Art. 22.

1

Een projectbesluit kan afwijken van het richtinggevende en bindende gedeelte van de ruimtelijke structuurplannen op de wijze die in het projectbesluit wordt aangegeven.
Als de provincieraad in zijn ontwerp van projectbesluit afwijkt van het bindende gedeelte van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, heeft hij daarvoor de schriftelijke instemming nodig van de Vlaamse Regering. Die instemming is er uiterlijk op het moment waarop het ontwerp van projectbesluit wordt vastgesteld.
Als de gemeenteraad in zijn ontwerp van projectbesluit afwijkt van het bindende gedeelte van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen of het provinciaal ruimtelijk structuurplan, heeft hij daarvoor de schriftelijke instemming nodig van de Vlaamse Regering, respectievelijk de deputatie. Die instemming is er uiterlijk op het moment waarop het ontwerp van projectbesluit wordt vastgesteld.

2

Een projectbesluit kan afwijken van de voorschriften van plannen van aanleg en van ruimtelijke uitvoeringsplannen.
Als de provincieraad in zijn ontwerp van projectbesluit afwijkt van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, heeft hij daarvoor de schriftelijke instemming nodig van de Vlaamse Regering. Die instemming is er uiterlijk op het moment waarop het ontwerp van projectbesluit wordt vastgesteld.
Als de gemeenteraad in zijn ontwerp van projectbesluit afwijkt van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of van een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan, heeft hij daarvoor de schriftelijke instemming nodig van de Vlaamse Regering, respectievelijk de deputatie. Die instemming is er uiterlijk op het moment waarop het ontwerp van projectbesluit wordt vastgesteld.