Afdeling 1.
Algemene bepalingen en beslissingsbevoegdheden


Art. 4.
Dit decreet doet geen afbreuk aan de doelstellingen en inhoudelijke verplichtingen die zijn vastgesteld bij of krachtens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de wetten, decreten en besluiten, vermeld in artikel 39, 40 en 41 met uitzondering van titel IV, hoofdstukken II, III en VI, afdeling III, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en met uitzondering van artikel 36ter, § 3 tot en met § 6, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Art. 5.

§ 1

De volgende principes staan centraal in de procesaanpak van de besluitvormingsprocedure:
het participatiebeginsel;
open communicatie en transparantie;
maatwerk inzake de concrete invulling van het proces;
geďntegreerde en oplossingsgerichte samenwerking;
gelijktijdige en geďntegreerde aanpak van de onderzoeken en de inspraak;
procesregie die door de actoren wordt gedragen.
De Vlaamse Regering stelt een methodiek ter beschikking in de vorm van een routeplanner die de procesaanpak van de geďntegreerde besluitvormingsprocedure voor complexe projecten verduidelijkt.

§ 2

Een evolutieve en indicatieve procesnota geeft aan welke procesaanpak wordt gevolgd om invulling te geven aan de principes vermeld in paragraaf 1.
De procesnota vermeldt ook de procesverantwoordelijke en de actoren die relevant zijn bij de beoordeling van een complex project.
De procesnota wordt openbaar gemaakt.

Art. 6.

§ 1

Het nemen van de startbeslissing en het vaststellen van het voorkeursbesluit of het projectbesluit komt toe aan de Vlaamse Regering, de provincieraad of de gemeenteraad.

§ 2

De Vlaamse Regering is bevoegd voor het vaststellen van het voorkeursbesluit als het complexe project dat met het voorkeursbesluit wordt beoogd, een project betreft als vermeld in [artikel 15, § 1, eerste lid, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning].
De provincieraad is bevoegd voor het vaststellen van het voorkeursbesluit als het complexe project dat met het voorkeursbesluit wordt beoogd, een project betreft als vermeld in [artikel 15, § 1, derde lid, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning].
De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van het voorkeursbesluit in alle andere gevallen.

§ 3

Als het complexe project bestaat uit twee of meer deelprojecten, waarvoor krachtens het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning twee of meer overheden als vermeld in paragraaf 1, bevoegd zijn, wijzen ze in onderling overleg de bevoegde overheid aan die het voorkeursbesluit zal vaststellen.
Het aanwijzen van de bevoegde overheid en de eventueel daarmee gepaard gaande afspraken en voorwaarden gebeurt schriftelijk en uiterlijk op het moment waarop het ontwerp van voorkeursbesluit wordt vastgesteld.

§ 4

De Vlaamse Regering is bevoegd voor het vaststellen van het projectbesluit als het complexe project dat met het projectbesluit wordt beoogd, een project betreft als vermeld in [artikel 15, § 1, eerste lid, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning].
De provincieraad is bevoegd voor het vaststellen van het projectbesluit als het complexe project dat met het projectbesluit wordt beoogd, een project betreft als vermeld in [artikel 15, § 1, derde lid, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning].
De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van het projectbesluit in alle andere gevallen.

§ 5

Als het complexe project bestaat uit twee of meer deelprojecten, waarvoor krachtens het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning twee of meer overheden als vermeld in paragraaf 1, bevoegd zijn, wijzen ze in onderling overleg de bevoegde overheid aan die het projectbesluit zal vaststellen.
Het aanwijzen van de bevoegde overheid en de eventueel daarmee gepaard gaande afspraken en voorwaarden gebeurt schriftelijk en uiterlijk op het moment waarop het ontwerp van projectbesluit wordt vastgesteld.

[§ 6

De bevoegde overheden kunnen de bevoegdheid voor het vaststellen van het voorkeursbesluit en het projectbesluit delegeren aan een ander bestuursniveau.
Het delegatiebesluit wordt opgenomen in het ontwerp van voorkeursbesluit of het ontwerp van projectbesluit, na schriftelijke instemming van de betrokken bestuursniveaus. Het delegatiebesluit bevat een motivering voor de delegatie van de bevoegdheid.
Bij het verlenen van de delegatie kunnen de bestuursniveaus afspraken maken die verbonden zijn aan de opmaak van het voorkeurs- en projectbesluit.
De delegatie van de bevoegdheid voor het vaststellen van het voorkeursbesluit vervalt in de volgende gevallen:
als er geen voorkeursbesluit definitief is vastgesteld, binnen de vijf jaar na de vaststelling van het ontwerp van voorkeursbesluit;
als er een voorkeursbesluit definitief is vastgesteld, vanaf de inwerkingtreding hiervan, met behoud van de mogelijkheid tot opheffing vermeld in artikel 43, tweede lid.
De delegatie van de bevoegdheid voor het vaststellen van het projectbesluit vervalt in de volgende gevallen:
als er geen projectbesluit definitief is vastgesteld, binnen de vijf jaar na de vaststelling van het ontwerp van projectbesluit;
als er een projectbesluit definitief is vastgesteld, vanaf de inwerkingtreding hiervan.
]

Art. 6/1.
De bevoegde overheid, vermeld in artikel 6, vervult haar taken voortvloeiende uit richtlijn 2011/92/EU op objectieve wijze en ziet erop toe dat ze zich niet bevindt in een situatie die tot een belangenconflict aanleiding geeft.