Art. 2.
In dit decreet wordt verstaan onder:
alternatievenonderzoeksnota: de nota, opgemaakt bij de start van de onderzoeksfase, ter beschrijving van de doelstellingen en de geografische werkingssfeer van het complexe project, van de op strategisch niveau redelijkerwijs te onderzoeken alternatieven en van de wijze waarop de effecten van de redelijke alternatieven zullen worden onderzocht en beoordeeld;
beleidsplan: een door de Vlaamse Regering, de provincieraad, de deputatie, de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd of aangenomen plan over het te voeren beleid inzake de ruimtelijke ordening, het leefmilieu, de mobiliteit of andere beleidssectoren die relevant zijn bij de beoordeling van een complex project;
beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
a)
een aangetekend schrijven;
b)
een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c)
elke andere betekeningswijze die toegelaten is door de Vlaamse Regering, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
bevoegde overheid: de overheid die als enige bevoegd is voor het nemen van het voorkeursbesluit of projectbesluit over een complex project;
complex project: een project van groot maatschappelijk en ruimtelijk-strategisch belang dat vraagt om een geďntegreerd vergunningen- en ruimtelijk planproces;
dienst bevoegd voor milieueffectrapportage: de door de Vlaamse Regering aangewezen dienst bevoegd voor milieueffectrapportage;
MER: een milieurapport waarin de te verwachten gevolgen voor mens en milieu van een voorgenomen complex project en van de redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven in hun onderlinge samenhang op een systematische en wetenschappelijk verantwoorde wijze worden geanalyseerd en geëvalueerd, en waarin aangegeven wordt op welke wijze de aanzienlijke milieueffecten vermeden, beperkt, verholpen of gecompenseerd kunnen worden;
onderzoeksfase: de fase waarin een initiatief tot complex project in het licht van het te nemen voorkeursbesluit op zijn effecten wordt onderzocht;
procesverantwoordelijke: de door de bevoegde overheid aangewezen verantwoordelijke voor de formele processtappen tijdens de verkennings-, onderzoeks-, uitwerkings- of uitvoeringsfase van het complexe project;
10°
projectbesluit: het eindbesluit van de bevoegde overheid over een complex project, genomen bij de afronding van de uitwerkingsfase en houdende vaststelling van een op uitvoeringsniveau gekozen alternatief;
11°
projectonderzoeksnota: de nota, opgemaakt bij de start van de uitwerkingsfase, ter beschrijving van het complexe project en de in het voorkeursbesluit opgenomen flankerende maatregelen, van de op uitvoeringsniveau redelijkerwijs te onderzoeken alternatieven en van de wijze waarop de effecten van het complexe project, de flankerende maatregelen en de redelijke alternatieven zullen worden onderzocht en beoordeeld;
12°
speciale beschermingszone: een van de volgende gebieden:
a)
een gebied, aangewezen door de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 4 van richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, thans richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (hierna: Vogelrichtlijn), met inbegrip van het gedeelte, vermeld in artikel 75 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, van een zone, als vermeld in artikel 1, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 1988 tot aanwijzing van speciale beschermingszones in de zin van artikel 4 van de richtlijn 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand;
b)
een gebied, aangewezen door het Waalse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of door een andere lidstaat van de Europese Unie met toepassing van artikel 4 van de Vogelrichtlijn;
c)
een gebied, aangewezen door de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 4, lid 4, van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake het behoud van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (hierna: de Habitatrichtlijn) of, in afwachting van die aanwijzing, een gebied dat met toepassing van die richtlijn door de Vlaamse Regering definitief is vastgesteld krachtens artikel 36bis, § 6, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of dat geacht wordt definitief te zijn vastgesteld krachtens artikel 36bis, § 12, van het voormelde decreet;
d)
een gebied, aangewezen door het Waalse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of door een andere lidstaat van de Europese Unie met toepassing van artikel 4, lid 4, van de Habitatrichtlijn of, in afwachting van die aanwijzing, een gebied dat voorgesteld is door één van beide gewesten of door een andere lidstaat, met toepassing van artikel 4, lid 1, van de voormelde richtlijn, dat door de Europese Commissie van communautair belang is verklaard met toepassing van artikel 4, lid 2, van de voormelde richtlijn;
13°
startbeslissing: de beslissing van de Vlaamse Regering, de provincieraad of gemeenteraad over een initiatief tot complex project, bij de afronding van de verkenningsfase en tot de opstart van de onderzoeksfase;
14°
synthesenota: de nota, opgemaakt bij de afronding van de onderzoeksfase en voorafgaandelijk aan het voorkeursbesluit, dan wel bij de afronding van de uitwerkingsfase en voorafgaandelijk aan het projectbesluit, die een overzicht geeft van de conclusies van alle effectenonderzoeksrapporten over een complex project die in de betreffende fase zijn opgemaakt;
15°
uitvoeringsfase: de fase waarin uitvoering wordt gegeven aan het projectbesluit over een complex project;
16°
uitwerkingsfase: de fase waarin het door het voorkeursbesluit gekozen alternatief van een complex project in het licht van het te nemen projectbesluit op zijn effecten wordt onderzocht;
17°
Verdrag van Espoo: het verdrag inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband, aangenomen in Espoo op 25 februari 1991;
18°
verkenningsfase: de fase waarin een initiatief tot complex project wordt voorbereid en aan de Vlaamse Regering, de provincieraad of gemeenteraad wordt voorgelegd;
19°
voorkeursbesluit: het eerste besluit van de bevoegde overheid over een complex project, genomen bij de afronding van de onderzoeksfase en houdende vaststelling van een op strategisch niveau gekozen alternatief.