Art. 23.
De bevoegde overheid, vermeld in artikel 6, stelt het ontwerp van projectbesluit vast.
Het ontwerp van projectbesluit geeft invulling aan het definitief vastgestelde voorkeursbesluit.
Een ontwerp van projectbesluit bevat:
het op uitvoeringsniveau gekozen alternatief, weergegeven op grafische plannen of tekstueel omschreven;
een motivering voor de keuze van dat alternatief, in het licht van de andere redelijke alternatieven die zijn onderzocht;
een motivering van de aanwijzing van de bevoegde overheid conform artikel 6;
een verklaring die samenvat op welke wijze milieuoverwegingen in het projectbesluit worden geïntegreerd en op welke wijze rekening is gehouden met de gevoerde onderzoeken, waaronder het ontwerp van MER, en met de opmerkingen, adviezen en overwegingen die in het kader van die onderzoeken zijn uitgebracht [met inbegrip van een samenvatting van deze opmerkingen, adviezen en overwegingen];
de relatie met de relevante beleidsplannen;
in voorkomend geval, de wijze waarop zal worden afgeweken van:
a)
[de ruimtelijke beleidsplannen of het richtinggevende en bindende gedeelte van de ruimtelijke structuurplannen;]
b)
de voorschriften van plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen;
de opgave als welke beslissingen vermeld in artikel 40 en 41 het projectbesluit geldt en, in voorkomend geval, de wijze waarop toepassing gemaakt wordt van artikel 41;
in voorkomend geval, een herkenbaar onderdeel dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in [artikel 2.2.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, en dat de gegevens, vermeld in artikel 2.2.5, § 1], van de voormelde codex, bevat;
in voorkomend geval, de acties, maatregelen, voorwaarden, lasten of instrumenten bij het alternatief dat gekozen is op uitvoeringsniveau [met inbegrip van een beschrijving van alle kenmerken van het ontwerp van projectbesluit en/of de geplande maatregelen om aanzienlijke nadelige effecten op het milieu te vermijden, te voorkomen of te beperken en, als dat mogelijk is, te compenseren];
10°
de monitoringsmaatregelen en, in voorkomend geval, de flankerende maatregelen op het detailleringsniveau van het ontwerp van projectbesluit;
11°
in voorkomend geval, de rechtsgevolgen, vermeld in de artikelen 30, 31, 32, 33 en 34;
12°
in voorkomend geval, de aanwijzing van één of meer instrumenten als vermeld in deel 2 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting die ingezet zullen worden voor het complex project, en de hiervoor vereiste inrichtingsnota als vermeld in hetzelfde decreet;
13°
in voorkomend geval, de verschillende fasen van de uitvoering van het projectbesluit en de aanvangsdatum van elke fase.
Als het alternatief dat in het voorkeursbesluit op strategisch niveau gekozen is, resulteert in verschillende concrete projecten, geeft het ontwerp van projectbesluit ter informatie de stand van verwezenlijking van het voorkeursbesluit en de andere projectbesluiten die daaraan gekoppeld zijn.