Afdeling 3.
De erkenning als natuurreservaat


Art. 16ter decies.

§ 1.

Een terrein van type vier, als vermeld in artikel 16ter, § 1, 4°, is een terrein van type drie met een goedgekeurd natuurbeheerplan dat tevens erkend is als natuurreservaat.

 

§ 2.

Om erkend te kunnen worden als natuurreservaat moet een terrein aan de volgende voorwaarden voldoen:

het terrein voldoet aan het toetsingskader voor de Vlaamse natuurreservaten. Het terrein moet zich kunnen ontwikkelen om een belangrijke bijdrage te leveren op een van de volgende vlakken:
  a) op het vlak van de habitats, populaties van inheemse dier- en plantensoorten en ecosystemen;
  b) op het vlak van mozaļeklandschappen en onbeheerde climaxvegetaties, waarbij natuurlijke processen een sturende rol spelen;
  c) op het vlak van het natuurlijk milieu met hoge natuurkwaliteit en hoge biodiversiteit;
de schaal van het terrein is voldoende ruim voor het duurzaam voeren van een gepast natuurbeheer voor de realisatie van de beoogde natuurstreefbeelden en voor de instand-houding van populaties of deelpopulaties van de soorten die kenmerkend zijn voor de beoogde natuurstreefbeelden.

 

§ 3.

In de agrarische gebieden en de landschappelijk waardevolle agrarische gebieden, gelegen buiten de gebieden afgebakend in uitvoering van internationale overeenkomsten of verdragen betreffende het natuurbehoud of van akten betreffende het natuurbehoud, met inbegrip van Europese richtlijnen, vastgesteld op grond van internationale verdragen, kunnen terreinen erkend worden als natuurreservaat (type vier) als ze aan de volgende criteria voldoen:

ofwel zijn het gronden die een actuele hoge natuurwaarde hebben en weinig geschikt zijn voor normaal landbouwgebruik in de betrokken landbouwstreek en waarvan de erkenning de agrarische structuur niet aantast;
ofwel zijn het gebieden met een hoge actuele of potentiėle natuurwaarde en lage landbouwwaarde die in het kader van een goedgekeurd ruilverkavelingsplan of een goedgekeurd richtplan van een landinrichtingsproject hiertoe zijn aangewezen en waarvan de erkenning de agrarische structuur niet aantast.

 

§ 4.

In de valleigebieden, de brongebieden, de agrarische gebieden met ecologisch belang of agrarische gebieden met bijzondere waarde buiten het VEN en buiten de gebieden afgebakend in uitvoering van internationale overeenkomsten of verdragen betreffende het natuurbehoud of van akten betreffende het natuurbehoud, met inbegrip van Europese richtlijnen, vastgesteld op grond van internationale verdragen, kan de Vlaamse Regering specifieke criteria voor erkenning vaststellen.

 

§ 5.

De criteria vermeld in de paragrafen 3 en 4 zijn ook van toepassing voor de subsidie zoals vermeld in artikel 16sedecies, § 1, 3°.


Art. 16quater decies.

§ 1.

De procedure voor de erkenning van een natuurreservaat heeft de volgende kenmerken:

een aanvraag voor de erkenning als natuurreservaat wordt ingediend door de beheerder van het terrein, met instemming van de eigenaar;
een aanvraag voor de erkenning als natuurreservaat kan tegelijk gebeuren met de aanvraag voor de goedkeuring van een natuurbeheerplan voor een terrein van type drie, vermeld in artikel 16octies, § 1;
een aanvraag voor de erkenning als natuurreservaat wordt onderworpen aan een advies van het agentschap om na te gaan of wordt voldaan aan de voorwaarden als vermeld in artikel 16ter decies.

 

De Vlaamse Regering of haar gemachtigde beslist over de aanvragen van de erkenning als natuurreservaat, vermeld in het eerste lid.

 

De erkenning als natuurreservaat wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

 

§ 2.

De erkenning als natuurreservaat vestigt een erfdienstbaarheid tot algemeen nut op het terrein, meer bepaald een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van duurzaam gebruik en langdurig beheer van het terrein als natuurreservaat.

 

§ 3.

De Vlaamse Regering of haar gemachtigde kan, na de beheerder gehoord te hebben, de erkenning als natuurreservaat van een terrein opheffen vanaf het ogenblik dat niet meer aan de voorwaarden van erkenning wordt voldaan. De opheffing van het natuurbeheerplan van een als natuurreservaat erkend terrein houdt van rechtswege de opheffing van de erkenning als natuurreservaat in. In dat geval kan de Vlaamse Regering of haar gemachtigde, na de beheerder gehoord te hebben, beslissen om de verleende subsidies geheel of gedeeltelijk terug te vorderen.


De opheffing van de erkenning als natuurreservaat wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.


Art. 16quindecies.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de procedure van de erkenning als natuurreservaat, van de wijziging en de opheffing ervan.


De Vlaamse Regering stelt ook het toetsingskader vermeld in artikel 16ter decies, § 2, vast waaraan een terrein moet voldoen om erkend te kunnen worden als natuurreservaat.