Art. 35.
Na de inwerkingtreding van het voorkeursbesluit kunnen geen besluiten tot bescherming meer genomen worden als deze bescherming de realisatie van het voorkeursbesluit kennelijk in het gedrang brengt.
Het eerste lid is van toepassing op de bescherming:
[...]
[...]
[...]
als duingebied, met toepassing van het decreet van 21 december 1994 houdende bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 1994 betreffende de definitieve aanwijzing van de beschermde duingebieden en van de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, en houdende wijziging van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud;
als bosreservaat, met toepassing van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
als natuurreservaat, met toepassing van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
[als archeologische site, als monument, als cultuurhistorisch landschap of als beschermd stads- of dorpsgezicht met toepassing van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.]