Art. 59.

In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 juli 2013, wordt aan afdeling 1, ingevoegd bij artikel 54, een artikel 6.3.5 toegevoegd, dat luidt als volgt :


“Art. 6.3.5. § 1. Met betrekking tot definitieve rechterlijke herstelmaatregelen waarvan de uitvoeringstermijn al meer dan vijf jaar overschreden is, kan de bevoegde overheid die de titel heeft doen betekenen met bevel tot uitvoeren, een nieuwe uitvoeringstermijn als vermeld in artikel 6.3.1, § 4, verlenen in de vorm van een dading met de veroordeelden, hun rechtsopvolgers en de rechthebbenden van het onroerend goed waarop de herstelmaatregel rust.


Een nieuwe uitvoeringstermijn impliceert nooit het recht om te handelen in strijd met de bepalingen van dit decreet. Gedurende de nieuwe uitvoeringstermijn blijft de verjaring van het recht op uitvoeren van de definitieve rechterlijke herstelmaatregel geschorst.


§ 2. Die dading is maar mogelijk onder de volgende voorwaarden :

de vaststelling van een nieuwe uitvoeringstermijn staat de tenuitvoerlegging van de herstelmaatregel niet definitief in de weg;
alle personen met een zakelijk recht op het onroerend goed verbinden zich door de dading;
de nieuwe uitvoeringstermijn is niet langer dan vijftien jaar, en verstrijkt van rechtswege zodra het gebruik van het onroerend goed in kwestie wordt stopgezet door alle in de dading geīdentificeerde actuele gebruikers;
de dading bevat een betalingsplan voor de opeisbare dwangsomschuld, onverminderd de toepassing van de bevoegdheid, vermeld in artikel 6.3.4, § 4 en § 5;
het bestuur die de vordering heeft gedaan waarop de rechterlijke herstelmaatregel werd bevolen, gaat akkoord met het sluiten van de dading.


§ 3. De dading wordt binnen een termijn van twee maanden gekantmeld op de overschrijving van de dagvaarding, vermeld in artikel 6.3.1, § 6, of artikel 6.3.3, § 2.


§ 4. De vaststelling bij proces-verbaal dat het in de dading begrepen afbetalingsplan voor opeisbare dwangsomschuld niet werd nageleefd, heeft van rechtswege de ontbinding van de dading tot gevolg.


§ 5. Alle belanghebbenden kunnen verzet aantekenen tegen het verlenen van een nieuwe uitvoeringstermijn bij de rechter die de herstelmaatregel heeft opgelegd. Dat gebeurt door dagvaarding van de overheid die de dading heeft afgesloten.


De rechter kan de uitvoeringstermijn opheffen of verminderen als dat nodig blijkt voor de vrijwaring van de belangen van de partij die verzet aantekent.”.