Hoofdstuk 3.
Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid


Art. 117. In titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2013, worden de woorden “Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving” telkens vervangen door de woorden “Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu”.

Art. 118.

Aan artikel 16.1.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, en gewijzigd bij de decreten van 12 december 2008, 30 april 2009, 8 mei 2009, 23 december 2010, 23 december 2011 en 8 februari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

aan het eerste lid wordt een punt 19°ter toegevoegd, dat luidt als volgt : “19°ter : het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning voor zover het projecten betreft bedoeld in artikel 5, 1°, c, en 2°, b.”;
er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :

“Hoofdstuk II en hoofdstuk IV, afdeling III en V, van deze titel zijn van toepassing op titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.”.


Art. 119. Artikel 16.2.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :
“Art. 16.2.1. De Vlaamse Regering is belast met de coördinatie en de inhoudelijke invulling van het handhavingsbeleid inzake milieu en ruimtelijke ordening.”.

Art. 120. Artikel 16.2.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :
“Art. 16.2.2. Ter ondersteuning van het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering wordt een gewestelijke raad voor de handhaving van de milieuwetgeving en de handhaving van de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening opgericht, hierna de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu te noemen.”.

Art. 121.

Artikel 16.2.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :


“Art. 16.2.3. Met het oog op een doelmatige handhaving van de milieuwetgeving en de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 pleegt de Vlaamse Regering, daarin bijgestaan door de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, systematisch overleg met de daarvoor bevoegde overheden.

 

De op basis van dat overleg gemaakte afspraken worden in protocollen vastgelegd.


De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de protocollen worden vastgelegd.”.


Art. 122.

Artikel 16.2.5 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :


“Art. 16.2.5. Jaarlijks stelt de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu een handhavingsrapport op.


Alle overheden die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest en die belast zijn met de handhaving van het milieurecht stellen, hetzij op eenvoudige vraag van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, hetzij uit eigen beweging, alle informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de opstelling van het handhavingsrapport, ter beschikking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.


De Vlaamse Regering zal de overheden die belast zijn met de handhaving van het milieurecht en waarvoor het Vlaamse Gewest niet bevoegd is, uitnodigen om de informatie waarover ze beschikken en die ook van nut kan zijn voor de opstelling van het handhavingsrapport, vrijwillig ter beschikking te stellen van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.


Het handhavingsrapport omvat minstens de volgende onderdelen :

een algemene evaluatie van het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde gewestelijke handhavingsbeleid;
een specifieke evaluatie van de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten;
een overzicht van de gevallen waarin, binnen de gestelde termijn, geen uitspraak werd gedaan over de beroepen tegen besluiten houdende bestuurlijke maatregelen;
een evaluatie van de beslissingspraktijk van de parketten inzake het al dan niet strafrechtelijk behandelen van een vastgesteld misdrijf inzake milieu;
een overzicht en vergelijking van het door de gemeenten en provincies gevoerde handhavingsbeleid inzake milieu;
een inventaris van de inzichten die tijdens de handhaving werden opgedaan en die kunnen worden aangewend voor de verbetering van de milieuregelgeving, beleidsvisies en beleidsuitvoering;
aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het handhavingsbeleid inzake milieu.

 

Het handhavingsrapport van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu kan naast de rapportering over de milieuhandhaving ook rapportering over de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevatten. Alle overheden die deel uitmaken van het Vlaamse Gewest en die belast zijn met de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, stellen daarvoor, hetzij op eenvoudige vraag van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, hetzij uit eigen beweging, alle informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de opstelling van het handhavingsrapport, ter beschikking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu. De rapportering over de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omvat minstens de onderdelen opgesomd in het vorige lid.


De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu deelt het handhavingsrapport mee aan de Vlaamse Regering. Die bezorgt het handhavingsrapport aan het Vlaams Parlement, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, de provincies en de gemeenten.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opstelling en de verspreiding van het handhavingsrapport.”.


Art. 123.

Artikel 16.2.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :


“Art. 16.2.6. De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu stelt de krachtlijnen en de prioriteiten van het beleid inzake de handhaving van de milieuwetgeving voor. Hij doet dat op eigen initiatief of op verzoek van het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering.


De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu kan op eigen initiatief of op verzoek van het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering voorstellen en adviezen formuleren in het kader van het handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening en ten aanzien van het gewestelijk handhavingsprogramma ruimtelijke ordening zoals bedoeld in artikel 6.1.3, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.”.


Art. 124.

Artikel 16.2.7 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :


“Art. 16.2.7. § 1. De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu telt dertien leden, alsook een vaste secretaris. De Vlaamse Regering benoemt de leden na voordracht, en de voorzitter, de ondervoorzitter en de vaste secretaris onder de personen die deskundig zijn op het vlak van de handhaving van het milieurecht of op het vlak van de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.


§ 2. De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu wordt als volgt samengesteld :

een voorzitter;
een ondervoorzitter, deskundig op het vlak van de handhaving van de milieuwetgeving;
een ondervoorzitter, deskundig op het vlak van de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
zes leden op voordracht van de beleidsraad van het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie;
twee leden op voordracht van de beleidsraad van het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed;
een lid op voordracht van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;
een lid op voordracht van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed;
een lid op voordracht van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
een lid op voordracht van de Vereniging van de Vlaamse Provincies;
10° een lid op voordracht van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.

 

Voor de leden, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 10°, wordt telkens een plaatsvervanger aangewezen.


De leden, vermeld in 4° tot en met 10°, worden voorgedragen op een dubbeltal dat in een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen voorziet.


Een lid mag geen verkozen politiek mandaat uitoefenen.


De samenstelling, vermeld in het eerste lid, kan verder worden uitgebreid met :

een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van het college van procureurs-generaal, ter vertegenwoordiging van de parketten-generaal bij de hoven van beroep;
een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van het college van procureurs-generaal, ter vertegenwoordiging van de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg;
een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van de bevoegde minister van Binnenlandse Zaken, ter vertegenwoordiging van de federale politie;
een vertegenwoordiger, aangewezen op voordracht van de bevoegde minister van Binnenlandse Zaken, ter vertegenwoordiging van de lokale politie.


Voor de leden, vermeld in het vijfde lid, wordt ook telkens een plaatsvervanger aangewezen.


Het niet aanwijzen van de vertegenwoordigers, vermeld in het vijfde lid, heeft geen gevolgen, noch voor de werking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, noch voor de geldigheid van de handelingen die de raad stelt.


§ 3. De leden van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu worden benoemd voor vijf jaar. Hun benoeming is hernieuwbaar. Een lid van wie het mandaat vacant verklaard wordt, wordt binnen drie maanden vervangen.”.


Art. 125.

Artikel 16.2.9 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :


“Art. 16.2.9. De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu stelt zijn huishoudelijk reglement op, dat minstens het volgende regelt :

de bevoegdheden van de voorzitter en de ondervoorzitters;
de wijze van bijeenroeping en beraadslaging;
de frequentie van de vergaderingen;
de voorwaarden waaronder de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu een beroep kan doen op externe deskundigen of op permanente of tijdelijke werkgroepen.


Het huishoudelijk reglement en de wijzigingen ervan worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.”.


Art. 126. [...]

Art. 127.

In artikel 16.3.23 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :


“De Vlaamse Regering kan de vorm van het verslag van vaststelling bepalen, alsook welke andere overheden geďnformeerd kunnen worden over de vastgestelde milieu-inbreuken, vermeld in het eerste lid, en de wijze waarop dat moet gebeuren.”.


Art. 128.

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2013, wordt een artikel 16.3.23bis ingevoegd, dat luidt als volgt :


“Art. 16.3.23bis. De door het college van burgemeester en schepenen aangewezen personeelsleden, vermeld in artikel 6.2.5/1, § 1, eerste lid, 3° en 4°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, die bevoegd zijn om misdrijven als vermeld in titel VI van de voormelde codex op te sporen en vast te stellen in een proces-verbaal, kunnen milieu-inbreuken die een schending uitmaken van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en van titel V van dit decreet vaststellen in een verslag van vaststelling.


Een afschrift van het verslag van vaststelling wordt bezorgd aan de gewestelijke overheden, belast met de handhaving van de inbreuken. De Vlaamse Regering kan nader bepalen welke van deze gewestelijke overheden een afschrift ontvangt.”.


Art. 129.

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2013, wordt een artikel 16.3.24bis ingevoegd, dat luidt als volgt :


“Art. 16.3.24bis. De door het college van burgemeester en schepenen aangewezen personeelsleden, vermeld in artikel 6.2.5/1, § 1, eerste lid, 3° en 4°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, die bevoegd zijn om misdrijven als vermeld in titel VI van de voormelde codex op te sporen en vast te stellen in een proces-verbaal, kunnen ook milieumisdrijven die een schending uitmaken van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en van titel V van dit decreet vaststellen in een proces-verbaal.


Een afschrift van het proces-verbaal wordt bezorgd aan de gewestelijke overheden, belast met de handhaving van de misdrijven. De Vlaamse Regering kan nader bepalen welke van deze gewestelijke overheden een afschrift ontvangt.”.


Art. 130.

Aan artikel 16.3.25 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :


“De vaststelling van milieumisdrijven door de personeelsleden, vermeld in artikel 16.3.24bis, geldt niet tot bewijs van het tegendeel.”.


Art. 131.

In titel XVI, hoofdstuk IV, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt het opschrift van afdeling III vervangen door wat volgt :

 

“Afdeling III. — Het handhavingscollege”


Art. 132. [...]

Art. 133. In artikel 16.4.23 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt het woord “Milieuhandhavingscollege” vervangen door het woord “handhavingscollege”.

Art. 134. In artikel 16.4.39 en 16.4.44 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en vervangen bij het decreet van 23 december 2010, wordt het woord “Milieuhandhavingscollege” telkens vervangen door het woord “handhavingscollege”.

Art. 135. [...]

Art. 136. Artikel 16.4.28 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij de decreten van 20 april 2012 en 25 april 2014, wordt opgeheven.

Art. 137. [...]

Art. 138. In artikel 16.5.1, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en vervangen bij het decreet van 23 december 2010, wordt tussen de woorden “bestuurlijke geldboeten” en de zinsnede “en, in voorkomend geval” de zinsnede “, vermeld artikel 44 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, en titel XVI, hoofdstuk IV, afdeling IV” ingevoegd.

Art. 139. In artikel 16.6.1, § 2, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2010, wordt het woord “Milieuhandhavingscollege” vervangen door het woord “handhavingscollege”.

Art. 140. In artikel 16.6.2, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden de woorden “45,5 euro” vervangen door de woorden “58 euro”.

Art. 141. In artikel 16.6.3, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden de woorden “45,5 euro” vervangen door de woorden “58 euro”.

Art. 142.

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2013, wordt het opschrift van bijlage V vervangen door wat volgt :


“Bijlage V. — Salarisschaal van de bestuursrechters van het handhavingscollege”