Art. 34.

In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 juli 2013, wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 33, een artikel 6.2.3 toegevoegd, dat luidt als volgt :


“Art. 6.2.3. § 1. Als verbalisanten ruimtelijke ordening vaststellen dat een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf dreigt te worden gepleegd, kunnen ze alle raadgevingen geven die ze nuttig achten om dat te voorkomen.


[...]


§ 2. Als de verbalisanten ruimtelijke ordening bij de uitoefening van hun respectieve opdrachten een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf vaststellen, kunnen ze de vermoedelijke overtreder en eventuele andere betrokkenen ertoe aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om de inbreuk of het misdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen.


Als de adressant van de aanmaning, in voorkomend geval na rappel, nalaat om de gevraagde maatregelen te nemen binnen het daarvoor bepaalde tijdsbestek, geldt een aangifteplicht van het misdrijf of de inbreuk bij de gemeentelijke en gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur en bij de burgemeester.


De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen ter uitvoering van deze onderafdeling.”.