Afdeling 1.
Toepassingsgebied en definities


Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2.

In dit decreet wordt verstaan onder:

betrokken publiek: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon alsook elke vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid die gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van of belanghebbende is bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden waarbij niet-gouvernementele organisaties die zich voor milieubescherming inzetten, geacht worden belanghebbende te zijn;
beveiligde zending: een van de hiernavolgende betekeningswijzen:
  a) een aangetekend schrijven;
  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
DABM: het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
definitieve beslissing: een beslissing waartegen geen georganiseerd administratief beroep meer kan worden ingesteld en die, wat betreft het recht tot voortzetting van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit als vermeld in artikel 70, § 1, tweede lid, en artikel 390, § 6, niet voor een eerste maal geheel of gedeeltelijk vernietigd is door de Raad van Vergunningsbetwistingen en voor zover de beslissingen in eerste en tweede administratieve aanleg de verdere uitbating toelieten. Het recht op verdere exploitatie stopt definitief wanneer de Raad van Vergunningsbetwistingen de schorsing van de vergunning uitspreekt of na een termijn van maximum vijf maand na de eerste uitspraak van de Raad van Vergunningsbetwistingen;
gemeentelijke projecten: de door de Vlaamse Regering limitatief aangewezen projecten waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is om in eerste administratieve aanleg een beslissing te nemen;
meldingsakte: het document waaruit blijkt dat de bevoegde overheid akte heeft genomen van een melding;
omgevingsvergunning: de schriftelijke beslissing van de vergunningverlenende overheid houdende toelating voor een vergunningsplichtig project;
project : het geheel van volgende elementen of minstens één ervan die onderworpen zijn aan de vergunnings- of meldingsplicht, vermeld in artikel 5 :
  a) stedenbouwkundige handelingen;
  b) de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten;
  c) kleinhandelsactiviteiten;
  d) het wijzigen van de vegetatie;
  dan wel het verkavelen van gronden;
provinciale projecten: de door de Vlaamse Regering limitatief aangewezen projecten waarvoor de deputatie bevoegd is om in eerste administratieve aanleg een beslissing te nemen;
10° VCRO: de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
11° Vlaamse projecten: de door de Vlaamse Regering limitatief aangewezen projecten waarvoor de Vlaamse Regering bevoegd is om in eerste administratieve aanleg een beslissing te nemen.


Tenzij bij dit decreet een andersluidende definitie is bepaald, zijn de volgende definities van toepassing in dit decreet :

de definities, vermeld in artikel 1.1.2 en 4.1.1 van de VCRO;
de definities, vermeld in artikel 5.1.1 en 5.1.2 van het DABM;
de definities, vermeld in artikel 2 van het decreet van 15 juli betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid.
de definities, vermeld in artikel 2 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Art. 3.

Dit decreet beoogt een efficiënte, doelgerichte en geïntegreerde vergunningverlening die bijdraagt tot de doelstellingen, vermeld in :

artikel 1.1.4 van de VCRO;
artikel 5.1.3 van het DABM;
artikel 4 van het decreet van 15 juli betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid.
artikel 6 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.


Dit decreet doet geen afbreuk aan de inhoudelijke verplichtingen die zijn vastgesteld bij of krachtens :

titel IV van de VCRO;
titel V van het DABM;
het decreet van 15 juli betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid.
het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.


Voor projecten die onder de toepassing vallen van een Europese verordening gelden de bepalingen van dit decreet in de mate dat zij een aanvulling vormen op de bepalingen van de toepasselijke verordening.


Art. 4.

Binnen de perken van de begroting verleent de Vlaamse Regering subsidies aan lokale besturen voor de meerkosten die verband houden met de voorbereiding, organisatie en uitvoering van dit decreet.


Deze subsidies kunnen aangewend worden voor bijkomende investeringen en voor personeels- en werkingskosten voor de behandeling en de evaluatie van de omgevingsvergunningen.


De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de toepassing van dit artikel.


Art. 5.

Dit decreet is van toepassing op projecten die zijn onderworpen aan:

de vergunningsplicht, namelijk voor:
  a) het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen als vermeld in artikel 4.2.1 van de VCRO;
  b) het verkavelen van gronden als vermeld in artikel 4.2.15 van de VCRO;
  c) de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of tweede klasse als vermeld in artikel 5.2.1 van het DABM;
  d) vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten als vermeld in artikel 11 van het decreet van 15 juli betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid;
  e) vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
de meldingsplicht, namelijk voor:
  a) het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen als vermeld in artikel 4.2.2 en artikel 4.2.4 van de VCRO;
  b) de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse als vermeld in artikel 5.2.1 van het DABM.