Art. 36.
De rechtsgevolgen die verbonden zijn aan een voorkeursbesluit, vermeld in artikelá28 tot en met 30, en artikelá35, vervallen van rechtswege:
1░
drie jaar na de inwerkingtreding van het voorkeursbesluit;
2░
bij de inwerkingtreding van een projectbesluit voor het gebied waarop het projectbesluit betrekking heeft;
3░
bij het verval van een voorkeursbesluit conform artikelá43.
De rechtsgevolgen die verbonden zijn aan een voorkeursbesluit, vermeld in artikelá31 en 34, vervallen van rechtswege bij het verval van een voorkeursbesluit conform artikelá43.
Het projectbesluit kan bepalen welke rechtsgevolgen, vermeld in artikelá31 en 34, vervallen bij de inwerkingtreding van een projectbesluit voor het gebied waarop het projectbesluit betrekking heeft.
De overheid die het voorkeursbesluit heeft vastgesteld, kan de termijn van drie jaar, vermeld in het eerste lid, gemotiveerd verlengen met een bijkomende termijn van maximaal drie jaar.
De termijn, vermeld in het eerste lid, of, in voorkomend geval, de verlengde termijnen, vermeld in het vierde lid, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging aanhangig is bij de Raad van State.