Art. 65.

In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 juli 2013, wordt aan onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 62, een artikel 6.3.9 toegevoegd, dat luidt als volgt :


“Art. 6.3.9. 1. De voorzitter en de overige leden worden door de Vlaamse Regering aangewezen voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar. Ze blijven in functie tot in hun vervanging is voorzien.


2. Het mandaat van lid van de hoge raad is onverenigbaar met het lidmaatschap van een wetgevende vergadering, een provincieraad, een gemeenteraad, een districtsraad of een raad van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.


3. Als een mandaat in de hoge raad om welke reden ook vacant verklaard wordt, wordt overgegaan tot de vervanging van het lid voor de verdere duur van het mandaat.


4. De Vlaamse Regering kan aan de hoge raad tijdelijke leden toevoegen om aan uitzonderlijke omstandigheden het hoofd te bieden. De tijdelijke leden voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6.3.8, 1, tweede of derde lid, in voorkomend geval verfijnd door de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 6.3.8, 2.


Behalve in geval van verlenging eindigt de opdracht van de tijdelijke leden als de termijn waarvoor ze zijn aangewezen, verstreken is. Voor zaken waarover de debatten aan de gang zijn of die in beraad zijn, blijft de opdracht evenwel geldig tot aan de beslissing van de hoge raad.


5. De leden van de hoge raad ontvangen ten laste van het Vlaamse Gewest een vergoeding, presentiegelden en reis- en verblijfskosten, waarvan het bedrag of de berekeningswijze wordt vastgelegd door de Vlaamse Regering.”.