Art. 111.

Artikel 7.7.1 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt :


“Art. 7.7.1. De strafrechter kan de herstelvordering die regelmatig bij hem aanhangig is gemaakt en die gegrond is op instandhouding, nog steeds inwilligen als de beklaagde hieraan schuldig wordt bevonden en deze instandhouding op het ogenblik van de uitspraak een stedenbouwkundige inbreuk uitmaakt als vermeld in artikel 6.2.2, 1.


Hetzelfde geldt voor de herstelvordering die gegrond is op het toestaan of aanvaarden door de eigenaar van feiten van instandhouding als vermeld in het eerste lid.


Een herstelvordering die door de stedenbouwkundige inspecteur is ingesteld op grond van instandhouding van handelingen kan vanaf 1 september 2009 niet langer worden ingewilligd als die instandhouding op het ogenblik van de uitspraak geen stedenbouwkundig misdrijf of stedenbouwkundige inbreuk meer uitmaakt.”.