Art. 14.
De bevoegde overheid, vermeld in artikel 6, stelt het ontwerp van voorkeursbesluit vast.
Een ontwerp van voorkeursbesluit bevat:
een motivering waarom een initiatief tot complex project in aanmerking komt voor de door dit decreet geregelde besluitvormingsprocedure;
het op strategisch niveau gekozen alternatief, weergegeven op een grafisch plan of tekstueel omschreven;
een motivering voor de keuze van dat alternatief, in het licht van de andere redelijke alternatieven die zijn onderzocht;
een motivering van de aanwijzing van de bevoegde overheid, conform artikel 6;
een verklaring die samenvat op welke wijze milieuoverwegingen in het voorkeursbesluit worden geïntegreerd en op welke wijze rekening is gehouden met de gevoerde onderzoeken, waaronder het [ontwerp van] MER en met de in het kader van die onderzoeken uitgebrachte opmerkingen, adviezen en overwegingen;
de relatie met de relevante beleidsplannen;
in voorkomend geval, de wijze waarop zal worden afgeweken van:
a)
[de ruimtelijke beleidsplannen of het richtinggevende en bindende gedeelte van de ruimtelijke structuurplannen;]
b)
de voorschriften van plannen van aanleg en van ruimtelijke uitvoeringsplannen;
de monitoringsmaatregelen en, in voorkomend geval, de flankerende maatregelen op het detailleringsniveau van het ontwerp van voorkeursbesluit;
in voorkomend geval, de rechtsgevolgen, vermeld in de artikelen 28, 30, 31 en 34;
10°
in voorkomend geval, de aanwijzing van één of meer instrumenten als vermeld in deel 2 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting die ingezet zullen worden voor het complexe project, en de hiervoor vereiste inrichtingsnota als vermeld in hetzelfde decreet.