Art. 17/2.

§ 1

De volgende personen worden bestraft met een administratieve geldboete van 50 tot 20.000 euro:
zij die zich verzetten tegen de onderzoeken en naspeuringen die krachtens deze wet plaatsvinden, zij die weigeren de informatie te verstrekken die zij krachtens deze wet verplicht zijn aan te leveren of zij die hen opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie geven;
zij die de bepalingen van deze wet of een van de uitvoeringsbesluiten ervan die genomen zijn op basis van de artikelen 16 en 17 overtreden.
In geval van samenloop van inbreuken worden de bedragen van de administratieve boetes bij elkaar opgeteld, zonder dat hun totaal het vierdubbele van het maximum voorzien in het eerste lid kan overschrijden.
De ondernemingen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de geldboetes waartoe hun beheerders, zaakvoerders of mandatarissen voor dergelijke inbreuken veroordeeld worden.

§ 2

Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie wijst de Koning de ambtenaren van de Overheidsdienst Economie, K.MO., Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn om de inbreuken op deze wet en op de besluiten die in uitvoering ervan genomen zijn op te sporen en vast te stellen. Hun processen-verbaal zijn rechtsgeldig tot bewijs van het tegendeel.

§ 3

De daartoe gemachtigde agenten kunnen na inzage van de processen-verbaal waarin een inbreuk op de bepalingen van deze wet zijn vastgesteld en die zijn opgesteld door de agenten bedoeld in § 2, de overtreders voorstellen een som te betalen die bepaald wordt met toepassing van § 1, waardoor de openbare vordering teniet wordt gedaan. De betalings- en inningsmodaliteiten worden door de Koning bepaald.

§ 4

De natuurlijke of rechtspersoon aan wie een administratieve geldboete wordt opgelegd kan binnen de door de Koning bepaalde termijn voor betaling van de geldboete, bij de rechtbank van eerste aanleg van Brussel beroep aantekenen tegen de beslissing om een geldboete op te leggen.
Het beroep wordt ingediend via verzoekschrift op tegenspraak op basis van de artikelen 1034bis en volgens van het Gerechtelijk Wetboek.
Het beroep schorst de uitvoering van de beslissing.
De voorschriften van het eerste boek van het Strafwetboek zijn van toepassing, met inbegrip van Hoofdstuk VII en artikel 85.