Art. 16sexies.

Het beheer van een terrein van type drie of type vier als vermeld in artikel 16ter, § 1, 3° en 4°, wordt gevoerd met het oog op het behouden of ontwikkelen van de hoogste natuurkwaliteit. Het beheer van een dergelijk terrein is gebaseerd op volgende uitgangspunten:

over de volledige oppervlakte van het terrein wordt het realiseren van minstens één natuurstreefbeeld tot doel gesteld;
er kan bovendien gestreefd worden naar de realisatie van de sociale functie en de economische functie, op voorwaarde dat dit de realisatie van de ecologische functie en van de natuurstreefbeelden niet bemoeilijkt of verhindert.


Om gemotiveerde reden kan in het natuurbeheerplan worden afgeweken van de voorwaarde vermeld in het eerste lid, 1°, voor ten hoogste tien percent van de oppervlakte van het terrein.