Hoofdstuk V.
Sancties


Art. 8.5.1.

Het Departement Omgeving, legt aan de exploitant van een BKG-installatie of de vliegtuigexploitant een administratieve geldboete op voor elke ton CO2-equivalent die uitgestoten wordt en waarvoor met toepassing van artikel 8.2.1, 1, of artikel 8.3.6, 4, geen emissierechten zijn ingeleverd. Per ton uitgestoten CO2-equivalent bedraagt de administratieve geldboete 100 euro. De betaling van de boete wegens emissieoverschrijding ontslaat de exploitant van een BKG-installatie of de vliegtuigexploitant niet van de verplichting, bij de inlevering van emissierechten in verband met het volgende kalenderjaar, een hoeveelheid emissierechten in te leveren die gelijk is aan de emissieoverschrijding.


In het eerste lid wordt verstaan onder exploitant van een BKG-installatie: de houder(s) van de milieuvergunning(en) van de BKG-installatie.


De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, wordt vanaf 1 januari 2014 overeenkomstig het Europese indexcijfer van de consumptieprijzen verhoogd.


De Vlaamse Regering neemt maatregelen om de publicatie te verzekeren van de namen van de exploitanten of de vliegtuigexploitanten die onvoldoende emissierechten inleveren om te voldoen aan de verplichtingen die opgelegd zijn met toepassing van artikel 8.2.1, 1, of artikel 8.3.6, 4.


Art. 8.5.2.

1.

Aan een vliegtuigexploitant die op 1 januari van elk jaar niet beschikt over een goedgekeurd emissiemonitoringplan als vermeld in artikel 8.3.6, 1, eerste lid, kan een administratieve geldboete worden opgelegd die minimaal 5000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt.


In afwijking van het eerste lid kan vanaf het moment dat de vliegtuigexploitant moet beschikken over een goedgekeurd emissiemonitoringplan vastgesteld door de Vlaamse Regering, en daarna jaarlijks op 1 januari, aan een vliegtuigexploitant, als vermeld in artikel 8.3.6, 1, tweede lid, een administratieve geldboete worden opgelegd die minimaal 5000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt.


De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de berekening van de administratieve geldboete.

2.

Aan een vliegtuigexploitant die uiterlijk op 31 maart van elk jaar geen emissieverslag dat geverifieerd is conform verordening nr. 600/2012, heeft ingediend conform artikel 8.3.6, 2, van dit decreet, kan een administratieve geldboete worden opgelegd die minimaal 5000 euro en maximaal 450.000 euro bedraagt.


De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de berekening van de administratieve geldboete.


Art. 8.5.3.

De bevoegde autoriteit kan de federale overheid adviseren om de Nationale Klimaatcommissie te gelasten de Europese Commissie te verzoeken een exploitatieverbod op te leggen aan een vliegtuigexploitant die niet voldoet aan de bepalingen, vermeld in hoofdstuk III, als de naleving van hetgeen bij of krachtens hoofdstuk III bepaald is, niet met andere handhavingsmaatregelen kan worden gegarandeerd.


Art. 8.5.4.

1.

De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete op de hoogte gebracht met een aangetekende brief. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete.

2.

Als de betrokkene het oneens is met de administratieve geldboete, opgelegd conform artikel 8.5.1 of 8.5.2, kan hij, binnen tien kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in paragraaf 1, de ambtenaren die daarvoor aangewezen zijn door de Vlaamse Regering, daarvan op de hoogte brengen met een aangetekende brief. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief.


De betrokkene kan op zijn verzoek de documenten op basis waarvan de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete conform artikel 8.5.1 of 8.5.2 is genomen, inzien en er een kopie van ontvangen.
De betrokkene kan op zijn verzoek zijn verweer met betrekking tot de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete conform artikel 8.5.1 of 8.5.2 mondeling toelichten.


De bevoegde ambtenaren kunnen hun beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als de tegenargumenten gegrond blijken te zijn. In dat geval vindt een nieuwe kennisgeving plaats.

3.

De administratieve geldboete wordt betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing. De ambtenaren die daarvoor aangewezen zijn door de Vlaamse Regering, kunnen uitstel van betaling verlenen voor een door hen bepaalde termijn.

4.

Als de betrokkene in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daarvoor door de Vlaamse Regering is aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of per aangetekende brief. Op het dwangbevel zijn de bepalingen, vermeld in deel V van het Gerechtelijk Wetboek, van toepassing.

5.

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.


Art. 8.5.5. De inkomsten die voortvloeien uit de opbrengst van de administratieve geldboetes, vermeld in dit hoofdstuk, worden rechtstreeks toegewezen aan het klimaatfonds.