Art. 112.

Artikel 7.7.2 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt :


“Art. 7.7.2. Als het recht van de stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester om een herstelvordering in te stellen ontstaan is vr 1 september 2009, beginnen de termijnen voor herstelvorderingen bij stedenbouwkundige misdrijven, vermeld in artikel 6.3.3, 3, pas te lopen vanaf die datum. De totale duur van de verjaringstermijn mag evenwel niet meer bedragen dan de termijnen, vermeld in artikel 2262bis, 1, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek.


Het eerste lid verhindert de toepassing van artikel 26 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering niet.


Als de herstelvordering bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing verjaard is verklaard voor de datum van 1 september 2009, vermeld in het eerste lid, kan de inwerkingtreding van het decreet van 27 maart 2009 tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid niet tot gevolg hebben dat een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen.

Als het recht om een herstelvordering in te stellen is ontstaan vr de inwerkingtreding van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning en op die datum niet of verjaard is of verjaard verklaard is bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing, beginnen de verjaringstermijnen voor herstelvorderingen bij stedenbouwkundige inbreuken, vermeld in artikel 6.3.3, 3, te lopen vanaf de inwerkingtreding van artikel 31 van het voormelde decreet, ongeacht wanneer de eerste strafbare handeling of omissie, al dan niet deel uitmakend van feiten die door eenheid van opzet zijn verbonden, is gesteld. De totale duur van de verjaringstermijn mag evenwel niet meer bedragen dan tien jaar in ruimtelijk kwetsbaar gebied en open ruimtegebied en vijf jaar in alle andere gebieden als het tot inbreuk verworden misdrijf is beindigd vr de inwerkingtreding van dat artikel 31.”.