Afdeling 2.
Natuurbeheerplannen


Art. 16bis.

§ 1.

Voor een terrein dat beheerd wordt of zal worden ten behoeve van het natuurbehoud kan een natuurbeheerplan worden opgemaakt.


Een natuurbeheerplan bevat:

een beschrijving van de bestaande toestand;
een globaal kader voor de ecologische, de sociale en de economische functie;
de beheerdoelstellingen;
de beheermaatregelen die genomen zullen worden om de beheerdoelstellingen te realiseren;
de wijze waarop de realisatie van de beheerdoelstellingen wordt opgevolgd en geëvalueerd.

 

§ 2.

Voor alle natuurdomeinen stelt het agentschap een natuurbeheerplan op.


Met het oog op de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen stelt de beheerder van een openbaar terrein beheerd ten behoeve van het natuurbehoud, een natuurbeheerplan op.


Een natuurbeheerplan kan opgemaakt worden door de beheerder of een groep van beheerders, met de instemming van de eigenaars.


Art. 16ter.

§ 1.

Bij het opstellen van een natuurbeheerplan, als vermeld in artikel 16bis, worden, afhankelijk van de doelstellingen die gekozen worden voor de realisatie van de ecologische functie, de volgende types terreinen onderscheiden:

type één: behouden van de aanwezige natuurkwaliteit;
type twee: bereiken van een hogere natuurkwaliteit;
type drie: bereiken van de hoogste natuurkwaliteit;
type vier: erkend natuurreservaat.

 

§ 2.

De private terreinen, waarvoor een natuurbeheerplan wordt opgemaakt, die geheel of gedeeltelijk liggen in het VEN of in een speciale beschermingszone in het Vlaamse Gewest, de natuurdomeinen alsook de openbare terreinen waarvoor een natuurbeheerplan wordt opgemaakt, moeten ten minste aan de voorwaarden voor type twee voldoen. In het geval vermeld in artikel 16septies, tweede lid, wordt daarbij maximaal gestreefd om te voldoen aan de voorwaarden voor type drie of type vier. Voor natuurdomeinen die verworven zijn met het oog op de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen voldoet het natuurbeheerplan aan de voorwaarden voor type drie of type vier.


Voor de terreinen die niet vermeld zijn in het eerste lid kiest de beheerder van het terrein die een geïntegreerd beheer ten behoeve van het natuurbehoud wil voeren, uit de vier types, vermeld in het eerste lid. De beheerder kan alleen kiezen voor type drie of type vier als het terrein, in voorkomend geval in samenhang met de ruimtelijke omgeving ervan, voldoende oppervlakte heeft om op duurzame wijze de aanwezige of te ontwikkelen natuurstreefbeelden in stand te houden.


Art. 16quater.

Het beheer van een terrein van type één als vermeld in artikel 16ter, § 1, 1°, wordt gevoerd met het oog op een geïntegreerd beheer ten behoeve van het natuurbehoud, waarbij het behoud van de aanwezige natuurkwaliteit en van het natuurlijk milieu gegarandeerd worden.


Art. 16quinquies.

Het beheer van een terrein van type twee als vermeld in artikel 16ter, § 1, 2°, wordt gevoerd met het oog op het behouden of ontwikkelen van een hogere natuurkwaliteit en van het behouden of verbeteren van het natuurlijk milieu. Het beheer van een dergelijk terrein is gebaseerd op volgende uitgangspunten:

over ten minste een vierde van de oppervlakte van het terrein wordt het realiseren van minstens één natuurstreefbeeld tot doel gesteld;
met het oog op een geïntegreerd beheer ten behoeve van het natuurbehoud worden doelstellingen geformuleerd voor de ecologische, economische en sociale functie in het terrein, waarbij sterk rekening wordt gehouden met de aanwezige en potentiële natuurwaarden, en waarbij de maatregelen ter realisatie van de economische functie en sociale functie het vervullen van de ecologische functie niet mogen bemoeilijken of verhinderen;
de beheerder kan plaatselijk en voor een of meer delen van het terrein de klemtoon op het realiseren van een bepaalde functie leggen, op voorwaarde dat de andere functies voldoende in het volledige terrein aan bod komen.

 


Art. 16sexies.

Het beheer van een terrein van type drie of type vier als vermeld in artikel 16ter, § 1, 3° en 4°, wordt gevoerd met het oog op het behouden of ontwikkelen van de hoogste natuurkwaliteit. Het beheer van een dergelijk terrein is gebaseerd op volgende uitgangspunten:

over de volledige oppervlakte van het terrein wordt het realiseren van minstens één natuurstreefbeeld tot doel gesteld;
er kan bovendien gestreefd worden naar de realisatie van de sociale functie en de economische functie, op voorwaarde dat dit de realisatie van de ecologische functie en van de natuurstreefbeelden niet bemoeilijkt of verhindert.


Om gemotiveerde reden kan in het natuurbeheerplan worden afgeweken van de voorwaarde vermeld in het eerste lid, 1°, voor ten hoogste tien percent van de oppervlakte van het terrein.


Art. 16septies.

De beheerdoelstellingen en -maatregelen in een natuurbeheerplan moeten in voorkomend geval in overeenstemming zijn met:

de instandhoudingsdoelstellingen;
de soortenbeschermingsprogramma’s;
de al vastgestelde natuurrichtplannen;
de managementplannen, vermeld in artikel 48;
de bepalingen van het managementplan Natura 2000.


Indien het natuurbeheerplan betrekking heeft op terreinen die zich bevinden in een speciale beschermingszone in
het Vlaamse Gewest wordt het natuurbeheerplan binnen de zoekzones, vermeld in artikel 50septies, § 4, maximaal
afgestemd op de bepalingen van het managementplan Natura 2000 voor zover het betrekking heeft op:

natuurdomeinen;
openbare terreinen;
terreinen die werden aangekocht of waarop een zakelijk of persoonlijk recht werd verworven, in beide gevallen met financiële tussenkomst van de administratieve overheid in uitvoering van dit decreet.


Naast de maximale afstemming op de bepalingen van het managementplan Natura 2000, als vermeld in het tweede lid, kan het natuurbeheerplan ook het realiseren van natuurstreefbeelden van regionaal belang omvatten.


De Vlaamse Regering stelt de natuurstreefbeelden vast die voor het Vlaamse Gewest van regionaal belang zijn.


De Vlaamse Regering stelt een lijst van de natuurstreefbeelden vast die in aanmerking komen voor terreinen van type twee, type drie en type vier.


De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast om te beoordelen of het terrein van type drie of type vier voldoende oppervlakte heeft om op een duurzame wijze de aanwezige of te ontwikkelen natuurstreefbeelden in stand te houden.


De Vlaamse Regering stelt voor de vier types van terreinen de nadere criteria vast waaraan het beheer, bepaald in een natuurbeheerplan, moet voldoen.

 

Als naast een natuurbeheerplan ook een beheerplan in het kader van het Onroerend-erfgoeddecreet van 12 juli 2013 wordt opgemaakt, worden alle beheerdoelstellingen voor dat terrein in één beheerplan geïntegreerd. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de nadere regels. De bepalingen van dit artikel zijn ook van toepassing op dat geïntegreerde beheerplan.


Art. 16octies.

§ 1.

De procedure voor de goedkeuring van een natuurbeheerplan verloopt als volgt:

in een eerste, verkennend deel wordt de informatie verzameld die nodig is om te bepalen met welk van de vier types terreinen, vermeld in artikel 16ter, § 1, het geplande beheer overeenstemt. Dit eerste deel wordt goedgekeurd door het agentschap;
na de goedkeuring van het eerste deel wordt een ontwerp van een natuurbeheerplan opgemaakt;
een ontwerp van natuurbeheerplan, vermeld in punt 2°, wordt onderworpen aan een consultatie van het publiek als het gaat om terreinen van type twee, type drie of type vier;
een ontwerp van natuurbeheerplan, vermeld in punt 2°, wordt onderworpen aan het advies van door de Vlaamse Regering aan te wijzen instanties. De Vlaamse Regering kan bepalen voor welke types van terreinen advies moet worden verleend;
er wordt een beslissing genomen over het ontwerp van natuurbeheerplan.


De beslissing, vermeld in punt 5° van het eerste lid, gebeurt door de Vlaamse Regering of haar gemachtigde als het ontwerp van natuurbeheerplan betrekking heeft op een natuurdomein. Het agentschap beslist over de goedkeuring van het ontwerp van het natuurbeheerplan van andere terreinen.

 

§ 2.

Er worden evaluatiemomenten voorzien om te bepalen in welke mate de in een natuurbeheerplan vooropgestelde beheerdoelstellingen gerealiseerd worden. Het resultaat van deze evaluatiemomenten kan leiden tot de wijziging van een natuurbeheerplan.

 

§ 3.

Een natuurbeheerplan geldt voor een periode van 24 jaar, tenzij bij de goedkeuring ervan anders is bepaald.

 

§ 4.

Een goedgekeurd natuurbeheerplan wordt bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De goedgekeurde natuurbeheerplannen worden door het agentschap opgenomen in een register en meegedeeld aan de gemeente of gemeenten waarin het terrein geheel of gedeeltelijk ligt.


Art. 16novies.

§ 1.

De goedkeuring van het natuurbeheerplan houdt voor de beheerder van het terrein een verbintenis in tot de uitvoering van de in het natuurbeheerplan opgenomen beheermaatregelen, voor zover de financieringsverbintenis wordt nageleefd.


De goedkeuring van het natuurbeheerplan, ander dan dit van type één, houdt voor het Vlaamse Gewest een verbintenis in tot financiering, binnen de perken van de begroting van de in het natuurbeheerplan opgenomen maatregelen, die voor subsidie in aanmerking komen met toepassing van artikel 16sedecies, § 1, 2°.


Voor zover de realisatie van het in het natuurbeheerplan opgenomen globaal kader en de beheerdoelstellingen niet in het gedrang komt, kan de beheerder afwijken van de beheermaatregelen die het goedgekeurde natuurbeheerplan bevat, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de voorwaarden inzake natuurbeheer die zijn opgenomen in het natuurbeheerplan en de afwijking van de beheermaatregelen geen gevolg heeft buiten het terrein. Afwijkende beheermaatregelen die wel de realisatie van het globaal kader en de beheerdoelstellingen in het gedrang brengen of die gevolgen hebben buiten het terrein, zijn pas mogelijk na een goedgekeurde wijziging van het natuurbeheerplan.


Een goedgekeurd natuurbeheerplan is bindend voor de opeenvolgende beheerders.


De overname van het beheer van een terrein met een goedgekeurd natuurbeheerplan door een nieuwe beheerder wordt binnen een termijn van dertig dagen na de overname door de vorige beheerder aan het agentschap gemeld.

 

§ 2.

De instrumenterend ambtenaar vermeldt in alle akten van verkoop, schenking of verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed, van een inbreng van een onroerend goed in een vennootschap, en ook in alle akten van vestiging of overdracht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal, en in elke andere akte van een eigendomsoverdracht ten bezwarende titel, met uitzondering van huwelijkscontracten en hun wijzigingen, dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen een terrein waarop een goedgekeurd natuurbeheerplan van toepassing is:

de datum waarop het natuurbeheerplan werd goedgekeurd, de duur waarvoor het werd goedgekeurd en de verplichtingen die het meebrengt voor de verwerver van het onroerend goed;
het bestaan van de erfdienstbaarheid, vermeld in artikel 16quater decies, § 2.

 


Art. 16decies.

§ 1.

Als het agentschap vaststelt dat de beheerder van een terrein de beheermaatregelen niet uitvoert of andere beheermaatregelen uitvoert dan wat in het goedgekeurd natuurbeheerplan is opgenomen, en dat doet op zodanige wijze dat de realisatie van de beheerdoelstellingen in het gedrang komt, kan het agentschap beslissen om het natuurbeheerplan op te heffen, na de beheerder gehoord te hebben. Het agentschap kan voorstellen aan de Vlaamse Regering om te beslissen dat het agentschap het beheer van het terrein overneemt gedurende de resterende looptijd van het natuurbeheerplan, voor zover het beheer ervan van belang is voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen en voor zover het beheer van het terrein op voorstel van de beheerder niet kan overgenomen worden door een andere beheerder die aantoont of aangetoond heeft op een deskundige manier aan natuurbeheer te kunnen doen. De beslissing over de overname wordt genomen nadat een advies is gevraagd aan een door de Vlaamse Regering aan te wijzen adviesinstantie.


Bij de beslissing tot opheffing van het natuurbeheerplan of tot overname van het beheer, vermeld in het eerste lid, wordt het verlenen van subsidies stopgezet door het agentschap. De verleende subsidies worden geheel of gedeeltelijk teruggevorderd.

 

§ 2.

De beheerder van een terrein kan het agentschap verzoeken om het natuurbeheerplan op te heffen.


Het agentschap kan het verzoek tot opheffing van een natuurbeheerplan type twee, drie of vier voor een privaat terrein alleen toestaan als uit het gemotiveerd verzoek van de beheerder blijkt dat de opheffing wordt gevraagd omwille van gevallen van overmacht waardoor de beheerder in de onmogelijkheid verkeert om het beheerplan uit te voeren.


Als het verzoek tot opheffing van een natuurbeheerplan type twee, drie of vier betrekking heeft op een openbaar terrein kan het agentschap het verzoek tot opheffing alleen toestaan als uit het gemotiveerd verzoek van de beheerder blijkt dat het verzoek tot opheffing noodzakelijk is voor maatregelen die een maatschappelijk belang dienen.


Het agentschap kan, na de beheerder gehoord te hebben, voorstellen aan de Vlaamse Regering om te beslissen dat het agentschap het beheer van het terrein overneemt gedurende de resterende looptijd van het natuurbeheerplan, voor zover het beheer ervan van belang is voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen en voor zover het beheer van het terrein op voorstel van de beheerder niet kan overgenomen worden door een andere beheerder die aantoont of aangetoond heeft op een deskundige manier aan natuurbeheer te kunnen doen. De beslissing over de overname wordt genomen nadat een advies is gevraagd aan een door de Vlaamse Regering aan te wijzen adviesinstantie.


Bij de beslissing tot opheffing van het natuurbeheerplan of tot overname van het beheer, vermeld in het vierde lid, wordt het verlenen van subsidies stopgezet door het agentschap. De verleende subsidies kunnen geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.

 

§ 3.

De beheerder van het privaat terrein ontvangt vanaf het ogenblik van de overname van het beheer door het agentschap, vermeld in de paragrafen 1 en 2 , een vergoeding van het agentschap die overeenkomt met het kadastraal inkomen van het terrein, aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk als vermeld in artikel 518 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, dat van toepassing is op het ogenblik van de overname van het beheer. De vergoeding wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het in artikel 518 van hetWetboek van de Inkomstenbelasting 1992 bedoelde indexcijfer.

 

§ 4.

In geval van gehele of gedeeltelijke terugvordering van subsidies met toepassing van paragraaf 1 en 2, is de beheerder van het terrein gehouden tot terugbetaling van de subsidie, vermeld in artikel 13bis van het Bosdecreet, voor de resterende duur van de periode waarvoor ze geacht wordt te zijn toegekend.


Art. 16undecies.

§ 1.

Met uitzondering van de beslissing van de Vlaamse Regering over de overname van het beheer, vermeld in artikel 16decies, § 1, eerste lid, en § 2, vierde lid, kan de beheerder van het terrein tegen de beslissingen van het agentschap, vermeld in artikel 16octies, § 1, eerste lid, 1°, en tweede lid, en § 2, artikel 16decies, § 1, eerste en tweede lid, en § 2, vierde en vijfde lid, binnen een vervaltermijn van dertig dagen na kennisgeving van de beslissing, een beroep instellen bij de Vlaamse Regering. Dat beroep is niet schorsend.

 

§ 2.

De beslissing over het beroep, vermeld in paragraaf 1, wordt genomen nadat een advies is gevraagd aan een door de Vlaamse Regering aan te wijzen adviesinstantie.


De adviesinstantie brengt een schriftelijk en gemotiveerd advies uit binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het dossier. Als er binnen die termijn geen advies is verleend, kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.


Art. 16duodecies.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor:

de inhoud van het natuurbeheerplan, vermeld in artikel 16bis, § 1, tweede lid;
de procedure voor de goedkeuring van het natuurbeheerplan, vermeld in artikel 16octies, § 1, inclusief de wijze waarop de consultatie van het publiek plaatsvindt en de aanwijzing van instanties die advies uitbrengen over het natuurbeheerplan;
de procedure voor de wijziging van een natuurbeheerplan en de gevallen waarin tot wijziging van dat plan moet worden overgegaan;
de procedure voor de opheffing van een natuurbeheerplan, de terugbetaling van subsidies en de overname van het beheer door het agentschap, en de nadere regels voor de betaling en de indexering van de vergoeding bij overname van het beheer, vermeld in artikel 16decies, § 3;
de opvolging en evaluatie van de uitvoering van het natuurbeheerplan;
de melding van de overname van het beheer, vermeld in artikel 16novies, § 1, vijfde lid;
de procedure van beroep, vermeld in artikel 16undecies, § 1;
de samenstelling en de werking van de adviesinstantie, vermeld in artikel 16decies, § 1, eerste lid, 16decies, § 2, vierde lid, en 16undecies, § 2, eerste lid. De adviesinstantie moet beschikken over voldoende expertise en onafhankelijkheid.