Art. 50octies.

§ 1.

Het managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, de planversies, worden voorlopig vastgesteld door de Vlaamse Regering of haar gemachtigde. Als in het plan of een bepaalde planversie dwingende acties als vermeld in paragraaf 5, tweede lid, voorkomen, wordt het plan of de planversie in kwestie in ieder geval voorlopig vastgesteld door de Vlaamse Regering.

 

§ 2.

Het agentschap staat in voor de voorbereiding van het managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, de planversies.

 

§ 3.

Het agentschap organiseert na de voorlopige vaststelling van elk managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, elke planversie, een openbaar onderzoek over het voorlopig vastgestelde managementplan Natura 2000 of de planversie, in de gevallen en volgens de regels zoals bepaald in artikel 50decies/1.

 

§ 4.

Het agentschap is belast met de coördinatie van de uitvoering van het definitief vastgestelde managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, de planversies.
 

Het agentschap kan daarbij in overleg met de gewestelijke overleginstantie een beroep doen op de actoren, vermeld in artikel 50ter, § 3, 3°, b), die een bijdrage leveren tot de coördinatie.

 

§ 5.

Het definitief vastgestelde managementplan Natura 2000 of, in voorkomend geval, de planversies, worden door het agentschap ten minste om de twee jaar tussentijds getoetst in het licht van de realisatiegraad van de taakstelling, vermeld in artikel 50septies, § 3.

 

Als uit die tussentijdse toetsing blijkt dat het bindend gedeelte, vermeld in artikel 50septies, § 3, tweede lid, niet of vermoedelijk niet kan worden gerealiseerd tijdens de plancyclus in kwestie, wordt de realisatie ervan bewerkstelligd via dwingende acties.

 

De dwingende acties, vermeld in het tweede lid, kunnen voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie instandhoudingsmaatregelen bevatten.

 

Het agentschap draagt er zorg voor dat de adressant van de maatregel met een aangetekende brief op de hoogte wordt gebracht van de maatregel en, in voorkomend geval, van de termijn waarbinnen die moet worden uitgevoerd.

 

§ 6.

Het definitief vastgestelde plan wordt ten minste om de zes jaar geëvalueerd op basis van de realisatiegraad van de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszone of -zones in kwestie en het Vlaams Natura 2000-programma.

 

Met inachtneming van deze evaluatie, vermeld in het eerste lid, wordt aansluitend een nieuw plan voor de volgende cyclus van zes jaar of voor een fase ervan vastgesteld volgens de regels bepaald in artikel 50septies tot en met 50decies. Het bestaande plan of, in voorkomend geval de planversie, blijft in ieder geval van kracht tot het nieuwe plan of planversie definitief is vastgesteld conform artikel 50decies/1, § 6, tweede lid.

 

§ 7.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de onderlinge afstemming of procedurele integratie van het managementplan Natura 2000, het natuurinrichtingsproject, vermeld in artikel 47, en het landinrichtingsplan en in artikel 3.3.1 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting.