Afdeling 3.
Onderzoeksfase en voorkeursbesluit


Onderafdeling 1.
Alternatievenonderzoeksnota


Art. 8.

§ 1

Bij de start van de onderzoeksfase wordt een alternatievenonderzoeksnota opgesteld. Die bevat een beschrijving van:
de doelstellingen en de geografische werkingssfeer van het geplande project;
de op strategisch niveau redelijkerwijs te onderzoeken alternatieven;
de wijze waarop de effecten van de redelijke alternatieven zullen worden onderzocht en beoordeeld in het licht van het te nemen voorkeursbesluit.

§ 2

De procesverantwoordelijke bezorgt de alternatievenonderzoeksnota aan de dienst bevoegd voor milieueffectrapportage en aan de door de Vlaamse Regering bepaalde adviesinstanties.
Het publiek wordt over de alternatievenonderzoeksnota geraadpleegd.
Als uit de alternatievenonderzoeksnota blijkt dat er aanzienlijke effecten kunnen zijn voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie, of in verdragspartijen bij het Verdrag van Espoo, of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, legt de procesverantwoor-delijke de alternatievenonderzoeksnota samen met alle beschikbare informatie over de mogelijke (gewest)grensover-schrijdende effecten, voor advies voor aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten in kwestie, wat betreft de aanzienlijke effecten voor mens of milieu.
De Vlaamse Regering bepaalt de adviesinstanties, vermeld in het eerste lid, en kan nadere regels bepalen voor de adviesverlening door de adviesinstanties en de raadpleging van het publiek, vermeld in het eerste en het tweede lid. De Vlaamse Regering kan tevens de wijze en voorwaarden bepalen waarop de procesverantwoordelijke de alternatievenonderzoeksnota bezorgt aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten, vermeld in het derde lid.

§ 3

De dienst bevoegd voor milieueffectrapportage beslist over de reikwijdte en het detailleringsniveau van de informatie die in het MER moet worden opgenomen, in het licht van het te nemen voorkeursbesluit. De dienst bevoegd voor milieueffectrapportage houdt bij zijn beslissing rekening met de adviezen van de adviesinstanties, met de opmerkingen van het publiek en met het resultaat van de grensoverschrijdende raadpleging, vermeld in paragraaf 2. [De dienst bevoegd voor milieueffectrapportage integreert zijn beslissing in de alternatievenonderzoeksnota.]
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de beslissing van de dienst bevoegd voor milieueffectrapportage, vermeld in het eerste lid, en voor de bekendmaking van deze beslissing.

Onderafdeling 2.
Geïntegreerd effectenonderzoek


Art. 9.
Op grond van de alternatievenonderzoeksnota, de adviezen en de opmerkingen van het publiek, vermeld in artikel 8, § 2, en de beslissing van de dienst bevoegd voor milieueffectrapportage, vermeld in artikel 8, § 3, wordt een geïntegreerd effectenonderzoek uitgevoerd.
Het geïntegreerde effectenonderzoek omvat ten minste het ruimtelijke en het milieugerelateerde effectenonderzoek op strategisch niveau.
Als het complexe project, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, betekenisvolle effecten kan hebben op een speciale beschermingszone, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor dat gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen ervan. Die passende beoordeling maakt een als dusdanig herkenbaar onderdeel uit van het milieugerelateerde effectenonderzoek.
Op grond van toepasselijke regelgeving van andere beleidssectoren die relevant zijn bij de beoordeling van een complex project, kunnen andere onderzoeken, dan vermeld in het tweede en derde lid, in het onderzoek op strategisch niveau betrokken worden.
De resultaten van het milieugerelateerde effectenonderzoek worden vastgelegd in een ontwerp van MER.

Art. 10.
De inhoud van het ontwerp van MER wordt gebaseerd op de inhoudsvereisten, vermeld in [artikel 4.2.8, § 1bis], en artikel 4.3.7 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Het ontwerp van MER houdt rekening met het detailleringsniveau van het te nemen voorkeursbesluit en met de doelstellingen en de geografische werkingssfeer van het geplande complexe project.
De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels om te verzekeren dat de kwaliteit van het ontwerp van MER en het definitieve MER toereikend is.

Art. 11.

§ 1

De resultaten van het geïntegreerde effectenonderzoek worden vastgelegd in effectenonderzoeksrapporten, waaronder het ontwerp van MER.
Op basis van de conclusies van de effectenonderzoeksrapporten worden een synthesenota en een voorontwerp van voorkeursbesluit opgemaakt.

§ 2

De procesverantwoordelijke bezorgt de synthesenota en het voorontwerp van voorkeursbesluit aan de adviesinstanties, vermeld in artikel 8, § 2, eerste lid, die uitgenodigd worden op een adviesvergadering.
Alle adviesinstanties geven uiterlijk op het moment van de adviesvergadering hun advies. Als de adviesinstanties geen advies uitbrengen uiterlijk op de adviesvergadering, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
De Vlaamse Regering kan de nadere procedurele regels voor de adviesvergadering vastleggen.

Art. 12.
[...]

Onderafdeling 3.
Ontwerp van voorkeursbesluit


Art. 13.

§ 1

Een voorkeursbesluit kan afwijken van het richtinggevende en bindende gedeelte van de ruimtelijke structuurplannen.
Als de provincieraad in zijn ontwerp van voorkeursbesluit afwijkt van het bindende gedeelte van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, heeft hij daarvoor de schriftelijke instemming nodig van de Vlaamse Regering. Die instemming is er uiterlijk op het moment waarop het ontwerp van voorkeursbesluit wordt vastgesteld.
Als de gemeenteraad in zijn ontwerp van voorkeursbesluit afwijkt van het bindende gedeelte van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen of het provinciaal ruimtelijk structuurplan, heeft hij daarvoor de schriftelijke instemming nodig van de Vlaamse Regering, respectievelijk de deputatie. Die instemming is er uiterlijk op het moment waarop het ontwerp van voorkeursbesluit wordt vastgesteld.

§ 2

Een voorkeursbesluit kan afwijken van de voorschriften van plannen van aanleg en van ruimtelijke uitvoeringsplannen.
Als de provincieraad in zijn ontwerp van voorkeursbesluit afwijkt van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, heeft hij daarvoor de schriftelijke instemming nodig van de Vlaamse Regering. Die instemming is er uiterlijk op het moment waarop het ontwerp van voorkeursbesluit wordt vastgesteld.
Als de gemeenteraad in zijn ontwerp van voorkeursbesluit afwijkt van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of van een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, heeft hij daarvoor de schriftelijke instemming nodig van de Vlaamse Regering, respectievelijk de deputatie. Die instemming is er uiterlijk op het moment waarop het ontwerp van voorkeursbesluit wordt vastgesteld.

Art. 14.
De bevoegde overheid, vermeld in artikel 6, stelt het ontwerp van voorkeursbesluit vast.
Een ontwerp van voorkeursbesluit bevat:
een motivering waarom een initiatief tot complex project in aanmerking komt voor de door dit decreet geregelde besluitvormingsprocedure;
het op strategisch niveau gekozen alternatief, weergegeven op een grafisch plan of tekstueel omschreven;
een motivering voor de keuze van dat alternatief, in het licht van de andere redelijke alternatieven die zijn onderzocht;
een motivering van de aanwijzing van de bevoegde overheid, conform artikel 6;
een verklaring die samenvat op welke wijze milieuoverwegingen in het voorkeursbesluit worden geïntegreerd en op welke wijze rekening is gehouden met de gevoerde onderzoeken, waaronder het [ontwerp van] MER en met de in het kader van die onderzoeken uitgebrachte opmerkingen, adviezen en overwegingen;
de relatie met de relevante beleidsplannen;
in voorkomend geval, de wijze waarop zal worden afgeweken van:
a)
[de ruimtelijke beleidsplannen of het richtinggevende en bindende gedeelte van de ruimtelijke structuurplannen;]
b)
de voorschriften van plannen van aanleg en van ruimtelijke uitvoeringsplannen;
de monitoringsmaatregelen en, in voorkomend geval, de flankerende maatregelen op het detailleringsniveau van het ontwerp van voorkeursbesluit;
in voorkomend geval, de rechtsgevolgen, vermeld in de artikelen 28, 30, 31 en 34;
10°
in voorkomend geval, de aanwijzing van één of meer instrumenten als vermeld in deel 2 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting die ingezet zullen worden voor het complexe project, en de hiervoor vereiste inrichtingsnota als vermeld in hetzelfde decreet.

Onderafdeling 4.
Openbaar onderzoek


Art. 15.

§ 1

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 6, onderwerpt het ontwerp van voorkeursbesluit [en het ontwerp van MER] aan een openbaar onderzoek.
Tijdens het openbaar onderzoek worden de volgende documenten ter inzage gelegd:
het ontwerp van voorkeursbesluit;
de synthesenota;
de effectenonderzoeksrapporten waarop de synthesenota gebaseerd is, waaronder het [ontwerp van] MER;
de beslissing, vermeld in artikel 8, § 3, en artikel 12.
De terinzagelegging vindt plaats in het gemeentehuis van elke gemeente waarvan het gebied door het ontwerp van voorkeursbesluit geheel of ten dele wordt bestreken.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het openbaar onderzoek.

§ 2

Als het ontwerp van voorkeursbesluit aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie, in verdragspartijen bij het Verdrag van Espoo of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, bezorgt de procesverantwoordelijke de documenten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, voor advies aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen of gewesten, wat betreft de aanzienlijke effecten voor mens of milieu.
De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de wijze waarop de bevoegde autoriteiten en de burgers van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten hun mening over het ontwerp van voorkeursbesluit en het MER kunnen meedelen, alsook voor de wijze waarop daarover overleg wordt gepleegd.

Art. 15/1.
De dienst, bevoegd voor milieueffectrapportage, beoordeelt de kwaliteit van het ontwerp van MER en toetst het ontwerp van MER inhoudelijk aan de beslissing, vermeld in artikel 8, § 3, en aan de inhoudsvereisten, vermeld in artikel 10, eerste lid.
Voor het voorkeursbesluit vastgesteld wordt, beslist de dienst, bevoegd voor milieueffectrapportage, over de goedkeuring of afkeuring van het MER. Hij bezorgt die beslissing aan de procesverantwoordelijke en aan de instanties en bevoegde autoriteiten waaraan conform artikel 8, § 2, eerste en derde lid, om advies werd verzocht.
In geval van afkeuring geeft de dienst bevoegd voor milieueffectrapportage aan waar het MER tekortschiet. De beslissing vermeldt dat de procesverantwoordelijke een gemotiveerd verzoek tot heroverweging kan indienen tegen de afkeuringsbeslissing.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de procedure tot heroverweging, vermeld in het derde lid, en voor de bekendmaking van de beslissing, vermeld in het tweede lid.

Onderafdeling 5.
Voorkeursbesluit


Art. 16.

§ 1

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 6, stelt het voorkeursbesluit definitief vast.
Als een passende beoordeling werd gemaakt als vermeld in artikel 9, en gelet op de conclusies van die beoordeling, stelt de bevoegde overheid het voorkeursbesluit pas definitief vast nadat ze de zekerheid heeft verkregen dat het voorkeursbesluit niet zal leiden tot een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone in kwestie.
In afwijking van het tweede lid mag de bevoegde overheid het voorkeursbesluit toch definitief vaststellen, ondanks de negatieve conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied, als er voor de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone geen minder schadelijke alternatieve oplossingen zijn en het project om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, toch moet worden gerealiseerd. In dat geval worden alle nodige compenserende maatregelen genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het coherente Europese ecologische netwerk van speciale beschermingszones, Natura 2000 genaamd, bewaard blijft. Die maatregelen impliceren de actieve ontwikkeling van een evenwaardige habitat of het natuurlijk milieu ervan met minstens een gelijkaardige oppervlakte.
Als de speciale beschermingszone in kwestie of het deelgebied ervan een gebied met een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort is, kunnen alleen argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of met effecten die wezenlijk gunstig zijn voor het milieu, dan wel, na advies van de Europese Commissie, andere dwingende redenen van groot openbaar belang worden aangevoerd. Een prioritair type natuurlijke habitat is een type natuurlijke habitat dat met een asterisk gemerkt is in bijlage I van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Een prioritaire soort is een soort die met een asterisk gemerkt is in bijlage II van het voormelde decreet.

§ 2

Het definitief vastgestelde voorkeursbesluit heeft dezelfde indeling als vermeld in artikel 14, tweede lid.
Bij de definitieve vaststelling van het voorkeursbesluit kunnen ten opzichte van het ontwerp van voorkeursbesluit alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de inspraakreacties, vermeld in artikel 15.

Onderafdeling 6.
Bekendmaking en inwerkingtreding


Art. 17.

§ 1

Het voorkeursbesluit wordt minstens bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad na de definitieve vaststelling.
De Vlaamse Regering kan andere wijzen bepalen waarop het publiek op de hoogte wordt gebracht van het definitief vastgestelde voorkeursbesluit.

§ 2

Een afschrift van het definitief vastgestelde voorkeursbesluit wordt gestuurd naar:
de Vlaamse Regering;
de provincies en de gemeenten waarvan het gebied door het voorkeursbesluit geheel of ten dele wordt bestreken;
de instanties en bevoegde autoriteiten waaraan conform artikel 8, § 2, eerste en derde lid, en artikel 11, § 2, om advies werd verzocht.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, waaronder de termijnen en de kennisgevingswijze.

§ 3

Het voorkeursbesluit treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.