Art. 31.

Artikel 6.2.2 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt :


“Art. 6.2.2. De hierna volgende handelingen en omissies worden stedenbouwkundige inbreuken genoemd, en worden bestraft met een exclusieve bestuurlijke geldboete van maximaal 50.000 euro :

 

de instandhouding van de illegale gevolgen van de misdrijven, vermeld in artikel 6.2.1, eerste lid, voor zover die gevolgen zich situeren in kwetsbaar gebied;
het schenden van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.3.6, § 2, tweede en vierde lid, en artikel 6.4.9, § 2, tweede en vierde lid;
het uitvoeren [...] van de handelingen, vermeld in artikel 4.2.2 en 4.2.5, eerste lid, 3°, die voorafgaan aan de betekening van de meldingsakte, vermeld in artikel 6, tweede lid van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
het schenden van de informatieplicht, vermeld in artikel 5.2.1 tot en met 5.2.6;
het uitvoeren [...] van handelingen zonder de controle van een architect als die controle verplicht is met toepassing van artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect en de uitvoeringsbesluiten ervan;
het uitvoeren [...] van de handelingen, vermeld in artikel 4.4.1, § 3, tweede lid, in strijd met bijzondere plannen van aanleg, gemeentelijke uitvoeringsplannen en verkavelingsvergunningen of omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden, voor zover die plannen of vergunningen, of de relevante delen ervan niet zijn opgenomen in een door de gemeenteraad vastgestelde lijst als vermeld in het voormelde artikel;
het als eigenaar toestaan of aanvaarden dat de inbreuken, vermeld in punt 1°, 3°, 5° en 6°, worden gepleegd [...].