Art. 34.
Het Vlaamse Gewest, de provincies, de gemeenten, de intercommunales, de instellingen die ressorteren onder het Vlaamse Gewest, de provincies en de gemeenten, alsook de vennootschappen die een erkenning hebben van die instellingen of besturen, kunnen, ter verwezenlijking van een voorkeursbesluit of een projectbesluit, een recht van voorkoop uitoefenen bij de verkoop van een onroerend goed dat ligt in de gebieden die afgebakend zijn als gebieden waar het recht van voorkoop geldt in het grafische plan of in het herkenbare onderdeel dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan.
De rechtspersonen, vermeld in het eerste lid, kunnen, ter verwezenlijking van een voorkeursbesluit of een projectbesluit, de Vlaamse Grondenbank verzoeken om in hun naam en voor hun rekening en binnen de door hen gestelde voorwaarden, het recht van voorkoop uit te oefenen bij de verkoop van onroerende goederen die liggen in de gebieden die afgebakend zijn als gebieden waar het recht van voorkoop geldt in het grafische plan of in het herkenbare onderdeel dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan.
De eigenaars van de onroerende goederen die bezwaard zijn met het recht van voorkoop, worden uiterlijk op de dag van de inwerkingtreding van het voorkeursbesluit of het projectbesluit, met een beveiligde zending in hun woonplaats daarvan op de hoogte gebracht. De eigenaars worden bepaald op basis van de kadastrale gegevens. De beveiligde zending bevat de adressen van een of meer instanties die moeten worden aangeschreven voor een eventueel aanbod van het recht van voorkoop.
Titel IV, hoofdstuk I en VI, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op dat recht van voorkoop.
Het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten is van toepassing op dat recht van voorkoop.