnen drie maanden na de datum waarop de Europese Commissie haar Emissierechtenbesluit neemt:

1 de totale hoeveelheid emissierechten die voor de betreffende periode wordt toegewezen aan elke vliegtuigexploitant waarvan het rapport tonkilometergegevens bij de Europese Commissie is ingediend conform paragraaf 5, berekend door de in het rapport tonkilometergegevens opgenomen tonkilometergegevens te vermenigvuldigen met de benchmark vastgesteld overeenkomstig het besluit 2011/638/EU van de Commissie van 26 september 2011 tot vaststelling van benchmarks voor de kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten aan vliegtuigexploitanten overeenkomstig artikel 3sexies van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad;
2 de hoeveelheid emissierechten die voor elk jaar van de betreffende periode aan elke vliegtuigexploitant wordt toegewezen, die wordt bepaald door de berekende totale hoeveelheid emissierechten, vermeld in punt 1, voor de betreffende periode te delen door het aantal jaren in de periode waarin die vliegtuigexploitant een luchtvaartactiviteit als vermeld in bijlage VI bij dit decreet, uitvoert.


In het eerste lid wordt verstaan onder Emissierechtenbesluit: het besluit van de Europese Commissie, vermeld in artikel 3sexies, derde lid, van Richtlijn 2003/87/EG.


Afdeling 3.
Kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve


Art. 8.3.5.

1.

In dit artikel wordt verstaan onder bijzondere reserve: 3% van de totale hoeveelheid toe te wijzen emissierechten voor de periode 2013-2020.

2.

Een vliegtuigexploitant komt in aanmerking voor een kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode als hij vr 30 juni in het derde jaar van de periode een aanvraag indient en als het een vliegtuigexploitant betreft die aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

1 het is een vliegtuigexploitant die een luchtvaartactiviteit aanvangt na het jaar waarvoor tonkilometergegevens zijn ingediend conform artikel 8.3.4, 2; of
2 het is een vliegtuigexploitant waarvan het aantal tonkilometers gemiddeld met meer dan 18% per jaar is gestegen tussen het referentiejaar 2010, waarvoor geverifieerde tonkilometergegevens zijn ingediend conform artikel 8.3.4, 2, en het tweede jaar van de periode, en van wie de extra activiteit, vermeld in punt 1, of de extra activiteit, ver- meld in dit punt, niet geheel of gedeeltelijk een voortzetting is van een eerder door een andere vliegtuigexploitant uitgevoerde luchtvaartactiviteit.

De aanvraag bestaat uit een geverifieerd rapport tonkilometergegevens voor het tweede jaar van de periode en bewijzen waaruit blijkt dat de vliegtuigexploitant voldoet aan de criteria, vermeld in punt 1 of 2.

3.

Het rapport tonkilometergegevens, vermeld in paragraaf 2, kan alleen betrekking hebben op tonkilometergegevens voor de periode waarvoor de vliegtuigexploitant beschikt over een goedgekeurd monitoringplan tonkilometergegevens.


De bevoegde autoriteit controleert of het rapport tonkilometergegevens is geverifieerd conform de criteria, vermeld in bijlage V van Richtlijn 2003/87/EG en de Verordening nr. 600/2012.

4.

De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening, de verificatie en de controle van het rapport tonkilometergegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3.


De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening en de goedkeuring van de aanvraag om in aanmerking te komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode en kan nadere regels bepalen voor de kosteloze toewijzing van emissierechten uit de bijzondere reserve voor de periode.

5.

De bevoegde autoriteit bezorgt de aanvragen die zijn ontvangen conform paragraaf 2, aan de Nationale Klimaatcommissie uiterlijk op 30 september van het derde jaar van de periode waarop ze betrekking hebben. De Nationale Klimaatcommissie bezorgt de aanvragen op haar beurt aan de Europese Commissie.

6.

De bevoegde autoriteit berekent de volgende hoeveelheden en maakt ze bekend in het Belgisch Staatsblad binnen drie maanden na de datum waarop de Europese Commissie haar Bijzondere Reserve-emissierechtenbesluit neemt:

1 de totale hoeveelheid emissierechten die uit de bijzondere reserve voor de periode wordt toegewezen aan elke vliegtuigexploitant waarvan de aanvraag bij de Europese Commissie is ingediend conform paragraaf 5;
2 de hoeveelheid emissierechten die is toegewezen aan elke vliegtuigexploitant voor elk volledig kalenderjaar dat overblijft in de periode.


In het eerste lid wordt verstaan onder Bijzondere Reserve-emissierechtenbesluit: het besluit van de Europese Commissie, vermeld in artikel 3septies, vijfde lid, van Richtlijn 2003/87/EG.


Afdeling 4.
Emissiemonitoringplan en emissieverslag


Art. 8.3.6.

1.

Een vliegtuigexploitant beschikt jaarlijks uiterlijk op 1 januari over een goedgekeurd emissiemonitoringplan. Het emissiemonitoringplan wordt binnen vier maanden na de indiening door de vliegtuigexploitant geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. Goedgekeurde emissiemonitoringplannen worden door de bevoegde autoriteit ter bekrachtiging voorgelegd aan de Nationale Klimaatcommissie.


In afwijking van het eerste lid bepaalt de Vlaamse Regering vanaf wanneer een vliegtuigexploitant die een luchtvaartactiviteit aanvangt na 31 december 2012, moet beschikken over een goedgekeurd emissiemonitoringplan. De vliegtuigexploitant past zijn goedgekeurde emissiemonitoringplan aan en legt het opnieuw ter goedkeuring voor aan de bevoegde autoriteit als er zich tijdens het lopende kalenderjaar nader door de Vlaamse Regering te bepalen wijzigingen voordoen die een impact hebben op de monitoringmethodologie. Het emissie-monitoringplan wordt binnen vier maanden na de indiening door de vliegtuigexploitant geverifieerd en, in voorkomend geval, goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.


De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening, de verificatie en de goedkeuring van een emissiemonitoringplan en voor de wijziging of de verbetering ervan.

2.

Een vliegtuigexploitant dient elk jaar uiterlijk op de tweede donderdag van de maand maart een als bevredigend geverifieerd emissieverslag in samen met het verificatierapport. De bevoegde autoriteit controleert of het emissieverslag is geverifieerd conform de criteria, vermeld in bijlage V van Richtlijn 2003/87/EG en de verordening nr. 600/2012, en keurt het emissieverslag in voorkomend geval goed.


Een vliegtuigexploitant waarvan het emissieverslag van het voorgaande kalenderjaar uiterlijk op 31 maart van het lopende jaar niet is geverifieerd als bevredigend, mag geen emissierechten meer overdragen tot het rapport als bevredigend is geverifieerd.

3.

De Vlaamse Regering kan nadere regels en procedures bepalen voor de inhoud, de indiening, de verificatie, de controle en de goedkeuring van een emissieverslag.

4.

Een vliegtuigexploitant levert elk jaar uiterlijk tegen 30 april emissierechten in ter dekking van de CO2-emissies van het voorgaande jaar.


De Vlaamse Regering kan voor het inleveren van emissierechten nadere regels en procedures bepalen.