Art. 16decies.

1.

Als het agentschap vaststelt dat de beheerder van een terrein de beheermaatregelen niet uitvoert of andere beheermaatregelen uitvoert dan wat in het goedgekeurd natuurbeheerplan is opgenomen, en dat doet op zodanige wijze dat de realisatie van de beheerdoelstellingen in het gedrang komt, kan het agentschap beslissen om het natuurbeheerplan op te heffen, na de beheerder gehoord te hebben. Het agentschap kan voorstellen aan de Vlaamse Regering om te beslissen dat het agentschap het beheer van het terrein overneemt gedurende de resterende looptijd van het natuurbeheerplan, voor zover het beheer ervan van belang is voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen en voor zover het beheer van het terrein op voorstel van de beheerder niet kan overgenomen worden door een andere beheerder die aantoont of aangetoond heeft op een deskundige manier aan natuurbeheer te kunnen doen. De beslissing over de overname wordt genomen nadat een advies is gevraagd aan een door de Vlaamse Regering aan te wijzen adviesinstantie.


Bij de beslissing tot opheffing van het natuurbeheerplan of tot overname van het beheer, vermeld in het eerste lid, wordt het verlenen van subsidies stopgezet door het agentschap. De verleende subsidies worden geheel of gedeeltelijk teruggevorderd.

2.

De beheerder van een terrein kan het agentschap verzoeken om het natuurbeheerplan op te heffen.


Het agentschap kan het verzoek tot opheffing van een natuurbeheerplan type twee, drie of vier voor een privaat terrein alleen toestaan als uit het gemotiveerd verzoek van de beheerder blijkt dat de opheffing wordt gevraagd omwille van gevallen van overmacht waardoor de beheerder in de onmogelijkheid verkeert om het beheerplan uit te voeren.


Als het verzoek tot opheffing van een natuurbeheerplan type twee, drie of vier betrekking heeft op een openbaar terrein kan het agentschap het verzoek tot opheffing alleen toestaan als uit het gemotiveerd verzoek van de beheerder blijkt dat het verzoek tot opheffing noodzakelijk is voor maatregelen die een maatschappelijk belang dienen.


Het agentschap kan, na de beheerder gehoord te hebben, voorstellen aan de Vlaamse Regering om te beslissen dat het agentschap het beheer van het terrein overneemt gedurende de resterende looptijd van het natuurbeheerplan, voor zover het beheer ervan van belang is voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen en voor zover het beheer van het terrein op voorstel van de beheerder niet kan overgenomen worden door een andere beheerder die aantoont of aangetoond heeft op een deskundige manier aan natuurbeheer te kunnen doen. De beslissing over de overname wordt genomen nadat een advies is gevraagd aan een door de Vlaamse Regering aan te wijzen adviesinstantie.


Bij de beslissing tot opheffing van het natuurbeheerplan of tot overname van het beheer, vermeld in het vierde lid, wordt het verlenen van subsidies stopgezet door het agentschap. De verleende subsidies kunnen geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.

3.

De beheerder van het privaat terrein ontvangt vanaf het ogenblik van de overname van het beheer door het agentschap, vermeld in de paragrafen 1 en 2 , een vergoeding van het agentschap die overeenkomt met het kadastraal inkomen van het terrein, aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk als vermeld in artikel 518 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, dat van toepassing is op het ogenblik van de overname van het beheer. De vergoeding wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het in artikel 518 van hetWetboek van de Inkomstenbelasting 1992 bedoelde indexcijfer.

4.

In geval van gehele of gedeeltelijke terugvordering van subsidies met toepassing van paragraaf 1 en 2, is de beheerder van het terrein gehouden tot terugbetaling van de subsidie, vermeld in artikel 13bis van het Bosdecreet, voor de resterende duur van de periode waarvoor ze geacht wordt te zijn toegekend.