Art. 9.

§ 1.

Iedere gemeente wijst bij gemeenteraadsbeslissing minimaal één gemeentelijke omgevingsambtenaar aan. De gemeente kan daarvoor een beroep doen op eigen personeel of op personeel van een intergemeentelijk samenwerkingsverband.


De gemeente zorgt ervoor dat de aangestelde ambtenaar of ambtenaren gezamenlijk voldoende kennis van zowel de ruimtelijke ordening als het milieu in zich verenigen. De Vlaamse Regering kan de kwaliteitseisen vastleggen waaruit deze kennis blijkt.

 

§ 2.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar oefent de taken, vermeld in dit decreet, onafhankelijk en neutraal uit. Hij mag geen nadeel ondervinden van de uitoefening hiervan.

 

§ 3.

Als er geen gemeentelijke omgevingsambtenaar binnen de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband beschikbaar is, oefent de gemeentesecretaris voor een periode van maximum 12 maanden de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar uit of wijst hij een waarnemende gemeentelijke omgevingsambtenaar aan die de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar uitoefent.

 

§ 4.

Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering financiële of andere ondersteuning verlenen aan de gemeenten voor de opleiding en loonkosten van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.